Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
§536 — Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
Selectiviteit (ook wel discriminatie) betekent dat bij een fout alleen de beveiliging het dichtst bij de fout uitschakelt — de rest van de installatie blijft in bedrijf. Zonder selectiviteit valt bij een kortsluiting in één groep soms de hele hoofdgroep of het hele pand uit.
Let op de status: de selectiviteitsbepalingen in §536 zijn in Nederland informatief, niet dwingend. NEN 1010 verplicht wél (via de indeling in circuits) dat een installatie zo wordt opgebouwd dat een fout in één groep niet onnodig andere groepen meesleept — selectiviteit is de praktische uitwerking daarvan, geen losstaande wettelijke eis.
Waarom een installatie in groepen splitsen?
- Beperkt de gevolgen van één fout tot één deel van de installatie.
- Maakt onderhoud aan één groep mogelijk zonder de rest af te sluiten.
- Vereenvoudigt foutopsporing: een uitgevallen groep wijst direct naar het probleemgebied.
De 1,6:1-vuistregel voor zekeringen
Voor zekeringen volgens NEN-EN-IEC 60269-1 van hetzelfde type (bv. gG), met een nominale stroom ≥ 16 A, geldt: volledige selectiviteit tussen twee in serie geschakelde zekeringen is gegarandeerd als de verhouding tussen de nominale stromen ≥ 1,6 : 1 is (bijvoorbeeld een 25 A-zekering stroomopwaarts van een 16 A-zekering).
Voor installatieautomaten (MCB's) is deze vuistregel niet zomaar toepasbaar — automaten van hetzelfde type/merk moeten volgens de selectiviteitstabellen van de fabrikant gecontroleerd worden, vooral bij kortsluitstromen. Een groter stroomverschil tussen twee automaten vergroot de kans op selectiviteit, maar garandeert die niet automatisch zoals bij zekeringen.
Soorten selectiviteit
| Type | Werking |
|---|---|
| Stroomselectiviteit | De bovenliggende beveiliging heeft een hogere aanspreekstroom — werkt vooral bij lagere foutstromen. |
| Tijdselectiviteit | De bovenliggende beveiliging schakelt met vertraging uit (zie ook selectieve RCD type S, §531). |
| Energie-selectiviteit (I²t) | Gebaseerd op de doorlaatenergie van smeltveiligheden — de onderliggende zekering smelt voordat de bovenliggende energie doorlaat die schade veroorzaakt. |
| Volledige vs. partiële selectiviteit | Volledig = selectief tot de maximale kortsluitstroom; partieel = selectief tot een bepaalde stroomwaarde, daarboven schakelen beide uit. |
Opbouw van de groepenkast
Praktische indelingsregels die veel voorkomen in nieuwbouwwoningen:
- Minimaal 2 aardlekschakelaars van 30 mA, zodat een lekstroom niet de hele woning spanningsloos maakt.
- Maximaal 4 eindgroepen per RCD — vuistregel om cumulatieve lekstroom (§531: moet < 30 % van I∆n blijven) en het "domino-effect" bij een fout te beperken.
- Een hoofdschakelaar vóór alle groepen, direct bereikbaar.
- Groepsindeling zodat vergelijkbare belastingen (verlichting apart van wandcontactdozen, keuken apart van rest) een fout niet onnodig laten uitstralen naar ongerelateerde ruimtes.
Veelgemaakte fouten
- Automaten van verschillende merken combineren en veronderstellen dat ze selectief zijn — selectiviteitstabellen zijn merk- en typespecifiek, nooit zomaar inwisselbaar.
- Te weinig groepen — een woning met slechts 1 RCD voor de hele installatie heeft geen enkele selectiviteit: elke lekstroom sluit alles af.
- Verwarring tussen overbelastingsselectiviteit en kortsluitselectiviteit — twee automaten kunnen selectief zijn bij lage overbelasting maar niet bij een kortsluiting vlak bij de bron.
- De 1,6:1-regel toepassen op automaten in plaats van alleen op zekeringen van hetzelfde type — leidt tot valse zekerheid.
Gerelateerd
- §531 — Aardlekschakelaars (RCD): selectieve type-S RCD als vorm van tijdselectiviteit.
- Automaat B/C/D-karakteristieken: uitschakelkarakteristieken die selectiviteitsberekeningen beïnvloeden.
- Smeltveiligheden: I²t-waarden voor energie-selectiviteit.
Verder lezen
- §559Assimilatiebelichting — groepsindeling, RCD-type en beveiliging voor kasverlichting
- NEN-EN-IEC 62305Bliksembeveiliging voor kassencomplexen — risicoanalyse en beschermingsniveau
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434
- §443Overspanningsbeveiliging (SPD)
- §560Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560
- §559Verlichtingsinstallaties — §559