Aarding en aardingsstelsels (TN, TT, IT)
Deze pagina is nog niet door een vakbekwaam persoon inhoudelijk gecontroleerd. Controleer altijd de geldende norm en je eigen aanwijzing; dit is geen vervanging van NEN 3140 of NEN 1010.
§411.3.1 — Aarding en aardingsstelsels
Beschermende aarding zorgt dat geleidende delen van apparatuur (de "behuizing") naar aarde worden afgevoerd, zodat een defect (bijvoorbeeld een doorgeslagen isolatie) niet leidt tot een gevaarlijke spanning op aanraakbare delen.
Kleurcodering volgens NEN 1010
- Bruin: fase (L)
- Blauw: nul (N)
- Groen/geel: beschermingsleiding (PE)
Voor TN-C-S installaties: PE en N zijn gescheiden vanaf het splitspunt.
De vijf stroomstelsels (aardingssystemen)
NEN 1010 onderscheidt vijf stroomstelsels, herkenbaar aan een tweeletter/drieletter-code die aangeeft hoe de voeding en de behuizing (het exposed-conductive-part) ten opzichte van aarde zijn aangesloten:
| Stelsel | Voeding t.o.v. aarde | PE/N-uitvoering | Typisch gebruik |
|---|---|---|---|
| TN-S | Eén punt direct geaard | PE en N gescheiden over de volledige installatie | Nieuwbouw, industriële installaties — voorkeur omdat er geen stroom over PE loopt en RCD's correct werken |
| TN-C | Eén punt direct geaard | PE en N gecombineerd in één PEN-geleider | Alleen toegestaan vóór het splitspunt; niet in eindgroepen |
| TN-C-S | Eén punt direct geaard | PEN vanaf de netbeheerder, gesplitst in PE en N bij de meterkast | Meest voorkomend in Nederlandse woningen |
| TT | Eén punt direct geaard | Eigen aarde-elektrode bij de installatie, los van de netaarde | Tijdelijke installaties, plekken zonder betrouwbare PEN-aarde (kassen: zie voorbeeld hieronder) — altijd met RCD |
| IT | Geen directe aarding, of via hoge impedantie | Losstaand van aarde; eerste fout leidt niet meteen tot uitschakeling | Ziekenhuizen (OK's), industriële continuprocessen waar uitval van de eerste fout onwenselijk is |
Vuistregel voor het examen: "1010 bouwt, 3140 werkt" — het stelsel wordt bij het ontwerp (NEN 1010) gekozen; TN-S heeft de voorkeur in oefenopstellingen en nieuwbouw omdat de gescheiden PE geen lekstroom voert en een RCD daardoor betrouwbaar aanspreekt.
Praktijkvoorbeeld — kasinstallatie (greenhouse)
Het stelsel in een kas of tuinbouwbedrijf hangt af van de voeding en het ontwerp: bij een eigen transformator is TN-S gebruikelijk; bij aansluiting op het openbare laagspanningsnet volgt het stelsel uit de aansluiting (soms TT, vooral als er geen betrouwbare PEN-aarde beschikbaar is). Controleer het stelsel altijd ter plekke. Voor TT is een aardlekschakelaar (zie §531) verplicht.
Veelgemaakte fouten
- Een metalen water- of gasleiding gebruiken als aardelektrode of als PE-geleider. Zulke leidingen horen juist wél op de hoofdpotentiaalvereffening te worden aangesloten (NEN 1010 411.3.1.2); ze mogen alleen niet zelf de aarding of de beschermingsleiding vormen.
- N en PE stroomafwaarts van het splitspunt opnieuw met elkaar verbinden. Op het splitspunt zelf is de verbinding normaal: daar wordt de PEN op de PE-rail aangesloten en vanaf die rail overbrugd naar N. Daarna moeten N en PE gescheiden blijven; anders voert N een deel van de PE-stroom en werken aardlekschakelaars niet meer correct.
- Vergeten beschermingsleiding op verlichtingsarmaturen klasse I.
Gerelateerd
- §411.3.2 — Automatische uitschakeling van de voeding
- §531 — Aardlekschakelaars
- Aderkleuren (NEN-EN-IEC 60445)
Verder lezen
- §444EMC — scheiding van voedings- en datakabels (§444)
- NEN-EN-IEC 61557-8IT-stelsel en isolatiebewaking (IMD) — eerstefoutdetectie
- §411.6IT-stelsel — uitschakeling bij een tweede fout (§411.6)
- §413.3Elektrische scheiding (§413.3) — een scheidingstransformator als beschermingsmaatregel zonder aarding
- §531Aardlekschakelaars (RCD)
- §542Aardelektroden — funderingsaarder, staafaarder en ringaarder (§542)