Brandstofkwaliteit van dieselnoodstroomaggregaten — microbiële besmetting, water en tankonderhoud
Brandstofkwaliteit van dieselnoodstroomaggregaten — microbiële besmetting, water en tankonderhoud
De gids over de belastingtest van een noodstroomaggregaat en de gids over de ISO 8528-1-vermogensclassificatie behandelen hoe een noodstroomaggregaat wordt getest en gedimensioneerd, maar niet de vraag of de brandstof in de tank op het moment van een daadwerkelijke netstoring nog wel bruikbaar is. Juist voor een ESP-aggregaat (zie de vermogensclassificatiegids) dat per definitie maandenlang stilstaat en slechts sporadisch draait, is brandstofkwaliteit een kritieke, vaak onderschatte faalfactor.
Hoe water de brandstoftank binnendringt
Diesel in een stilstaande tank blijft niet steriel. Water komt de tank op verschillende manieren binnen, ook zonder dat er ooit water wordt bijgevuld:
- Condensatie: bij temperatuurwisselingen condenseert vocht uit de lucht boven de brandstofspiegel tegen de tankwand, vooral wanneer de tank niet vol is en er dus een groot luchtvolume aanwezig is dat afkoelt en opwarmt.
- Regenwaterinbraak: via een niet goed afgedichte vulopening, ontluchting of tankdop.
- Adsorptie door de brandstof zelf: diesel neemt in beperkte mate vocht op uit de omgevingslucht, met name via de ontluchting.
Omdat water zwaarder is dan diesel, zakt het naar de bodem van de tank en vormt daar een dunne waterlaag onder de brandstof — precies het grensvlak waar zich, gegeven voldoende tijd, een probleem kan ontwikkelen.
Microbiële groei op het grensvlak brandstof-water
Op dat grensvlak tussen water en diesel kunnen bacteriën, schimmels en gisten zich vestigen: de waterfase levert de vochtige omgeving die micro-organismen nodig hebben, terwijl de dieselfase koolwaterstoffen als voedingsbron levert. Deze microbiële groei — in de praktijk vaak aangeduid als "diesel bug" — vormt een slijmerige biofilm die brandstoffilters kan verstoppen, injectoren kan vervuilen en zure afbraakproducten kan vormen die corrosie in het brandstofsysteem veroorzaken. Een aggregaat dat hierdoor bij de eerstvolgende belastingtest of, erger, bij een daadwerkelijke netstoring niet start of binnen enkele minuten door een verstopt filter afslaat, heeft zijn primaire functie verloren op precies het moment waarop het nodig is.
De rol van FAME-biodiesel
EN 590, de Europese norm voor dieselbrandstof voor wegvoertuigen (waaronder ook veel brandstof voor stationaire dieselaggregaten valt), staat een bijmenging van tot 7% FAME-biodiesel (B7) toe — vetzuurmethylester, gewonnen uit plantaardige of dierlijke oliën. FAME is aanmerkelijk hygroscopischer dan minerale diesel: het neemt gemakkelijker vocht op uit de omgeving en houdt dat vocht ook makkelijker vast in de brandstof zelf, in plaats van het simpelweg naar de bodem van de tank te laten zakken. Brandstofmengsels met een hoger FAME-aandeel zijn daardoor gevoeliger voor microbiële groei dan zuivere minerale diesel, en de houdbaarheid van FAME-bevattende diesel in een stilstaande tank is doorgaans korter dan vaak wordt aangenomen.
Brandstofpolijsten als beheersmaatregel
Voor noodstroomvoorzieningen die per ontwerp zelden draaien — kenmerkend voor ESP-toepassingen — is periodiek brandstofpolijsten een gangbare beheersmaatregel: een polijstsysteem circuleert de brandstof continu of periodiek door een fijne filtratie- en waterscheidingsinstallatie, die vrij water, deeltjes en microbiële biomassa uit de brandstof verwijdert voordat deze zich kan ophopen tot een probleem. Sommige polijstsystemen zijn permanent op de tank aangesloten en draaien op een tijdschema onafhankelijk van het aggregaat zelf; andere worden periodiek als mobiele unit ingezet voor een tankreiniging.
Praktische relevantie
Bij het onderhoudsplan van een dieselnoodstroomaggregaat is het relevant om, naast de reguliere belastingtest, ook de brandstofkwaliteit zelf periodiek te controleren — via een visuele inspectie op watersediment op de tankbodem, een laboratoriumanalyse op microbiële besmetting, of een vast interval voor brandstofpolijsten — in plaats van te veronderstellen dat brandstof die bij de installatie vers was, jaren later nog altijd bruikbaar is.
Veelgemaakte fouten
- Brandstof in een noodstroomtank als onbeperkt houdbaar beschouwen — zonder beheersmaatregelen kan diesel, zeker met een FAME-component, binnen maanden tot een jaar significant in kwaliteit achteruitgaan.
- Alleen de motor en het aggregaat zelf periodiek testen, niet de brandstof — een aggregaat dat bij de laatste belastingtest probleemloos startte, kan bij een volgende test alsnog falen door een tussentijds ontstane brandstofverontreiniging.
- De ontluchting van de tank verwaarlozen als bron van vochtinbraak — een verstopte of beschadigde ontluchting kan overdruk of juist versnelde condensatie veroorzaken.
- Geen rekening houden met het hogere FAME-aandeel van sommige dieselleveringen bij het bepalen van het controle-interval voor watersediment en microbiële groei.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 60364-6 / NEN-EN-IEC 61557-4Continuïteitsmeting van de beschermingsleiding — de R1+R2-methode
- IEC 62040-3DRUPS — dieselroterende UPS-systemen en waarom hun kortsluitvermogen anders is dan een statische UPS
- InspectieIsolatieweerstandsmeting — methodiek en grenswaarden
- IEC 62446-1Isolatieweerstandsmeting aan de DC-zijde van PV-strings
- InspectieMeetvolgorde bij de initiële keuring — waarom eerst dood, dan pas onder spanning
- IEEE 1188 (VRLA)Stationaire batterij — capaciteitstest en inwendige-weerstandsmeting (IEEE 1188)