Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434
§434 — Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking
Een kabel die correct is gedimensioneerd op zijn normale bedrijfsstroom (§523) is daarmee niet automatisch ook bestand tegen een kortsluitstroom. §434 stelt een aparte, aanvullende eis: de kabel moet de thermische belasting van een kortsluiting kunnen doorstaan totdat de beveiliging uitschakelt — dit is een andere toets dan de stroombelastbaarheidsberekening van §523 en dan de selectiviteitsbeoordeling van §536.
De adiabatische vergelijking
$$S = \frac{\sqrt{I^2 t}}{k}$$
- S — minimaal vereiste doorsnede (mm²)
- I — kortsluitstroom (A)
- t — uitschakeltijd (s) — de vergelijking geldt voor uitschakeltijden tot 5 seconden; bij kortere, snellere fouten wordt de warmte- ontwikkeling verondersteld adiabatisch (zonder warmteafvoer naar de omgeving) te verlopen, vandaar de naam.
- k — materiaal-/isolatieafhankelijke constante
k-factoren
| Geleider/isolatie | k-factor | Begintemperatuur → maximale eindtemperatuur |
|---|---|---|
| Koper / PVC | 115 | 70°C → 160°C |
| Koper / XLPE | 143 | 90°C → 250°C |
Deze waarden komen uit tabel 43A (IEC 60364-5-54) en zijn internationaal geharmoniseerd — dezelfde k-factoren worden ook in bijvoorbeeld BS 7671 gehanteerd.
Twee gescheiden controles
§434 vereist in de praktijk twee onafhankelijke verificaties, die beide moeten slagen:
- Thermische kabeltoets (de adiabatische vergelijking hierboven): kan de kabel de I²t-energie van de kortsluiting doorstaan zonder de isolatie te beschadigen?
- Schakelvermogen van de beveiliging: is het nominale uitschakelvermogen (Icu/Icn) van de beveiligingsautomaat of -zekering groter dan of gelijk aan de prospectieve kortsluitstroom op het installatiepunt?
De ene controle zegt niets over de andere: een beveiliging met voldoende schakelvermogen beschermt zichzelf, maar garandeert niet dat de kabel erachter de doorlaatenergie thermisch overleeft — en andersom.
Waarom dit relevant is naast §523
Een kabel kan volledig correct gedimensioneerd zijn volgens de stroombelastbaarheidstabellen van §523 (Iz ≥ Ib, zie de correctiefactoren- gids) en tóch ondergedimensioneerd zijn voor kortsluiting, als de bovenliggende beveiliging te traag uitschakelt: de doorlaatenergie (I²t) neemt toe naarmate de uitschakeltijd langer is. §434 is daarom een aanvullende, niet-vervangende toets bovenop de ampacity-berekening.
Veelgemaakte fouten
- Alleen §523 (bedrijfsstroom) toetsen en aannemen dat dit ook kortsluitvastheid garandeert — dit zijn twee gescheiden dimensioneringseisen.
- De verkeerde k-factor gebruiken — PVC- en XLPE-geïsoleerde kabels hebben een andere maximale eindtemperatuur en dus een andere k-waarde; verwisseling leidt tot een onder- of overgedimensioneerde doorsnede.
- Alleen het schakelvermogen (Icu/Icn) controleren en de thermische kabeltoets overslaan — beide controles zijn vereist, niet een van de twee.
- De 5-seconden-grens negeren — bij langere uitschakeltijden is de adiabatische aanname (geen warmteafvoer) niet meer geldig en moet een andere berekeningsmethode worden gebruikt.
Gerelateerd
Verder lezen
- §411Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)
- §559Assimilatiebelichting — groepsindeling, RCD-type en beveiliging voor kasverlichting
- §443Overspanningsbeveiliging (SPD)
- §536Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
- NEN-EN 50549WKK-installaties — netaansluiting, beveiliging en anti-eilandbedrijf
- §560Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560