Assimilatiebelichting — groepsindeling, RCD-type en beveiliging voor kasverlichting
Assimilatiebelichting — groepsindeling, RCD-type en beveiliging
Assimilatiebelichting (groeilicht) in de glastuinbouw combineert grote aantallen armaturen, hoge vermogensdichtheid en een vochtige, corrosieve omgeving — een combinatie die specifieke aandacht vraagt bij groeps- indeling, aardlekbeveiliging en kabeldimensionering. Deze gids bouwt voort op de losse vermelding in de gids "Top 10 fouten in kasbedrading" en werkt het onderwerp verder uit.
Lekstroom per driver en groepsgrootte
Elke LED-driver heeft een inherente lekstroom naar aarde, doorgaans in de orde van 0,5–1,5 mA per driver. Bij een groep met veel armaturen telt deze lekstroom cumulatief op binnen de groep. Een gangbare praktijkrichtlijn is om de opgetelde achtergrondlekstroom van een groep onder ongeveer 30% van de RCD-aanspreekstroom te houden (bij een 30 mA-RCD dus circa 9 mA), zodat er nog voldoende marge overblijft voor normale spreiding en veroudering zonder ongewenste (nuisance) uitschakeling. Afhankelijk van de werkelijke lekstroom per driver komt dit in de praktijk neer op circa 6 tot 18 armaturen per 30 mA-groep — bij drivers aan de hoge kant van de bandbreedte (1,5 mA) dus aanzienlijk minder dan bij drivers aan de lage kant (0,5 mA). Reken dit per project na op basis van de daadwerkelijke driverdocumentatie in plaats van een vast getal aan te houden.
RCD-type: wanneer type B verplicht is
Niet elk RCD-type is geschikt voor moderne belichtingsgroepen:
- Type A RCD's zijn onvoldoende wanneer de driver of ballast geen ingebouwde detectie van gelijkstroom-lekstromen heeft — een situatie die zich voordoet bij bepaalde oudere HF-voorschakelapparaten (SON-T) en bij sommige LED-driverontwerpen.
- In die gevallen is een type-B RCD vereist, omdat alleen dit type ook gladde gelijkstroom-foutstromen betrouwbaar detecteert.
Controleer bij twijfel de technische documentatie van de gebruikte driver of ballast op de vereiste RCD-typeaanduiding, in plaats van standaard type A toe te passen.
Beveiligingskarakteristiek: B- versus C-curve
Voor reguliere verlichtingsgroepen wordt doorgaans een B-curve installatieautomaat toegepast. Bij assimilatiebelichting met veel LED-drivers kan de inschakelstroom (inrush) van de gezamenlijke groep echter aanzienlijk hoger zijn dan bij traditionele verlichting, wat ongewenste uitschakeling bij het inschakelen van de groep kan veroorzaken. In dat geval wordt vaak overgestapt naar een C-curve automaat, die een hogere kortstondige inschakelstroom toestaat zonder de beveiligings- functie bij een daadwerkelijke kortsluiting te verliezen.
Dimensionering: Ib ≤ In ≤ Iz, met vochtcorrectie
De reguliere NEN 1010-dimensioneringsregel blijft van toepassing:
$$I_b \leq I_n \leq I_z$$
waarbij Ib de ontwerpstroom van de groep is, In de nominale stroom van de beveiliging, en Iz de toelaatbare stroombelastbaarheid van de kabel. Voor kasbekabeling is met name de derating van Iz onder hoge luchtvochtigheid en condensvorming relevant — zie de bestaande gidsen over IP- classificatie en kabeldoorsnede-berekening voor de correctiefactoren die hierbij horen. De praktische ontwerpstroom van een belichtingsgroep volgt uit het geïnstalleerde vermogen per m² vermenigvuldigd met het belichtingsoppervlak, verdeeld over de beschikbare fasen.
Let op: er bestaat geen algemeen toepasbare, kant-en-klare vergelijkingstabel tussen SON-T- en LED-kabeldoorsneden — de werkelijke ontwerpstroom moet per project vanuit het geïnstalleerde vermogen worden berekend, niet van een vaste tabel worden afgelezen.
Veelgemaakte fouten
- Een groep zo groot mogelijk maken zonder de cumulatieve driver- lekstroom mee te wegen — bij grote armaturenaantallen kan de opgetelde lekstroom van de drivers zelf al een aanzienlijk deel van de 30 mA-drempel opsouperen.
- Standaard type-A RCD's toepassen zonder de driverdocumentatie te controleren — bij drivers zonder ingebouwde DC-detectie is een type-B RCD vereist.
- Vasthouden aan een B-curve automaat bij een grote LED-groep met hoge gezamenlijke inschakelstroom — dit kan tot herhaalde ongewenste uitschakeling leiden; een C-curve is dan vaak passender.
- De vochtcorrectie op de kabeldoorsnede vergeten — een kasomgeving met hoge luchtvochtigheid en condensvorming vraagt om een lagere toelaatbare Iz dan dezelfde kabel in een droge omgeving.
Gerelateerd
Verder lezen
- §559Verlichtingsinstallaties — §559
- NEN-EN-IEC 62305Bliksembeveiliging voor kassencomplexen — risicoanalyse en beschermingsniveau
- §536Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
- NEN-EN 50549WKK-installaties — netaansluiting, beveiliging en anti-eilandbedrijf
- §560Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434