Deurvergrendeling en interlock-schakelaars — vier typen volgens ISO 14119
Deurvergrendeling en interlock-schakelaars — vier typen volgens ISO 14119
De gids over ISO 13849-1 performance levels behandelt hoe een veiligheidsfunctie wordt beoordeeld op betrouwbaarheid. Dit artikel behandelt een concreet type veiligheidscomponent waarmee die beoordeling in de praktijk vaak samenhangt: de interlock-schakelaar (positieschakelaar) op een beweegbare afscherming (deur, klep, hek), zoals geclassificeerd in ISO 14119.
Vier typen interlock-schakelaars
ISO 14119 onderscheidt vier hoofdtypen, oplopend in weerstand tegen opzettelijke omzeiling:
| Type | Werkingsprincipe | Voorbeeld | Kwetsbaarheid |
|---|---|---|---|
| Type 1 — mechanisch, ongecodeerd | Een positieschakelaar die door een nok of arm op de deur wordt bediend | Rolpenschakelaar, scharnierschakelaar | Elk voorwerp dat de plunjer indrukt (zelfs een schroevendraaier) simuleert een gesloten afscherming |
| Type 2 — mechanisch, gecodeerd | Een specifiek gevormde sleutel/actuator moet in de schakelaarkop passen | Tongschakelaar met profielsleutel | Moeilijker te omzeilen dan type 1, maar een gelijkvormige sleutel van een ander exemplaar werkt vaak ook |
| Type 3 — contactloos, ongecodeerd | Detecteert de aanwezigheid van een simpel object (magneet, metaal) zonder codering | Reedschakelaar met gewone magneet, inductieve sensor | Tolerant voor vervuiling en uitlijnfouten, maar te omzeilen met elke geschikte magneet of metalen plaatje |
| Type 4 — contactloos, gecodeerd | Reageert alleen op een uniek gecodeerd actuatorsignaal | RFID- of gecodeerde-magneet-sensor | Reageert in de praktijk vaak alleen op de specifieke, ingeleerde actuator |
Coderingsniveaus
Voor gecodeerde actuatoren (type 2 en 4) definieert ISO 14119 drie coderingsniveaus, op basis van het aantal mogelijke code-variaties:
- Laag — 1 tot 9 codevariaties.
- Gemiddeld — 10 tot 1000 codevariaties.
- Hoog — meer dan 1000 codevariaties.
Hoe hoger het coderingsniveau, hoe kleiner de kans dat een willekeurige vervangende actuator (bijvoorbeeld uit een ander toestel van hetzelfde merk) de interlock per ongeluk of opzettelijk laat aanspreken. De risicobeoordeling van de machine bepaalt welk coderingsniveau vereist is: bij een hoog omzeilingsrisico (bijvoorbeeld wanneer omzeiling aantrekkelijk is om productieverlies te vermijden) is een laag coderingsniveau onvoldoende en is minimaal een gemiddeld of hoog niveau nodig.
Interlock versus vergrendeling (guard locking)
Een gewone interlock-schakelaar detecteert alleen of de afscherming open of dicht is en onderbreekt de gevaarlijke functie zodra de afscherming wordt geopend. Dat is onvoldoende wanneer de machine na het stopsignaal nog een nalooptijd heeft (uitlooptijd van een ronddraaiend onderdeel, resttrillingen) die langer is dan de tijd die iemand nodig heeft om na het openen van de afscherming daadwerkelijk bij het gevaar te komen. In dat geval is aanvullend een vergrendelingsfunctie (guard locking) nodig: de afscherming blijft mechanisch vergrendeld gesloten totdat het gevaar daadwerkelijk is opgeheven (bijvoorbeeld pas nadat de nullooptijd is verstreken), niet alleen totdat het stopcommando is gegeven.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen of vervangen van een interlock-schakelaar op een machineafscherming is het van belang om te controleren welk type (1 t/m 4) en welk coderingsniveau aanwezig is, of dit overeenkomt met de uitkomst van de risicobeoordeling (zie ook de ISO 13849-1-gids voor het bijbehorende performance level), en — bij een relevante nalooptijd — of een aparte vergrendelingsfunctie aanwezig is naast de gewone interlock-detectie.
Veelgemaakte fouten
- Een type 1 (ongecodeerde mechanische) interlock toepassen op een afscherming waarvan de risicobeoordeling een hoger coderingsniveau vereist — een eenvoudig voorwerp kan de schakelaar dan al simuleren.
- Aannemen dat elke interlock ook vergrendelt — een gewone interlock zonder guard-locking-functie voorkomt niet dat de afscherming wordt geopend vóórdat een nalooptijd is verstreken.
- Type 3 (contactloos, ongecodeerd) toepassen waar de risicobeoordeling omzeiling met een simpele magneet als reëel risico aanmerkt — dit type biedt daartegen geen bescherming.
- De codering niet controleren bij vervanging van een defecte interlock-schakelaar door "een gelijkwaardig" exemplaar van een ander merk — bij lage of niet-matchende codering kan de vervangende actuator een andere effectieve codering hebben dan het origineel.
Gerelateerd
Verder lezen
- ISO 13850Noodstopknop-ontwerp (ISO 13850) — kleur, vorm en vergrendeling
- InspectieHandgereedschap keuren — de vier teststappen en beoordelingswaarden
- IEC 60947-2Vermogensschakelaar-instellingen — L, S, I en G in de LSI(G)-beveiligingscurve
- InspectieATEX & explosiegevaarlijke zones — indeling en inspectie
- InspectiePeriodieke inspectie volgens NEN 3140
- InspectieIsolatieweerstandsmeting — methodiek en grenswaarden