Beproevingsvolgorde (NEN 3140-inspectie)
De vaste, voorgeschreven volgorde waarin de verschillende stappen van een periodieke NEN 3140-inspectie worden uitgevoerd: eerst een visuele inspectie (zichtbare schade, typeplaatgegevens, bevestiging), vervolgens metingen in spanningsloze toestand (continuïteit van beschermingsleidingen, isolatieweerstand, polariteit) en pas daarna, indien van toepassing, functionele beproeving onder spanning (waaronder een RCD-test). Deze volgorde is niet willekeurig: een visuele inspectie kan zichtbare gebreken aan het licht brengen die het onder spanning zetten van de installatie onveilig maken, en isolatieweerstandsmeting moet altijd vóór het inschakelen van spanning gebeuren om schade aan gevoelige apparatuur te voorkomen. Het overslaan of omdraaien van stappen ondermijnt de betrouwbaarheid van het inspectierapport.
Tijdens een NEN 3140-inspectie van een verdeelkast merkt de inspecteur tijdens de visuele inspectie een gesmolten wandcontactdoos op; hij voert daarom geen isolatieweerstandsmeting of functionele test op die groep uit voordat het euvel is verholpen, conform de voorgeschreven beproevingsvolgorde.
Direct een RCD-test uitvoeren zonder eerst de continuïteit van de beschermingsleiding en de isolatieweerstand te controleren — als de PE-doorverbinding al onderbroken is, kan een RCD-test een schijnbaar goed resultaat geven terwijl de installatie in werkelijkheid onveilig is.
Zie ook
- → Inspectie Periodieke inspectie volgens NEN 3140
- → IEC 61230 (aardingsset) Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230
- → Inspectie Aardlekschakelaar beproeven — triptijd en aanspreekstroom (NEN-EN-IEC 61557-6)
- → Inspectie ATEX & explosiegevaarlijke zones — indeling en inspectie
- → Inspectie Inspectierapport, risicoklasse & aansprakelijkheid (3140)
- → IEC 60903 Isolerende handschoenen (klasse 00-4) volgens IEC 60903 — spanningsklassen en periodieke beproeving