NEN-Hub
🔍
§443

Overspanningsbeveiliging (SPD)

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

§443 — Overspanningsbeveiliging (SPD)

Een SPD (Surge Protective Device, overspanningsbeveiliging) beschermt een installatie tegen tijdelijke overspanningen van atmosferische oorsprong (blikseminslag, ook op afstand) of van schakeloorsprong (bijvoorbeeld het uitschakelen van grote inductieve lasten). Dit is een ander risico dan waar een RCD (§531) of aardlekbeveiliging tegen beschermt — een SPD grijpt niet in bij een aardfout, maar begrenst een kortstondige spanningspiek op het net.

Wanneer is een SPD verplicht?

NEN 1010 §443 stelt overspanningsbeveiliging verplicht wanneer de gevolgen van een overspanning raken aan:

  1. Mensenlevens — bijvoorbeeld hulpdiensten, medische voorzieningen.
  2. Publieke voorzieningen en erfgoed — bijvoorbeeld dataloss bij datacenters, schade aan musea.
  3. Commerciële of industriële activiteit — hotels, banken, industrie.
  4. Grote groepen mensen — grote kantoorgebouwen, scholen.

De risicobeoordeling van §443.5

Valt een installatie niet automatisch onder bovenstaande categorieën? Dan moet een risicobeoordeling volgens §443.5 worden uitgevoerd — een berekeningsmethode met een calculated risk level (CRL) die bepaalt of bescherming nodig is.

Belangrijk (fail-safe-regel): wordt deze risicobeoordeling niet uitgevoerd, dan moet de installatie ondanks het ontbreken van een berekening tóch worden voorzien van overspanningsbeveiliging. Het overslaan van de risicobeoordeling is dus geen manier om onder de eis uit te komen — het heeft het tegenovergestelde effect.

Type 1, 2 en 3 (§534)

De keuze en plaatsing van het SPD-type wordt behandeld in §534, en installateurs verwarren dit vaak met §443 (de vraag of een SPD nodig is) terwijl §534 de vraag beantwoordt welk type en waar:

TypeBeschermt tegenPlaatsing
Type 1Directe blikseminslag (hoge stroomimpuls, 10/350 µs)Bij de oorsprong van de installatie, vaak gecombineerd met een bliksembeveiligingssysteem (LPS) op het gebouw.
Type 2Geïnduceerde/indirecte overspanning (8/20 µs)In de hoofdverdeler — de meest voorkomende toepassing in woningen en kleine bedrijfspanden.
Type 3Restspanning dicht bij gevoelige apparatuurVlak bij het te beschermen toestel, als aanvulling op een type 1 of 2 verderop in de installatie — nooit als enige beveiliging.

Combinatie type 1+2 (of een gecombineerd toestel) is gebruikelijk bij gebouwen met een eigen bliksembeveiligingssysteem; alleen type 2 volstaat doorgaans bij een gewone netaansluiting zonder eigen LPS.

Praktijkvoorbeeld — PV-installatie

Bij zonnepaneelsystemen (§712) is overspanningsbeveiliging extra relevant: lange DC-kabeltracés over het dak vergroten het geïnduceerde-lus-oppervlak bij een blikseminslag in de buurt. Zie de aanbevelingen voor type-2 AC- en DC-SPD's in de PV-gids.

Veelgemaakte fouten

  1. Overspanningsbeveiliging verwarren met aardlekbeveiliging — een RCD detecteert lekstroom naar aarde, een SPD begrenst een spanningspiek; de twee vervangen elkaar niet.
  2. Geen risicobeoordeling én geen SPD — de wettelijke default bij het ontbreken van een §443.5-beoordeling is juist wél SPD plaatsen, niet andersom.
  3. Alleen type 3 plaatsen bij een stopcontact-adapter, in de veronderstelling dat dit voldoende bescherming biedt voor de hele installatie — type 3 werkt alleen als aanvulling, dicht bij het apparaat, na een type 1/2 verderop.
  4. SPD-plaatsing (§534) verwarren met de toepassingsplicht (§443) — een installateur die alleen naar §534 kijkt, mist mogelijk dat de toepassing al verplicht was volgens §443.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Overspanningsbeveiliging (SPD) · NEN-Hub