NEN-Hub
🔍
NEN 1010 §525 (praktijk)

Spanningsval meten in de praktijk — multimeter versus berekening

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 5 min lezen

Spanningsval meten in de praktijk — multimeter versus berekening

De gids over §525 behandelt de toegestane spanningsvalgrenzen (3% voor verlichting, 5% voor overige circuits) en de bijbehorende rekenformule op basis van kabellengte, doorsnede en belastingsstroom. Dit artikel behandelt een aanvullende, praktische vraag: hoe wordt spanningsval daadwerkelijk gemeten op een bestaande installatie, in plaats van uitsluitend berekend — en welke veelgemaakte meetfouten leveren daarbij een misleidend resultaat op.

Waarom een berekening niet altijd volstaat

De rekenformule uit de §525-gids gaat uit van de nominale geleiderweerstand bij een referentietemperatuur (doorgaans 20 °C) en de opgegeven belastingsstroom Ib. In de praktijk wijkt de werkelijke situatie hier op twee manieren van af: de geleidertemperatuur onder bedrijfsbelasting ligt vaak aanzienlijk hoger dan 20 °C (bij een PVC-geïsoleerde kabel tot circa 70 °C bij volle belasting), wat de weerstand van koper met ruwweg 20% of meer verhoogt ten opzichte van de 20 °C-waarde, en de daadwerkelijke belastingsstroom op een gegeven moment kan afwijken van de ontwerpwaarde Ib. Een meting onder werkelijke bedrijfsomstandigheden geeft daarom een directer beeld van de actuele spanningsval dan de theoretische berekening alleen.

De meetmethode: spanning bij de bron én bij het verbruikstoestel, onder belasting

Om spanningsval daadwerkelijk te meten, wordt de spanning gelijktijdig (of kort na elkaar, bij een stabiele belasting) gemeten op twee punten: bij het aansluitpunt van het circuit (bijvoorbeeld de groep in de verdeelinrichting) en bij het verste verbruikstoestel op datzelfde circuit — terwijl het circuit daadwerkelijk onder een representatieve belasting staat, zo dicht mogelijk bij de ontwerpwaarde Ib of de werkelijke te verwachten bedrijfsbelasting. Het verschil tussen beide spanningsmetingen, uitgedrukt als percentage van de nominale spanning, is de gemeten spanningsval.

Waarom een meting zonder belasting zinloos is

Spanningsval is een direct gevolg van de wet van Ohm (U = I × R): zonder stroom door de geleider is er — afgezien van meetruis — geen spanningsval te meten, ongeacht de kabellengte of doorsnede. Een veelgemaakte fout is het meten van de spanning aan het verbruikstoestel zonder dat er daadwerkelijk een belasting is aangesloten of ingeschakeld tijdens de meting: dit levert vrijwel altijd een spanningswaarde op die nauwelijks afwijkt van de bronspanning, wat ten onrechte de indruk wekt dat er geen spanningsvalprobleem is. Voor een zinvolle meting moet het circuit tijdens de meting daadwerkelijk stroom leveren aan een belasting die representatief is voor het normale gebruik.

Waarom R1+R2 geen vervanging is voor een spanningsvalmeting

De continuïteitsmeting R1+R2 (zie de gerelateerde gids over deze meting) bepaalt de weerstand van de fase- en beschermingsgeleider in serie, met een kleine, vaste testerstroom die ver onder de werkelijke bedrijfsstroom van het circuit ligt. Dit is een waardevolle meting voor het verifiëren van de aardfoutlus-impedantie, maar geeft geen directe uitspraak over de spanningsval die de installatie tijdens normaal bedrijf, bij de werkelijke belastingsstroom, daadwerkelijk ondervindt. Een installateur die alleen R1+R2 meet en op basis daarvan concludeert dat de spanningsval in orde is, vermengt twee verschillende metingen met een verschillend doel.

Instrumentatie: twee multimeters, een datalogger, of een gespecialiseerde tester

In de praktijk wordt spanningsval gemeten met twee gelijktijdig afgelezen multimeters (één bij de bron, één bij het verbruikstoestel), met een spanningsdatalogger die op beide punten gelijktijdig registreert (handig bij een belasting die in de tijd varieert, zoals een motor die opstart), of met een gespecialiseerde installatietester die de spanningsval-functie geïntegreerd heeft. Bij het gebruik van twee losse multimeters is het van belang dat beide instrumenten gelijktijdig — of in elk geval binnen dezelfde, stabiele belastingsperiode — worden afgelezen, omdat een variërende belasting (bijvoorbeeld door een inschakelende koelcompressor elders op de installatie) anders tot een vertekend verschil tussen beide metingen leidt.

Praktische relevantie

Bij een klacht over dimmende verlichting, een tragere motorstart of een merkbare spanningsdaling bij het inschakelen van een zware belasting op een lange leiding, is een daadwerkelijke spanningsvalmeting onder representatieve belasting een directer diagnosemiddel dan uitsluitend een theoretische herberekening op basis van de opgegeven kabellengte en -doorsnede — met name wanneer de werkelijke geleidertemperatuur of belastingsstroom onzeker is of afwijkt van de oorspronkelijke ontwerpaannames.

Veelgemaakte fouten

  1. Spanning meten aan het verbruikstoestel zonder dat er daadwerkelijk een representatieve belasting is ingeschakeld — zonder stroom is er per definitie nauwelijks spanningsval te meten, ongeacht een eventueel onderliggend probleem.
  2. R1+R2-continuïteitsmeting verwarren met een spanningsvalmeting — de kleine, vaste testerstroom van een R1+R2-meting is niet representatief voor de daadwerkelijke bedrijfsbelasting van het circuit.
  3. Beide spanningsmetingen niet gelijktijdig of niet tijdens dezelfde stabiele belastingsperiode uitvoeren — een variërende belasting elders op de installatie kan het gemeten verschil vertekenen.
  4. Geen rekening houden met de hogere geleidertemperatuur onder bedrijfsbelasting bij het vergelijken van een gemeten waarde met een berekening op basis van de 20 °C-referentieweerstand — dit kan een schijnbare discrepantie tussen meting en berekening opleveren die in werkelijkheid door het temperatuureffect wordt verklaard.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen