Emissiecoëfficiënt (thermografie)
Getal tussen 0 en 1 dat aangeeft hoe goed het oppervlak van een materiaal infraroodstraling uitzendt ten opzichte van een ideale zwarte straler (emissiecoëfficiënt 1,0). Bij thermografische inspecties van schakelinstallaties (NEN 3140 §5) moet de emissiecoëfficiënt op de camera worden ingesteld passend bij het geïnspecteerde materiaal (bijvoorbeeld geoxideerd koper ≈0,7, blank aluminium ≈0,1-0,2); een verkeerde instelling geeft een onjuiste, misleidende temperatuuraflezing.
Bij het thermografisch inspecteren van blanke aluminium rails wordt eerst een stukje matzwarte tape opgeplakt en die plek als referentiepunt gebruikt, omdat blank aluminium een te lage en onbetrouwbare emissiecoëfficiënt heeft voor een directe meting.
De camera op de standaard emissiecoëfficiënt (vaak 0,95) laten staan bij het inspecteren van glimmend, ongeoxideerd metaal — de weergegeven temperatuur is dan veel te laag en een beginnende hotspot wordt gemist.
Zie ook
- → §5 RI&E voor elektrische arbeidsmiddelen
- → Inspectie Thermografisch onderzoek & NTA 8220 — brandrisicoklasse
- → IEC 61230 (aardingsset) Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230
- → Inspectie Aardlekschakelaar beproeven — triptijd en aanspreekstroom (NEN-EN-IEC 61557-6)
- → Inspectie ATEX & explosiegevaarlijke zones — indeling en inspectie
- → IEC 60079-14 ATEX-kabelinvoeringen — waarom een Ex e-wartel niet zomaar op een Ex d-omhulling past