NEN-Hub
🔍
§433.3 / §434.3

Wanneer overbelastings- of kortsluitbeveiliging mag ontbreken (§433.3/§434.3)

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Wanneer overbelastings- of kortsluitbeveiliging mag ontbreken (§433.3/§434.3)

De §433-overbelastingsbeveiliging-gids en de §434-kortsluitbeveiliging-gids behandelen beide de hoofdregel: elk circuit moet worden beschermd tegen overbelasting én tegen kortsluiting. Beide artikelen sluiten af met dezelfde waarschuwing: er bestaan uitzonderingsgevallen waarin de norm dit bewust niet eist. Dit artikel behandelt die uitzonderingen zelf — §433.3 (overbelasting) en §434.3 (kortsluiting).

Waarom een uitzondering soms veiliger is dan de hoofdregel

Dit klinkt tegenstrijdig — hoe kan het weglaten van een beveiliging veiliger zijn? Het antwoord: in een klein aantal specifieke circuits is het onverwacht uitschakelen zelf het grotere gevaar, groter dan het risico van de overbelasting of kortsluiting die de beveiliging zou voorkomen.

§433.3 — wanneer overbelastingsbeveiliging mag ontbreken

De norm noemt hiervoor onder meer de volgende categorieën circuits, waar onverwachte uitschakeling gevaar of schade zou opleveren:

  • Bekrachtigingscircuits van roterende machines — het onbedoeld wegvallen van de bekrachtigingsstroom kan een veel groter risico geven dan de overbelasting zelf.
  • Voedingscircuits van hijsmagneten — een hijsmagneet die onverwacht spanningsloos wordt terwijl een last hangt, is een direct valgevaar.
  • Secundaire circuits van stroomtransformatoren — een open secundaire kring van een stroomtransformator onder belasting kan een gevaarlijk hoge spanning genereren; uitschakelen via een beveiliging in dit circuit is dus juist ongewenst.
  • Voedingscircuits van brandblusinstallaties.
  • Voedingscircuits van inbraak- en gasalarminstallaties en vergelijkbare veiligheidsvoorzieningen.

§434.3 — wanneer kortsluitbeveiliging mag ontbreken

Voor het weglaten van kortsluitbeveiliging gelden twee voorwaarden die tegelijk vervuld moeten zijn:

  1. De bedrading is zodanig uitgevoerd dat het risico van een kortsluiting tot een minimum is beperkt (bijvoorbeeld door mechanische bescherming, een korte, vaste verbinding zonder aftakkingen, of dubbele isolatie).
  2. De bedrading bevindt zich niet in de nabijheid van brandbaar materiaal.

Een veelgenoemd praktijkvoorbeeld: de geleiders die generatoren, transformatoren, gelijkrichters en accubatterijen verbinden met het bijbehorende schakel- en verdeelbord, mits aan bovenstaande twee voorwaarden is voldaan.

Wat deze uitzonderingen wél en niet zijn

Let op: dit zijn geen algemene vrijbrieven om een beveiliging weg te laten "omdat het toch niet nodig lijkt". Beide artikelen benoemen specifieke, beperkte circuittypen met een aantoonbare reden waarom uitschakeling zelf gevaarlijker is dan het ontbreken van de beveiliging — en bij §434.3 gelden bovendien twee cumulatieve voorwaarden, niet een keuzevrijheid.

Het verschil met de hoofdregel van §433/§434 is dus niet dat de kabel minder bescherming nodig heeft, maar dat de vorm van bescherming verschuift: van een schakelend beveiligingstoestel naar constructieve maatregelen (mechanische bescherming, functionele noodzaak van ononderbroken voeding) die het onderliggende risico op een andere manier beheersen.

Praktische relevantie

Bij het beoordelen van een installatie waarin een circuit géén overbelastings- of kortsluitbeveiliging blijkt te hebben, moet niet automatisch worden geconcludeerd dat dit een fout is. Eerst moet worden vastgesteld of het circuit onder een van de specifieke uitzonderingscategorieën van §433.3/§434.3 valt én of de bijbehorende voorwaarden (voor §434.3: minimalisering van kortsluitrisico én afstand tot brandbaar materiaal) daadwerkelijk zijn vervuld. Is dat niet het geval, dan is het ontbreken van de beveiliging alsnog een afkeurpunt.

Veelgemaakte fouten

  1. Elk circuit zonder aparte beveiliging als afkeurpunt behandelen zonder te controleren of het onder een geldige uitzondering van §433.3/§434.3 valt.
  2. Eén voorwaarde van §434.3 controleren en de andere vergeten — de twee voorwaarden (minimalisering van kortsluitrisico én afstand tot brandbaar materiaal) moeten beide tegelijk vervuld zijn, niet slechts één ervan.
  3. De uitzondering breder toepassen dan de norm toestaat — bijvoorbeeld een gewoon eindgroepcircuit zonder beveiliging laten omdat "het toch nooit overbelast raakt", terwijl dit geen van de genoemde uitzonderingscategorieën betreft.
  4. §433.3 en §434.3 door elkaar halen — de ene uitzondering gaat over overbelasting (gebaseerd op het gevaar van onverwachte uitschakeling), de andere over kortsluiting (gebaseerd op minimalisering van het risico zelf); het zijn twee aparte toetsen met eigen voorwaarden.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen