Isolatieweerstandsmeting — methodiek en grenswaarden
Isolatieweerstandsmeting — methodiek en grenswaarden
De isolatieweerstandsmeting controleert of de isolatie tussen actieve geleiders onderling en tussen actieve geleiders en aarde nog voldoende is om lekstroom en doorslag te voorkomen. Dit is een andere meting dan de doorgangsmeting van beschermingsleidingen (§413/continuïteit) of de RCD-functietest (§531) — isolatieweerstand zegt iets over de kwaliteit van de isolatie zelf, niet over de beschermingsleiding of de aardlekbeveiliging.
Grenswaarden (tabel 61.1)
| Circuit | Testspanning (DC) | Minimale isolatieweerstand |
|---|---|---|
| SELV / PELV | 250 V | ≥ 0,5 MΩ |
| Tot en met 500 V (o.a. gangbare 230/400 V-circuits) | 500 V | ≥ 1 MΩ |
| Boven 500 V | 1000 V | ≥ 1 MΩ |
De testspanning is niet willekeurig: een SELV/PELV-circuit wordt met een lagere spanning (250 V) getest dan een gewoon 230/400 V-circuit (500 V) — een SELV-circuit met 500 V testen kan de (lagere-spanning-gedimensioneerde) isolatie zelf beschadigen.
Meetprocedure
- Installatie spanningsloos maken — isolatieweerstand meten onder spanning is niet mogelijk en gevaarlijk.
- Lampen/gevoelige elektronica verwijderen of ontkoppelen — halfgeleiders en elektronische voorschakelapparaten kunnen door de testspanning beschadigd raken of een vals-lage meetwaarde geven.
- Zekeringen/automaten in de eindgroepen laten zitten, maar alle schakelaars in de eindgroepen sluiten — anders wordt een deel van het circuit niet meegemeten.
- Meten tussen: fase-nul, fase-aarde, nul-aarde (of gecombineerd fase+nul-aarde bij grotere installaties, afhankelijk van de meter).
- Waarde vergelijken met de tabelwaarde die hoort bij de nominale spanning van het gemeten circuit.
Wat een lage waarde betekent
Een isolatieweerstand die (ruim) onder de grenswaarde ligt, wijst meestal op:
- Vocht in de installatie (kruipruimtes, buitenaansluitingen, bouwvochtige nieuwbouw).
- Verouderde of beschadigde kabelisolatie (met name bij oudere rubber/PVC-isolatie of knaagschade).
- Een sluipend geworden isolatiefout die nog niet groot genoeg is om een RCD te laten aanspreken, maar wel een waarschuwingssignaal is voor toekomstig falen.
Veelgemaakte fouten
- Meten onder spanning proberen — technisch onmogelijk met een isolatietester en gevaarlijk; de installatie moet eerst spanningsloos en beveiligd tegen onbedoeld inschakelen zijn.
- De verkeerde testspanning gebruiken — 500 V op een SELV/PELV-circuit toepassen in plaats van 250 V kan de isolatie van dat circuit beschadigen.
- Elektronica niet loskoppelen — geeft vals-lage metingen of beschadigt apparatuur (frequentieregelaars, LED-drivers, dimmers).
- Isolatieweerstandsmeting verwarren met de doorgangsmeting van de beschermingsleiding — twee verschillende metingen met verschillende doelen; de ene zegt niets over de andere.
Gerelateerd
Verder lezen
- InspectieLusimpedantiemeting (Zs) — techniek, no-trip en grenswaarden
- InspectieATEX & explosiegevaarlijke zones — indeling, inspectie en relevantie voor de tuinbouw
- B/C/DAutomaatkarakteristieken B, C en D — het verschil begrijpen
- InspectieThuisbatterijen & energieopslagsystemen — installatie- en inspectie-eisen
- §3.6Gevarenzone en naderingszone — de drie soorten elektrotechnisch werk
- InspectieHerkeuring na reparatie, wijziging of incident