Aardlekschakelaars (RCD)
§531 — Aardlekschakelaars (Residual Current Devices)
Types
| Type | Detecteert | Toepassing |
|---|---|---|
| AC | Wisselstroom (sinus) | Verouderd, niet meer toegestaan voor nieuwe installaties |
| A | Wisselstroom + pulserende DC | Standaard voor woningen |
| F | A + hoogfrequente componenten | Frequentie-omvormers (1-fase) |
| B | A + zuivere DC | Laadpalen, frequentie-omvormers (3-fase) |
Drempelwaarden
- 30 mA — persoonlijke beveiliging in woningen, badkamers, buiten (§411.3.3, §701, §708).
- 100 / 300 mA — brandbeveiliging in landbouw (§705), industrie.
- 500 mA — alleen distributie, geen persoonsbescherming.
NEN 1010 stelt expliciet: elke wandcontactdoos tot en met 32 A voor algemeen gebruik moet zijn beveiligd met een aanvullende bescherming van maximaal 30 mA — dit geldt dus niet alleen in woningen, maar voor alle circuits met dit type aansluitpunt, ongeacht de ruimte.
ALS of ALA — het schemasymbool herkennen
Op een schema of in een verdeler zijn een aardlekschakelaar (ALS, alleen differentieelbeveiliging) en een aardlekautomaat (ALA/RCBO, differentieel + overstroombeveiliging in één) te onderscheiden zonder het apparaat zelf te openen:
- ALS — het symbool toont alleen de differentiaalstroom-balk, zonder de gebogen S-curve/rechthoek van een automaat en zonder een B/C/D-letter. De aangegeven ampèrewaarde is de doorlaatstroom (de maximale stroom die het apparaat mag doorlaten), geen thermische beveiligingswaarde.
- ALA (RCBO) — combineert het automaatsymbool (met B/C/D-letter) mét het differentieelsymbool in één blok. De ampèrewaarde is hier wél de nominale stroom
Invan de geïntegreerde automaat.
Verwar deze twee niet bij het lezen van een schema: een ALS beschermt geen kabel tegen overbelasting, een ALA wel.
Testen met de installatietester
Een RCD wordt met een installatietester op drie punten gecontroleerd, niet slechts één:
- Bij I∆n (de nominale aanspreekstroom) moet de RCD uitschakelen binnen ≤ 300 ms.
- Bij 5 × I∆n moet de RCD sneller uitschakelen: ≤ 40 ms.
- Bij ½ × I∆n mag de RCD niet uitschakelen — een RCD die hier al aanspreekt, is te gevoelig afgesteld of defect en veroorzaakt onterechte uitval.
- Een selectief type S RCD schakelt vertraagd, tussen 130–500 ms, zodat een onderliggende snelle RCD eerst de kans krijgt uit te schakelen.
Naast deze meting met de installatietester blijft de handmatige test-knop (T-knop) op het apparaat zelf een aparte, eenvoudigere controle — een bedieningshandeling die ook door een leek mag worden uitgevoerd, minimaal elk half jaar.
Praktische installatie
- RCD vóór de eindgroepen, ná de hoofdzekering.
- Test-knop minimaal 1×/half jaar (advies: kwartaal).
- Geen N-geleider delen tussen verschillende RCD-groepen.
- Cumulatieve lekstromen moeten < 30 % van I∆n blijven, anders type B of meerdere RCDs.