NEN-Hub
🔍
§531

Aardlekschakelaars (RCD)

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

§531 — Aardlekschakelaars (Residual Current Devices)

Types

TypeDetecteertToepassing
ACWisselstroom (sinus)Verouderd, niet meer toegestaan voor nieuwe installaties
AWisselstroom + pulserende DCStandaard voor woningen
FA + hoogfrequente componentenFrequentie-omvormers (1-fase)
BA + zuivere DCLaadpalen, frequentie-omvormers (3-fase)

Drempelwaarden

  • 30 mA — persoonlijke beveiliging in woningen, badkamers, buiten (§411.3.3, §701, §708).
  • 100 / 300 mA — brandbeveiliging in landbouw (§705), industrie.
  • 500 mA — alleen distributie, geen persoonsbescherming.

NEN 1010 stelt expliciet: elke wandcontactdoos tot en met 32 A voor algemeen gebruik moet zijn beveiligd met een aanvullende bescherming van maximaal 30 mA — dit geldt dus niet alleen in woningen, maar voor alle circuits met dit type aansluitpunt, ongeacht de ruimte.

ALS of ALA — het schemasymbool herkennen

Op een schema of in een verdeler zijn een aardlekschakelaar (ALS, alleen differentieelbeveiliging) en een aardlekautomaat (ALA/RCBO, differentieel + overstroombeveiliging in één) te onderscheiden zonder het apparaat zelf te openen:

  • ALS — het symbool toont alleen de differentiaalstroom-balk, zonder de gebogen S-curve/rechthoek van een automaat en zonder een B/C/D-letter. De aangegeven ampèrewaarde is de doorlaatstroom (de maximale stroom die het apparaat mag doorlaten), geen thermische beveiligingswaarde.
  • ALA (RCBO) — combineert het automaatsymbool (met B/C/D-letter) mét het differentieelsymbool in één blok. De ampèrewaarde is hier wél de nominale stroom In van de geïntegreerde automaat.

Verwar deze twee niet bij het lezen van een schema: een ALS beschermt geen kabel tegen overbelasting, een ALA wel.

Testen met de installatietester

Een RCD wordt met een installatietester op drie punten gecontroleerd, niet slechts één:

  • Bij I∆n (de nominale aanspreekstroom) moet de RCD uitschakelen binnen ≤ 300 ms.
  • Bij 5 × I∆n moet de RCD sneller uitschakelen: ≤ 40 ms.
  • Bij ½ × I∆n mag de RCD niet uitschakelen — een RCD die hier al aanspreekt, is te gevoelig afgesteld of defect en veroorzaakt onterechte uitval.
  • Een selectief type S RCD schakelt vertraagd, tussen 130–500 ms, zodat een onderliggende snelle RCD eerst de kans krijgt uit te schakelen.

Naast deze meting met de installatietester blijft de handmatige test-knop (T-knop) op het apparaat zelf een aparte, eenvoudigere controle — een bedieningshandeling die ook door een leek mag worden uitgevoerd, minimaal elk half jaar.

Praktische installatie

  1. RCD vóór de eindgroepen, ná de hoofdzekering.
  2. Test-knop minimaal 1×/half jaar (advies: kwartaal).
  3. Geen N-geleider delen tussen verschillende RCD-groepen.
  4. Cumulatieve lekstromen moeten < 30 % van I∆n blijven, anders type B of meerdere RCDs.

Verder lezen

Verwante termen
Aardlekschakelaars (RCD) · NEN-Hub