Kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid
§523 — Kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid
De stroombelastbaarheid Iz van een kabel is de maximale stroom die de
kabel continu mag voeren zonder de toegestane geleidertemperatuur te
overschrijden. Het ontwerpprincipe is simpel te onthouden, de uitwerking
zit in de correctiefactoren:
Ib ≤ In ≤ Iz — de belastingsstroom (Ib) mag nooit groter zijn dan de nominale stroom van de beveiliging (In), die op zijn beurt nooit groter mag zijn dan de stroombelastbaarheid van de kabel (Iz).
De basisformule
Iz = Itabel × f1 × f2 × f3
- Itabel — de tabelwaarde uit NEN 1010 bijlage (afhankelijk van geleidermateriaal, isolatietype en installatiemethode), geldig bij referentie-omstandigheden: 30 °C omgevingstemperatuur, één enkele kabel, geen extra thermische isolatie.
- f1 — correctiefactor voor omgevingstemperatuur (afwijkend van 30 °C).
- f2 — correctiefactor voor bundeling/groepering met andere kabels.
- f3 — correctiefactor voor thermische isolatie rondom de kabel (bv. spouwisolatie, vloerisolatie).
Bij afwijkende omstandigheden op meerdere vlakken tegelijk (warme technische ruimte + gebundelde kabels) worden de factoren met elkaar vermenigvuldigd — de daling in Iz stapelt snel op.
Referentie-installatiemethoden
De tabelwaarde Itabel hangt sterk af van hoe de kabel is aangelegd:
| Methode | Omschrijving | Effect |
|---|---|---|
| A1 | Kabel in geïsoleerde wand/leiding, ingebouwd | Slechtste warmteafvoer → laagste Iz bij gelijke doorsnede. |
| B1 | Kabel in buis/kanaal tegen een muur | Betere warmteafvoer dan A1. |
| C | Kabel direct op/tegen de muur (geen buis) | Nog betere warmteafvoer. |
| E | Kabel op kabelgoot/-ladder in vrije lucht | Beste warmteafvoer → hoogste Iz bij gelijke doorsnede. |
Praktisch gevolg: dezelfde 2,5 mm²-kabel heeft een hogere toegestane stroom op een open kabelgoot (E) dan diezelfde kabel ingebouwd in een geïsoleerde wand (A1) — bij twijfel over de installatiemethode altijd de conservatievere (lagere) tabelwaarde aanhouden.
Correctiefactoren in de praktijk
- f1 (temperatuur): in een technische ruimte of zolder die structureel warmer is dan 30 °C (bv. bij een cv-ketel of onder een schuin dak in de zomer) daalt f1 onder 1,0 — de kabel moet dan zwaarder gedimensioneerd worden dan de tabelwaarde suggereert.
- f2 (bundeling): meerdere stroomvoerende kabels naast elkaar in dezelfde buis of goot beperken elkaars warmteafgifte. Hoe meer kabels gebundeld, hoe lager f2 — bij grote bundels (>9 circuits) kan f2 onder 0,5 zakken.
- f3 (thermische isolatie): een kabel die volledig is ingepakt in isolatiemateriaal (bv. spouwmuurisolatie achteraf aangebracht) kan zijn warmte niet meer kwijt — dit is een veelvoorkomende, vaak over het hoofd geziene reductiefactor bij renovaties.
Veelgemaakte fouten
- Alleen de tabelwaarde gebruiken zonder correctiefactoren toe te passen — leidt tot overbelaste kabels die warmer worden dan de isolatie toelaat, met versnelde veroudering of brandrisico als gevolg.
- Kabeldoorsnede baseren op de MCB-waarde in plaats van andersom — de volgorde is: bepaal Ib → kies Iz (kabel) ≥ Ib → kies In (automaat) tussen Ib en Iz, niet omgekeerd.
- Bundeling bij renovatie vergeten — een kabel die oorspronkelijk vrij liep en later wordt bijgelegd in een bestaande, al gevulde buis krijgt een lagere f2 dan bij de oorspronkelijke berekening.
- Spanningsval niet apart controleren — een kabel kan qua Iz toereikend zijn maar bij lange lengtes toch een te hoge spanningsval geven (zie spanningsval-berekening in de examenvragen-gids).