Thermografische severiteitsclassificatie (ΔT-methode)
Systematiek om bij een thermografische inspectie de ernst van een gevonden temperatuurafwijking te beoordelen aan de hand van het temperatuurverschil (ΔT) tussen de onderzochte component en een vergelijkbaar, gezond referentiepunt (bijvoorbeeld een identieke fase in dezelfde kast) of de omgevingstemperatuur, onder vergelijkbare belastingscondities. Gangbare drempelwaarden zijn: ΔT 1-10 °C = monitoren bij volgende ronde inspectie, ΔT 10-25 °C = matige verslechtering, herstel binnen redelijke termijn inplannen, ΔT 25-40 °C = ernstig, herstel op korte termijn noodzakelijk, en ΔT >40 °C = kritiek, direct handelen vereist wegens reëel brandrisico. Deze classificatie voorkomt dat een inspecteur uitsluitend op de absolute temperatuur afgaat, die sterk kan variëren met de actuele belasting, en zorgt voor een onderbouwde, reproduceerbare prioritering van herstelacties in het inspectierapport.
Bij een thermografische ronde meet de inspecteur op een hoofdautomaat 68 °C terwijl de twee andere fasen 40 °C aangeven onder gelijke belasting; het ΔT van 28 °C valt in de categorie 'ernstig', dus wordt binnen twee weken een herstelactie ingepland.
Een gemeten temperatuur van 55 °C zonder meer als 'te hoog' bestempelen zonder de belasting op het moment van meten en het ΔT ten opzichte van een gezonde referentiefase te bepalen — bij lage belasting kan diezelfde 55 °C juist op een ernstig probleem wijzen, terwijl bij volle belasting 55 °C normaal kan zijn.
Zie ook
- → Inspectie Thermografisch onderzoek & NTA 8220 — brandrisicoklasse
- → IEC 60364-6 / NEN-EN-IEC 61557-4 Continuïteitsmeting van de beschermingsleiding — de R1+R2-methode
- → IEC 60085 (Montsinger) Isolatieklassen en thermische veroudering — de vuistregel van Montsinger (10°C halveert de levensduur)
- → PBM PBM voor elektrotechnisch werk — overzicht en classificaties
- → IEC 60898-1 Thermische uitschakelkarakteristiek automaat — waarom omgevingstemperatuur de nominale waarde verschuift
- → IEC 61140 Beschermingsklasse I, II en III — IEC 61140