NEN-Hub
🔍
IEC 61140

Beschermingsklasse I, II en III — IEC 61140

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

Beschermingsklasse I, II en III — IEC 61140

Bij NEN 3140-inspectie van draagbaar en aangesloten materieel (gereedschap, verlengsnoeren, apparatuur) is de beschermingsklasse van een toestel bepalend voor wat de inspecteur mag verwachten aan aardaansluiting, isolatie en stekkeruitvoering. IEC 61140 ("Bescherming tegen elektrische schok — gemeenschappelijke aspecten voor installatie en uitrusting") definieert drie klassen.

Klasse I — geaarde behuizing

Bij klasse-I-toestellen bestaat de basisbescherming uit basisisolatie van de actieve delen, aangevuld met een verbinding van alle bereikbare geleidende delen (de behuizing) naar de beschermingsaarde (PE) via de stekker. Raakt een actieve geleider bij een isolatiefout de behuizing, dan zorgt de aardverbinding (samen met de overstroom-/aardlekbeveiliging van de installatie) voor uitschakeling. Klasse-I-toestellen hebben daarom altijd een geaarde stekker (met randaarde of aardpen).

Klasse II — dubbele of versterkte isolatie

Klasse-II-toestellen hebben geen aardverbinding nodig: de bescherming steunt volledig op dubbele isolatie (basisisolatie + aanvullende isolatie) of versterkte isolatie (één isolatiesysteem met gelijkwaardig beschermingsniveau als dubbele isolatie), zodanig dat een enkele isolatiefout niet tot een gevaarlijke aanraakspanning op de behuizing kan leiden. Klasse-II-toestellen zijn herkenbaar aan het dubbele-vierkant-symbool (⧈) en hebben geen aardpen op de stekker — een klasse-II-toestel met een geaarde stekker is een aanwijzing voor een verkeerd toegepaste of vervangen stekker.

Klasse III — SELV/PELV, extra-lage spanning

Klasse-III-toestellen worden gevoed met een veiligheidskleinspanning (SELV of PELV, doorgaans niet hoger dan 50V AC of 120V DC), zodanig laag dat een gevaarlijke aanraakspanning bij een enkele fout niet kan optreden. Voorbeelden zijn laagspanning-handlampen op een scheidingstransformator of accugevoede handgereedschap.

Waarom dit relevant is bij NEN 3140-inspectie

De beschermingsklasse bepaalt welke meting/controle relevant is:

  • Bij klasse I hoort de PE-continuïteit (doorgangsmeting van de aardverbinding) tot de standaardmetingen.
  • Bij klasse II is een PE-continuïteitsmeting niet van toepassing (er is geen aardverbinding) — hier ligt de nadruk op visuele controle van de behuizing/isolatie en het klasse-II-symbool.
  • Bij klasse III is de voedingsspanning zelf al zo laag dat veel reguliere NEN 3140-metingen (isolatieweerstand tegen het net, PE-continuïteit) niet van toepassing zijn in dezelfde vorm.

Let op: de exacte meetprocedure en -grenzen per beschermingsklasse volgen uit de toepasselijke NEN 3140-meetinstructies voor het specifieke type toestel — dit artikel geeft alleen het classificatieprincipe, niet de volledige meetprocedure.

Veelgemaakte fouten

  1. Een klasse-II-toestel een geaarde stekker geven (bijvoorbeeld bij vervanging van een beschadigd snoer/stekker) — dit doorbreekt het klasse-II-principe niet per se, maar is verwarrend en kan tot een verkeerde (overbodige) PE-continuïteitsmeting bij inspectie leiden.
  2. PE-continuïteit meten op een klasse-II-toestel en concluderen dat het "gefaald" heeft omdat er geen aardverbinding is — de meting is hier simpelweg niet van toepassing.
  3. Klasse III (SELV/PELV) verwarren met "altijd veilig, geen inspectie nodig" — ook bij extra-lage spanning blijven algemene veiligheidsaspecten (mechanische schade aan snoeren, juiste voedingsbron) relevant.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Beschermingsklasse I, II en III — IEC 61140 · NEN-Hub