NEN-Hub
🔍
§525

§525 — Spanningsval: de 3%/5%-grens en wanneer die knelt

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

§525 — Spanningsval: de 3%/5%-grens en wanneer die knelt

De gids over kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid behandelt hoe Iz = Itabel × f1 × f2 × f3 bepaalt of een kabel de stroom thermisch aankan. Dat is echter niet de enige eis waaraan een kabel moet voldoen: §525 van NEN 1010 stelt daarnaast een aanbevolen grens aan de spanningsval tussen het leveringspunt en het verbruikstoestel — een kabel die qua doorsnede ruim voldoet aan de Iz-eis kan bij een lange kabellengte alsnog een te grote spanningsval geven.

De aanbevolen grenswaarden

ToepassingMaximale spanningsval
Verlichting3% van de nominale spanning
Overige toepassingen (stopcontacten, motoren, warmtepompen)5% van de nominale spanning

Bij een 230 V-installatie komt dat neer op ongeveer 6,9 V voor verlichtingscircuits en 11,5 V voor overige circuits, gemeten tussen het aansluitpunt van de installatie en het verste verbruikstoestel op dat circuit.

Waarom dit een aparte controle is

Spanningsval is geen thermisch fenomeen zoals de Iz-berekening, maar een gevolg van de ohmse (en bij grotere doorsneden ook inductieve) weerstand van de geleider zelf: hoe langer de kabel, hoe groter de spanningsval bij gelijke stroom en doorsnede. Een kabel die ruim voldoet aan Iz ≥ Ib op basis van de correctiefactoren uit §523 kan bij een kabellengte van bijvoorbeeld 40-50 meter (een bijgebouw, een schuur, een lange buitenleiding naar een laadpaal) alsnog een spanningsval van meer dan 5% geven — de twee controles staan los van elkaar en moeten allebei afzonderlijk worden uitgevoerd.

Praktische vuistregel

Een veelgebruikte praktijkformule voor koperen geleiders bij enkelfasige circuits:

Uval (%) = (2 × L × Ib × cos φ) / (56 × A × Un) × 100

waarbij L de enkele kabellengte in meter is, Ib de belastingsstroom in A, A de doorsnede in mm², Un de nominale spanning en 56 de geleidbaarheid van koper in m/(Ω·mm²). Bij twijfel over de exacte constante voor het gebruikte materiaal en de frequentie geldt: de tabellen in NEN 1010 bijlage zijn leidend, deze formule is een praktische vuistregel voor een eerste inschatting.

Praktische relevantie

Bij lange leidingen — een tuinhuis, een garage op afstand, een laadpaalvoeding naar de oprit — is spanningsval vaak de bepalende factor voor de te kiezen doorsnede, niet de stroombelastbaarheid. Een kabel die op basis van Iz met 2,5 mm² zou volstaan, moet dan soms naar 4 mm² of 6 mm² worden opgehoogd, uitsluitend om binnen de spanningsvalgrens te blijven.

Veelgemaakte fouten

  1. Alleen de Iz-berekening uitvoeren en de spanningsval overslaan — vooral bij lange leidingen naar bijgebouwen leidt dit tot een kabel die thermisch voldoet maar bij het verbruikstoestel een merkbaar lagere spanning geeft (dimmende verlichting, tragere opstart van motoren).
  2. De grens van 3% toepassen op een gemengd circuit met zowel verlichting als stopcontacten — de striktere 3%-grens geldt zodra er verlichting op het circuit zit, niet de soepelere 5%-grens.
  3. Spanningsval berekenen over de kabellengte in plaats van de werkelijke (soms omwegen makende) trace-lengte — een kabel die om een bouwkundige hindernis heen moet, is langer dan de hemelsbrede afstand tot het verbruikstoestel.
  4. De spanningsval van het hele circuit vanaf de transformator/meter berekenen in plaats van vanaf het aansluitpunt van de installatie — §525 heeft betrekking op de installatie zelf, niet op het voedende net.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen