NEN-Hub
🔍
Praktijk / IEC 60947-2

Primaire versus secundaire injectietest bij vermogensschakelaars — wat elke testmethode wel en niet controleert

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Primaire versus secundaire injectietest bij vermogensschakelaars — wat elke testmethode wel en niet controleert

De gids over LSI(G)-instellingen van een vermogensschakelaar behandelt hoe de trip-parameters (Ir/tr, Isd/tsd, Ii, Ig/tg) van een elektronische trip-unit worden ingesteld, en de [gids over MCCB versus installatieautomaat](/guides/nen-3140/vermogensschakelaar-mccb-vs-automaat) behandelt het onderscheid tussen beide schakelaartypen. Dit artikel behandelt een vervolgvraag: hoe wordt na het instellen daadwerkelijk geverifieerd dat de vermogensschakelaar en zijn beveiliging correct functioneren, en waarom bestaan daarvoor twee wezenlijk verschillende testmethoden?

Secundaire injectietest: alleen het relais en zijn bedrading

Bij een secundaire injectietest wordt een testsignaal (stroom of spanning) rechtstreeks ingevoerd aan de secundaire zijde van het beveiligingscircuit — dus direct op de ingang van het beveiligingsrelais of de elektronische trip-unit, vóórbij de stroomtransformator (CT). Dit controleert of het relais zelf correct reageert op het ingestelde testsignaal (bijvoorbeeld: schakelt de Ii-instelling bij de juiste stroomwaarde uit), en of de bedrading tussen relais en trip-spoel functioneert. Een secundaire injectietest test niet de CT zelf, de bedrading tussen CT en relais, en evenmin de daadwerkelijke fysieke uitschakeling door de vermogensschakelaar onder een reële, hoge stroom.

Primaire injectietest: de volledige beveiligingsketen

Bij een primaire injectietest wordt een werkelijke, hoge teststroom (vaak honderden tot duizenden ampère, geleverd door een gespecialiseerde primaire-injectietestset) door de volledige primaire stroombaan gevoerd: door de primaire wikkeling van de stroomtransformator, via de secundaire wikkeling en de bedrading naar het relais, en uiteindelijk naar de trip-spoel die de vermogensschakelaar daadwerkelijk laat uitschakelen. Dit is de enige testmethode die de gehele keten — inclusief eventuele bedradingsfouten tussen CT en relais, een verkeerd aangesloten of verkeerd gedimensioneerde CT, en de daadwerkelijke mechanische werking van de schakelaar zelf — in één test aantoont.

Waarom niet altijd primair testen?

Een primaire injectietest vergt gespecialiseerde, zware en dure testapparatuur (in staat om de vereiste hoge teststroom te leveren), en vereist bovendien dat de betreffende stroombaan volledig buiten bedrijf wordt genomen — dit is dan ook doorgaans niet praktisch voor routinematig periodiek onderhoud. Een secundaire injectietest is sneller, vergt eenvoudiger en compactere apparatuur, en richt zich specifiek op het relais zelf — waardoor deze methode in de praktijk vaker wordt toegepast voor periodieke controles, terwijl een primaire injectietest doorgaans is voorbehouden aan inbedrijfstelling (om bedradingsfouten tussen CT en relais te ontdekken die bij nieuwbouw of een wijziging kunnen zijn gemaakt) of aan een grondig storingsonderzoek.

Praktische relevantie

Bij het opstellen van een testplan voor vermogensschakelaars moet expliciet worden gekozen welke methode past bij het doel van de test: een primaire injectietest bij inbedrijfstelling van een nieuwe of gewijzigde beveiligingsketen (om CT-bedradingsfouten uit te sluiten die een secundaire test niet kan aantonen), en een secundaire injectietest voor periodieke controle van de relais-instellingen zelf. Beide methoden samen gebruiken op het juiste moment geeft de meest volledige zekerheid over de werking van de beveiligingsketen.

Veelgemaakte fouten

  1. Aannemen dat een secundaire injectietest de volledige beveiligingsketen aantoont — deze test slaat de CT en de bedrading tussen CT en relais volledig over.
  2. Geen primaire injectietest uitvoeren bij inbedrijfstelling van een nieuwe installatie — juist op dat moment zijn bedradingsfouten tussen CT en relais het meest waarschijnlijk, en een secundaire test kan deze niet aan het licht brengen.
  3. Een primaire injectietest proberen uit te voeren als routinematige periodieke controle zonder rekening te houden met de benodigde uitschakeling van de installatie en de zwaardere testapparatuur — in de praktijk is dit voor periodiek onderhoud vaak niet haalbaar.
  4. De testresultaten van een secundaire injectietest interpreteren als bewijs dat de vermogensschakelaar bij een reële fout daadwerkelijk zal uitschakelen — de mechanische, fysieke uitschakeling wordt alleen door een primaire injectietest (of een reële fout) daadwerkelijk beproefd.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Primaire versus secundaire injectietest bij vermogensschakelaars — wat elke testmethode wel en niet controleert · NEN-Hub