NEN-Hub
🔍
NEN 1010 §534.4

SPD-cascadering en energiecoördinatie (Type 1/2/3)

Het principe dat wanneer meerdere overspanningsbeveiligingen (SPD's) van verschillende types in serie in een installatie zijn geplaatst — bijvoorbeeld een Type 1 bij de hoofdaansluiting, een Type 2 in de groepenkast en een Type 3 vlak bij gevoelige apparatuur — deze onderling zodanig op elkaar afgestemd moeten zijn (gecoördineerd) dat de resterende energie die de bovenliggende trap doorlaat, niet groter is dan de onderliggende SPD veilig kan verwerken. Zonder correcte energiecoördinatie, vaak aangetoond via fabrikantentabellen of een minimale kabellengte tussen de trappen, kan een SPD dichter bij de belasting overbelast raken terwijl de bovenliggende SPD nog niet heeft aangesproken, met falen of zelfs brand van de onderliggende beveiliging tot gevolg. NEN 1010 vereist bij toepassing van cascaderende SPD's een aantoonbare coördinatie, niet slechts de aanwezigheid van meerdere trappen op zich.

Praktijkvoorbeeld

Bij een nieuwbouwproject met een Type 1-SPD op de hoofdaansluiting en een Type 2-SPD in de groepenkast controleert de installateur in de fabrikantendocumentatie of de gecombineerde toepassing gecoördineerd is verklaard, of dat een minimale kabellengte tussen beide SPD's moet worden aangehouden.

Veel-gemaakte fout

Ervan uitgaan dat het plaatsen van een Type 1- en een Type 2-SPD in dezelfde installatie automatisch een goede beveiliging oplevert, zonder te controleren of beide onderling energetisch gecoördineerd zijn volgens de fabrikantspecificaties.

Zie ook

Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська