Ex p — ontstekingsbescherming door overdruk (IEC 60079-2)
Ex p — ontstekingsbescherming door overdruk (IEC 60079-2)
De algemene gids over ATEX en explosiegevaar behandelt de meest gebruikte beschermingswijzen op hoofdlijnen: drukvaste omhulling (Ex d), verhoogde veiligheid (Ex e) en intrinsieke veiligheid (Ex i, zie de gids over Ex i-barrières). Dit artikel behandelt een principieel andere aanpak: Ex p, ontstekingsbescherming door drukventilatie (overdruk), volgens IEC 60079-2.
Het principe: buitenhouden in plaats van insluiten of beperken
Ex d sluit een eventuele interne ontsteking veilig op in een drukvaste omhulling. Ex i beperkt de energie in het circuit zelf tot onder de ontstekingsdrempel. Ex p doet geen van beide: de omhulling wordt gevuld met een beschermend gas (meestal instrumentlucht of een inert gas) op een hogere druk dan de omringende atmosfeer, waardoor de explosieve gas- of dampatmosfeer van buiten de omhulling er fysiek niet in kan doordringen. De elektrische apparatuur binnenin hoeft dus zelf niet explosieveilig te zijn uitgevoerd, omdat ze nooit in contact komt met de explosieve atmosfeer — zolang de overdruk gehandhaafd blijft.
Spoelen vóór inschakelen: de verplichte purge-sequentie
Vóór de apparatuur binnen de omhulling voor het eerst (of na elke opening van de omhulling) wordt ingeschakeld, moet het beschermende gas het volledige binnenvolume een vastgelegd aantal keren doorspoelen, om eventuele explosieve atmosfeer die tijdens de spanningsloze periode naar binnen kon lekken, volledig te verdrijven. Deze spoeltijd en het vereiste aantal volumewisselingen zijn apparaat-/omhullingsspecifiek en worden door de fabrikant vastgelegd; het inschakelen van de apparatuur wordt doorgaans elektrisch vergrendeld totdat de spoelsequentie is voltooid én de minimale overdruk is bereikt.
Continue drukbewaking tijdens bedrijf
Eenmaal in bedrijf bewaakt een differentiaaldruksensor continu of de inwendige overdruk boven de vastgelegde minimumwaarde ten opzichte van de omringende atmosfeer blijft. Zakt de druk onder die drempel — door een lek in de omhulling, een storing in de gastoevoer, of een geopende deur — dan moet het systeem daarop reageren; hoe die reactie er precies uitziet (alarmering, automatische uitschakeling, of beide) hangt af van het gekozen beschermingsniveau.
Ex px, Ex py, Ex pz — drie beschermingsniveaus
- Ex px — bedoeld voor toepassing in Zone 1: de omhulling mag apparatuur bevatten die normaliter zelf een ontstekingsbron zou kunnen zijn (bijvoorbeeld schakelende contacten). Bij drukverlies onder de minimumwaarde is onmiddellijke automatische uitschakeling vereist, omdat er dan geen tweede beschermingsmaatregel meer actief is.
- Ex py — eveneens bedoeld voor Zone 1, maar de apparatuur binnenin is zelf al via een aanvullende beschermingswijze (bijvoorbeeld Ex e) beveiligd tegen het veroorzaken van een ontsteking. Bij drukverlies volstaat daardoor doorgaans alarmering in plaats van onmiddellijke uitschakeling, omdat de tweede beschermingslaag nog actief blijft.
- Ex pz — bedoeld voor Zone 2, waar de kans op aanwezigheid van een explosieve atmosfeer al laag is. Bij drukverlies is doorgaans alleen alarmering vereist.
Let op: het exacte foutgedrag (alarmering versus automatische uitschakeling, en de toegestane reactietijd) is vastgelegd in het certificaat en de fabrikantdocumentatie van de specifieke Ex p-omhulling — dit artikel behandelt het onderliggende principe, geen pasklare beslistabel voor elk product.
Praktische relevantie
Een Ex p-installatie vereist periodieke inspectie conform IEC 60079-17 — net als de andere beschermingswijzen die in de gids over periodieke ATEX-inspectie worden behandeld — maar met eigen, p-specifieke controlepunten: de werking en kalibratie van de differentiaaldrukschakelaar, de conditie en capaciteit van de beschermgastoevoer, de werking van de spoelvergrendeling, en een functionele test van de alarm-/ uitschakelrespons bij gesimuleerd drukverlies.
Veelgemaakte fouten
- De spoelsequentie verkorten of overslaan onder productiedruk, waardoor eventuele explosieve atmosfeer die tijdens de spanningsloze periode is binnengedrongen niet volledig wordt verdreven vóór het inschakelen.
- De differentiaaldrukschakelaar niet periodiek kalibreren, waardoor drukverlies te laat of helemaal niet wordt gedetecteerd.
- px, py en pz als onderling verwisselbaar behandelen — het toegestane foutgedrag en de geschikte zone verschillen wezenlijk per niveau.
- Extra apparatuur toevoegen aan een bestaande Ex p-omhulling zonder de oorspronkelijke certificering opnieuw te beoordelen — een niet-gecertificeerd onderdeel kan de aanname ondermijnen waarop de hele drukventilatiebescherming rust.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 61140Beschermingsklasse I, II en III — IEC 61140
- IEC 60364-6 / NEN-EN-IEC 61557-4Continuïteitsmeting van de beschermingsleiding — de R1+R2-methode
- IEC 61557IEC 61557 — de normenreeks voor testapparatuur van beschermingsmaatregelen
- ISO 13851Tweehandenbediening als beschermingsmiddel (ISO 13851)
- IEC 60079-17Periodieke inspectie van explosieveilig materieel (IEC 60079-17)
- IEC 61439-3IEC 61439-3 (DBO) — de extra eisen voor een verdeelinrichting die door leken wordt bediend