NEN 1010 §525 (Annex B)
Spanningsval
Ook bekend als: voltage-drop, spanningsdaling, udrop, udaling, undervoltage, onder-spanning, onderspanning, low-voltage-fault, spanningsval-525, bijlage-h, 4-procent, voltage-drop-limit, cable-voltage-drop, eindgroep-spanningsval, spanningsverlies-meten, voltage-drop-meting, delta-u-belasting, u-begin-u-einde
Daling van de fasespanning tussen de hoofdverdeler en het verste verbruikspunt door de impedantie van geleiders. NEN 1010 §525 hanteert richtwaarden: 3 % voor verlichting en 5 % voor overige eindgroepen, gemeten t.o.v. 230 V. Bij grotere kabellengtes of zware belasting moet de aderdoorsnede daarom omhoog.
Praktijkvoorbeeld
Een 16 A radiaal-groep van 30 m in 2,5 mm² Cu bij 230 V vol belast geeft ≈ 8,6 V val (3,8 %) — net binnen de norm, maar bij grotere lengte al krap.
Veel-gemaakte fout
Alleen op Iz selecteren en spanningsval vergeten — typisch bij keukens, laadpunten en bijgebouwen waar het stopcontact ver van de meterkast zit.
Zie ook
Verwante termen
Diepgaande gidsen
- → §525 §525 — Spanningsval: de 3%/5%-grens en wanneer die knelt
- → §443 Overspanningsbeveiliging (SPD)
- → NEN-EN 50160 Spanningsonbalans in driefasige netten — NEN-EN 50160
- → §414 SELV, PELV & FELV — de extra-lage-spanning-maatregel
- → §715 / IEC 60364-7-715 §715 — Laagspanningsverlichtingsinstallaties (extra-lage spanning)
- → IEC 60364-4-41 Conventionele aanraakspanningsgrens UL — 50V en 25V
Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська