NEN-Hub
🔍
§411.3.1.2

Hoofdvereffening — welke vreemd geleidende delen moeten worden aangesloten (§411.3.1.2)

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Hoofdvereffening — welke vreemd geleidende delen moeten worden aangesloten (§411.3.1.2)

De gids over beschermende aarding (§411) noemt als veelgemaakte fout dat de PE ooit (vóór 1980) op de water- of gasleiding werd aangesloten — wat sindsdien verboden is als beschermingsmaatregel. Dat is echter niet hetzelfde als de hoofdvereffening van §411.3.1.2: het verbinden van vreemd geleidende delen met de hoofdaardklem, niet om aarde via die leiding af te voeren, maar om te voorkomen dat een leiding die van buiten het gebouw binnenkomt een ander potentiaal heeft dan de rest van de installatie bij een fout. Deze gids behandelt welke delen dat zijn, en waar de verbinding moet worden gemaakt.

Wat is een vreemd geleidend deel?

Een vreemd geleidend deel (Engels: extraneous-conductive-part) is een geleidend deel dat geen onderdeel is van de elektrische installatie, maar dat een potentiaal — doorgaans aardpotentiaal — het gebouw kan binnenbrengen. Typische voorbeelden:

  • Metalen waterleiding bij binnenkomst in het gebouw.
  • Metalen gasleiding bij binnenkomst in het gebouw.
  • Metalen cv-leidingwerk en luchtbehandelingskanalen die het gebouw doorkruisen.
  • Blootgestelde metalen constructiedelen van het gebouw (stalen draagconstructie, wapeningsstaal voor zover toegankelijk).
  • Metalen liftrails, voor zover toegankelijk voor aanraking.

Voor het onderscheid met de eisen aan de doorsnede van de vereffeningsleiding zelf (½ van de grootste PE-doorsnede, min. 6 mm², max. 25 mm² Cu) — zie de gids over hoofdvereffening bij kasconstructies, die diezelfde §544-doorsnederegel toepast op een stalen kasskelet. Dat artikel gaat over de dikte van de verbinding; dit artikel gaat over welke delen die verbinding nodig hebben en waar.

Wat hoeft niet te worden aangesloten

  • Een kunststof leiding die het gebouw binnenkomt draagt geen aardpotentiaal en hoeft niet te worden vereffend.
  • Een leidinggedeelte stroomafwaarts van een geïsoleerde koppeling (bijvoorbeeld een kunststof overgangsstuk in een verder metalen gasleiding) is elektrisch onderbroken van het binnenkomende deel en vereist geen aparte vereffening, mits die onderbreking betrouwbaar blijft.
  • Een geïsoleerd metalen onderdeel dat niet met aarde in verbinding staat en niet gelijktijdig aanraakbaar is met een geaard deel, is geen vreemd geleidend deel in de zin van §411.3.1.2 — al vraagt die beoordeling in de praktijk voorzichtigheid: schijnbare isolatie kan na verloop van tijd (vocht, corrosie) een geleidend pad worden.

Waar de verbinding moet worden gemaakt

De hoofdvereffeningsverbinding moet zo dicht mogelijk bij het punt van binnenkomst van de leiding in het gebouw worden gemaakt, en vóór elke aftakking, afsluiter of watermeter — zodat het volledige interne leidingnet, ongeacht latere aftakkingen, op hetzelfde potentiaal wordt gebracht als de hoofdaardklem. Een vereffeningsklem die pas ná een aftakking wordt geplaatst, laat het deel vóór die aftakking mogelijk buiten de vereffening.

Praktische relevantie

Bij oplevering van een nieuwe installatie, of bij een NEN 3140-inspectie van een bestaand pand, is het nagaan van de hoofdvereffening een terugkerend controlepunt: is elke leiding die van buiten komt (water, gas, cv) vereffend, zit de klem vóór de eerste aftakking, en is de vereffeningsleiding zelf op de juiste doorsnede gedimensioneerd? Een later toegevoegde metalen leiding — bijvoorbeeld een nieuwe cv-ketel met metalen rookgasafvoer, of nieuw luchtbehandelingskanaalwerk — moet alsnog in het vereffeningsschema worden opgenomen; dit wordt bij verbouwingen regelmatig vergeten.

Veelgemaakte fouten

  1. Alleen de waterleiding vereffenen en de gasleiding of het cv-leidingwerk overslaan — elk vreemd geleidend deel dat het gebouw binnenkomt vereist een eigen vereffeningsverbinding, niet alleen de meest voor de hand liggende.
  2. De vereffeningsklem ná een aftakking, afsluiter of watermeter plaatsen in plaats van ervóór — het deel vóór de klem blijft dan buiten de vereffening.
  3. Hoofdvereffening verwarren met de bijkomende (supplementaire) vereffening — hoofdvereffening gebeurt eenmalig bij de oorsprong van de installatie voor het hele gebouw; bijkomende vereffening is lokaal en geldt voor specifieke ruimten met verhoogd risico (zoals badkamers) wanneer de basis- en foutbeschermingsvoorwaarden daar niet op andere wijze zijn gegarandeerd.
  4. Een later toegevoegd metalen leidingdeel niet opnemen in de hoofdvereffening — bijvoorbeeld nieuw luchtbehandelingskanaalwerk of een nieuwe metalen rookgasafvoer die bij een verbouwing is toegevoegd, maar niet is meegenomen in de bestaande vereffening.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Hoofdvereffening — welke vreemd geleidende delen moeten worden aangesloten (§411.3.1.2) · NEN-Hub