NEN-Hub
🔍
IEC 61439-2

Vormindeling (Form 1 t/m 4b) van laagspanningsverdeelinrichtingen — wat de scheidingsvorm concreet regelt

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 5 min lezen

Vormindeling (Form 1 t/m 4b) van laagspanningsverdeelinrichtingen — wat de scheidingsvorm concreet regelt

De gids over IEC 61439 versus NEN 1010 noemt de vormindeling (Form 1–4) kort als een van de aspecten die IEC 61439 voor een verdeelinrichting verifieert. Dit artikel gaat dieper in op wat die vormindeling precies inhoudt, en waarom het onderscheid tussen de subvarianten (2a/2b, 3a/3b, 4a/4b) in de praktijk relevant is bij het beoordelen of specificeren van een verdeelinrichting.

Het principe: interne scheiding tussen rails, functionele eenheden en klemmen

IEC 61439-2 (de productnorm voor laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen) definieert vier vormen van interne scheiding ("Form of separation") binnen een verdeelinrichting, die aangeven hoe ver de rails (busbars), de functionele eenheden (bijvoorbeeld een individuele automaat met bijbehorende bedrading) en de aansluitklemmen voor externe kabels van elkaar zijn afgeschermd door vaste, niet-eenvoudig-verwijderbare scheidingswanden.

De vier hoofdvormen

  • Form 1 — geen interne scheiding: rails, klemmen en alle functionele eenheden bevinden zich in één gemeenschappelijke ruimte zonder vaste tussenschotten.
  • Form 2 — de rails zijn gescheiden van de functionele eenheden.
    • 2a: de aansluitklemmen voor externe kabels zijn niet apart van de rails gescheiden.
    • 2b: de aansluitklemmen zijn wél apart van de rails gescheiden, wat een hoger veiligheidsniveau geeft.
  • Form 3 — de rails zijn gescheiden van de functionele eenheden, én de functionele eenheden zijn onderling van elkaar gescheiden.
    • 3a: de aansluitklemmen zijn niet apart van de rails gescheiden.
    • 3b: de aansluitklemmen zijn wél apart van de rails gescheiden.
  • Form 4 — de rails zijn gescheiden van de functionele eenheden, de functionele eenheden zijn onderling gescheiden, én ook de aansluitklemmen van elke eenheid zijn gescheiden van die van de andere eenheden.
    • 4a: de klemmen van een eenheid bevinden zich in hetzelfde compartiment als die functionele eenheid zelf.
    • 4b: de klemmen van een eenheid bevinden zich in een eigen, apart compartiment, gescheiden van zowel de functionele eenheid als van de klemmen van andere eenheden.

Waarom dit vooral gaat over veilig werken aan één eenheid

Het praktische doel van een hogere vormindeling is niet primair het tegengaan van een fout op zichzelf, maar het beperken van het risico voor een persoon die aan één specifieke functionele eenheid werkt (bijvoorbeeld een automaat vervangen) terwijl de rest van de verdeelinrichting — de rails en de andere eenheden — onder spanning blijft. Hoe hoger de vorm, hoe kleiner de kans dat die persoon bij het openen van één compartiment onbedoeld een spanningvoerend deel van een andere eenheid of van de rails kan aanraken. Form 4b biedt in dat opzicht de ruimste bescherming: zelfs de externe bekabeling van een naburige eenheid blijft afgeschermd wanneer één specifiek compartiment wordt geopend.

Let op: de exacte constructie-eisen (materiaaldikte, IP-graad van de tussenschotten, beproevingsmethode) per vorm staan in de volledige tekst van IEC 61439-2; dit artikel behandelt het onderliggende principe van de indeling, niet de volledige beproevingsprocedure.

Een eigenschap van de verdeelinrichting, niet van de installatie

Net als de overige IEC 61439-eisen (temperatuurstijging, kortsluitvastheid, IP-graad) is de vormindeling een eigenschap die de fabrikant of assembleur van de verdeelinrichting zelf specificeert en aantoont — niet een eis die rechtstreeks uit NEN 1010 volgt. NEN 1010 bepaalt wél, via de algemene eisen aan onderhoudbaarheid en veilig werken, of een gekozen vorm passend is voor de manier waarop de installatie in de praktijk zal worden onderhouden of uitgebreid (zie ook de gids over IEC 61439 versus NEN 1010 voor dit onderscheid tussen productnorm en installatienorm).

Praktische relevantie

Bij het specificeren van een nieuwe verdeelinrichting — bijvoorbeeld voor een industriële of glastuinbouw-installatie waar regelmatig aan individuele afgaande groepen wordt gewerkt terwijl de rest in bedrijf moet blijven — is de gekozen vormindeling direct bepalend voor hoe veilig zo'n onderhoudshandeling kan worden uitgevoerd zonder de gehele kast spanningsloos te hoeven maken. Bij een NEN 3140-keuring van een bestaande verdeelinrichting is het nuttig om de gespecificeerde vorm uit het typeplaatje of testrapport te kennen, om te kunnen beoordelen welke mate van bescherming een monteur heeft bij het openen van een afzonderlijk compartiment.

Veelgemaakte fouten

  1. Een hogere vormindeling verwarren met een hogere beschermingsgraad (IP-classificatie) — beide zijn aparte eigenschappen van de verdeelinrichting: IP beschrijft de bescherming tegen stof en vocht van buitenaf, de vormindeling beschrijft de interne scheiding tussen onderdelen.
  2. Form 4 kiezen zonder de meerkosten en het extra ruimtebeslag af te wegen tegen de daadwerkelijke onderhoudsbehoefte — voor een verdeelinrichting die zelden onder spanning wordt geopend, is een lagere vorm mogelijk voldoende.
  3. De 2a/2b- of 3a/3b-subvariant negeren bij het vergelijken van twee offertes — twee kasten met "dezelfde vorm" (bijvoorbeeld beide "Form 3") kunnen alsnog een wezenlijk verschillend beschermingsniveau bieden afhankelijk van de a/b-subvariant.
  4. Ervan uitgaan dat de vormindeling ook iets zegt over de kortsluitvastheid of temperatuurstijging van de verdeelinrichting — dit zijn losse, apart geverifieerde eigenschappen binnen IEC 61439-2.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Vormindeling (Form 1 t/m 4b) van laagspanningsverdeelinrichtingen — wat de scheidingsvorm concreet regelt · NEN-Hub