Overbelastingsbeveiliging (§433) — de coördinatieregel Ib ≤ In ≤ Iz en I₂ ≤ 1,45 Iz
Overbelastingsbeveiliging (§433) — de coördinatieregel Ib ≤ In ≤ Iz en I₂ ≤ 1,45 Iz
De kabeldoorsnede-en-stroombelastbaarheid-gids behandelt hoe een kabeldoorsnede wordt gekozen op basis van de normale bedrijfsstroom (§523). De kortsluitbeveiliging-434-gids behandelt hoe diezelfde kabel bestand moet zijn tegen een kortsluitstroom gedurende de uitschakeltijd. §433 behandelt een derde, apart onderwerp dat tussen die twee in zit: overbelastingsbeveiliging — de kabel beschermen tegen een langdurige, gematigde overstroom die géén kortsluiting is, maar wel de kabel op termijn kan beschadigen.
De coördinatieregel: twee voorwaarden
§433 (gebaseerd op IEC 60364-4-43) stelt dat de beveiliging tegen overbelasting aan twee voorwaarden tegelijk moet voldoen:
$$I_b \le I_n \le I_z \qquad \text{en} \qquad I_2 \le 1{,}45 , I_z$$
| Symbool | Betekenis |
|---|---|
| Ib | De ontwerpstroom van het circuit — de stroom die de aangesloten belasting in normaal bedrijf daadwerkelijk vraagt. |
| In | De nominale (ingestelde) stroom van de beveiliging — automaat of smeltveiligheid. |
| Iz | De stroombelastbaarheid van de kabel onder de geldende installatieomstandigheden (zie de kabeldoorsnede-gids voor de correctiefactoren). |
| I₂ | De stroom die de beveiliging binnen de conventionele uitschakeltijd daadwerkelijk laat aanspreken (de "effectieve werkingsstroom"). |
De eerste voorwaarde (Ib ≤ In ≤ Iz) is de bekendste: de beveiliging moet groot genoeg zijn om de normale bedrijfsstroom door te laten zonder onnodig uit te schakelen, en tegelijk klein genoeg om aan te spreken vóórdat de kabel structureel wordt overbelast.
Waarom de tweede voorwaarde niet overbodig is
De tweede voorwaarde (I₂ ≤ 1,45 Iz) lijkt op het eerste gezicht automatisch voldaan zodra aan de eerste voorwaarde is voldaan — maar dat hangt af van het type beveiliging:
- Installatieautomaat (MCB, IEC 60898-1/60947-2): de conventionele werkingsstroom I₂ is per definitie vastgelegd op 1,45 × In. Zodra In ≤ Iz (voorwaarde 1), is voorwaarde 2 dus automatisch vervuld — een aparte controle is voor een automaat in de praktijk niet nodig.
- Smeltveiligheid (IEC 60269): de conventionele smeltstroom ligt hoger, doorgaans rond 1,6 × In. Bij een smeltveiligheid is voorwaarde 2 dus niet automatisch vervuld door voorwaarde 1 alleen — dit moet apart worden gecontroleerd, en kan in de praktijk betekenen dat een iets ruimere kabeldoorsnede nodig is dan alleen op basis van voorwaarde 1 zou volgen.
Let op: dit is precies de reden waarom "de zekering past bij de kabel" niet zomaar hetzelfde betekent als "de automaat past bij de kabel" — het onderliggende coördinatiemechanisme verschilt tussen beide beveiligingstypen.
Verschil met §434 (kortsluitbeveiliging)
§433 en §434 lijken op elkaar — beide gaan over de bescherming van een kabel door dezelfde beveiliging — maar ze beoordelen een fundamenteel ander tijdsbereik en foutmechanisme:
| §433 — overbelasting | §434 — kortsluiting | |
|---|---|---|
| Foutstroom | Gematigd verhoogd (bijvoorbeeld 1,5-2× In) | Zeer hoog (vaak honderden ampères tot kA) |
| Tijdschaal | Minuten tot uren | Milliseconden tot maximaal ~5 s |
| Beoordelingsmethode | Coördinatieregel Ib/In/Iz + I₂ | Adiabatische vergelijking S = √(I²t)/k |
| Faalmechanisme | Geleidelijke thermische veroudering van de isolatie | Vrijwel ogenblikkelijke thermische doorslag |
Eén en dezelfde automaat vervult in veel eindgroepen beide functies tegelijk — maar dat is een gevolg van hoe automaten zijn opgebouwd (thermisch element voor overbelasting, magnetisch element voor kortsluiting), niet een garantie die voor elk beveiligingstype en elke schakeling automatisch geldt.
Praktische relevantie
Bij het dimensioneren van een eindgroep moet niet alleen worden gecontroleerd of de automaat of zekering "past" bij de te verwachten belasting, maar expliciet worden nagegaan of beide voorwaarden van de coördinatieregel zijn vervuld — met name bij smeltveiligheden, waar voorwaarde 2 niet automatisch uit voorwaarde 1 volgt. Bij twijfel over specifieke uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld circuits waarvoor de norm onder bepaalde voorwaarden geen aparte overbelastingsbeveiliging eist) moet de volledige norm worden geraadpleegd.
Veelgemaakte fouten
- Alleen voorwaarde 1 (Ib ≤ In ≤ Iz) controleren en voorwaarde 2 (I₂ ≤ 1,45 Iz) als vanzelfsprekend beschouwen — bij smeltveiligheden is dat een aanname die niet klopt.
- §433 en §434 door elkaar halen — de coördinatieregel van §433 beoordeelt overbelasting, niet de thermische kortsluitbestendigheid van §434; beide toetsen zijn nodig, niet slechts één.
- De stroombelastbaarheid Iz bepalen zonder de juiste correctiefactoren (omgevingstemperatuur, groepering, isolatiewijze) — zie de kabeldoorsnede-gids — waardoor de coördinatieregel op een te optimistische Iz-waarde wordt getoetst.
- Ervan uitgaan dat een grotere automaat altijd "veiliger" is — een te grote In ten opzichte van Iz doorbreekt juist voorwaarde 1 en laat de kabel onbeschermd tegen overbelasting.
Gerelateerd
Verder lezen
- §433.3 / §434.3Wanneer overbelastings- of kortsluitbeveiliging mag ontbreken (§433.3/§434.3)
- §443Overspanningsbeveiliging (SPD)
- §709Jachthavens en ligplaatsen (§709) — individuele RCD-beveiliging en galvanische corrosie
- §559Assimilatiebelichting — groepen, RCD-type en beveiliging
- IEC 63027DC-vlamboogdetectie in PV-strings — aanvullende brandbeveiliging (IEC 63027)
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434