Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560
§560 — Noodverlichting & vluchtwegverlichting
Noodverlichting zorgt ervoor dat een gebouw bij het wegvallen van de normale voeding veilig kan worden verlaten. Voor bedrijfspanden en andere niet-woningbouw is dit geen vrijblijvend extraatje maar een genormeerde eis, met concrete minimumwaarden voor lichtsterkte en inschakeltijd.
Minimale verlichtingssterkte: NEN-EN 1838:2025
Sinds de herziening NEN-EN 1838:2025 (van kracht sinds eind 2024/begin 2025, met onmiddellijke intrekking van de oude versie) gelden aangescherpte kernvereisten voor vluchtwegverlichting:
- Vluchtroute: minimaal 1 lux over de volledige breedte van het pad — niet langer alleen op het hart van het pad, zoals in de vorige versie (NEN-EN 1838:2013) volstond. Bij een vluchtroute breder dan 2 meter mag een randstrook van maximaal 0,5 meter aan weerszijden een lagere sterkte hebben.
- Antipaniekverlichting (open ruimtes waar mensen zich kunnen verzamelen): minimaal 0,5 lux op de vloer.
Let op: een ontwerp dat nog uitgaat van de oude centerline-only 1 lux-eis (NEN-EN 1838:2013) voldoet niet meer aan de huidige norm — controleer bij een lopend of ouder project expliciet tegen welke versie is ontworpen.
Inschakeltijd
Bij het wegvallen van de normale voeding moet de noodverlichting snel reageren:
- Binnen 5 seconden moet minimaal 50% van het vereiste verlichtingsniveau beschikbaar zijn.
- Binnen 60 seconden moet de volledige vereiste lichtsterkte bereikt zijn.
De gangbaar aangehouden minimale werkingsduur van vluchtwegverlichting is 1 uur, voldoende om een gebouw ordelijk te ontruimen.
Twee systeemtypen
- Permanente noodverlichting — de armaturen branden continu, ook tijdens normaal bedrijf, en schakelen niet apart in bij een storing.
- Niet-permanente noodverlichting — de armaturen zijn normaal uitgeschakeld en activeren alleen automatisch bij het wegvallen van de netvoeding.
De keuze tussen beide hangt af van het gebruik van de ruimte — permanente systemen worden vaak toegepast waar de reguliere verlichting al uit kan staan (bijvoorbeeld in een onbemand magazijngedeelte), terwijl niet-permanente systemen gebruikelijker zijn in ruimtes met continue reguliere verlichting.
Vluchtwegpictogrammen: NEN 6088 vervangen door NEN-EN-ISO 7010
De groen-witte "rennend mannetje"-pictogrammen voor vluchtroutes waren in Nederland van oudsher vastgelegd in NEN 6088, met een minimale montagehoogte van doorgaans 2 meter. Die norm is echter al in 2013 ingetrokken (uitgefaseerd tot 2016) wegens tegenstrijdigheid met de internationale symbolenset NEN-EN-ISO 7010; de vervangende norm NEN 3011:2015 verwijst nu naar NEN-EN-ISO 7010 als de geldende pictogrammenset. De overgang is dus in de praktijk al voltooid, niet lopende.
Let op: een installatie die uitsluitend nog met (het inmiddels ingetrokken) NEN 6088-pictogram is uitgerust, voldoet niet meer aan de huidige normering — controleer bij een concreet project altijd tegen de actuele NEN 3011/NEN-EN-ISO 7010-publicatiestatus.
Veelgemaakte fouten
- Noodverlichting alleen als brandveiligheidsonderdeel zien, los van NEN 1010 — de elektrotechnische installatie-eisen (bekabeling, voeding, schakeling) vallen wel degelijk onder de reikwijdte van NEN 1010, naast de specifieke lichttechnische eisen van NEN-EN 1838.
- Alleen de vluchtroute verlichten en de antipaniekverlichting vergeten — in grotere open ruimtes (bijvoorbeeld een kantine of productiehal) is de 0,5 lux-eis voor antipaniekverlichting een afzonderlijke vereiste, niet automatisch gedekt door de vluchtroute- verlichting alleen.
- Uitgaan van een te trage inschakeltijd — de 5-seconden/50%-eis en de 60-seconden/100%-eis zijn concrete ontwerpvereisten voor het te kiezen noodverlichtingssysteem, niet een indicatieve richtlijn.
- Nog ontwerpen op basis van de oude centerline-only 1 lux-eis (NEN-EN 1838:2013) of het ingetrokken NEN 6088-pictogram — beide zijn sinds de herziening resp. intrekking niet meer geldig; een ontwerp dat hierop steunt, kan bij oplevering al achterhaald zijn.
Gerelateerd
Verder lezen
- §559Verlichtingsinstallaties — §559
- §559Assimilatiebelichting — groepsindeling, RCD-type en beveiliging voor kasverlichting
- §551Noodstroomaggregaten & laagspanningsopwekking — §551
- §753Elektrische vloer- en plafondverwarming — NEN 1010 §753
- §544Hoofdvereffening & aarding van grote stalen kasconstructies — §544
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434