Noodstroomaggregaat
Verbrandingsmotor gekoppelde generator die bij een netuitval (een deel van) de installatie van elektriciteit voorziet. Volgens NEN 1010 §551 moet de aansluiting altijd via een omschakelinrichting met zichtbare nulstand (bijvoorbeeld een 4-polige terugstroomschakelaar) verlopen, zodat het aggregaat nooit gelijktijdig met het openbare net op dezelfde groep kan staan — dit voorkomt terugvoeding die voor netbeheerders en hulpverleners levensgevaarlijk is.
Bij een agrarisch bedrijf wordt een noodstroomaggregaat via een 4-polige terugstroomschakelaar in de hoofdverdeler aangesloten, zodat bij een stroomstoring de melkinstallatie kan blijven draaien zonder dat het net wordt teruggevoed.
Een aggregaat met een gewone stekker rechtstreeks op een wandcontactdoos van de woning aansluiten ('backfeeding') — hierdoor kan de netspanning op het aggregaat en op het net bij de netbeheerder terugkomen, met dodelijk gevaar voor storingsmonteurs.
Zie ook
- → §551 Noodstroomaggregaat testdraaien — load-bank-test en "wet stacking"
- → §551 Noodstroomaggregaten & laagspanningsopwekking — §551
- → §551 / IEC 60364-5-55 Kortsluitvermogen van een noodstroomaggregaat — waarom beveiligingen bij generatorbedrijf anders kunnen reageren
- → §551 Aarding van draagbare aggregaten — zwevend systeem versus TN-aansluiting
- → IEC 60947-6-1 Omschakelautomaat (ATS) voor noodstroomvoorzieningen (IEC 60947-6-1)
- → §560 Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560