Zichtafstand van vluchtwegpictogrammen — de Z-factor (100/200) van NEN-EN 1838
Zichtafstand van vluchtwegpictogrammen — de Z-factor (100/200) van NEN-EN 1838
De gids over §560 — noodverlichting behandelt de minimale verlichtingssterkte van de vluchtroute zelf (1 lux over de volledige breedte) en de overgang van het ingetrokken NEN 6088-pictogram naar NEN-EN-ISO 7010. Dit artikel behandelt een aparte, vaak over het hoofd geziene eis uit dezelfde norm: hoe ver een vluchtwegpictogram zelf nog herkenbaar moet zijn, en hoe die afstand wordt berekend.
De formule: d = h × Z
NEN-EN 1838 geeft voor de maximale zichtafstand van een verlicht vluchtwegpictogram (een "veiligheidsteken", bijvoorbeeld het NEN-EN-ISO 7010-pictogram van de rennende figuur naar een deur) de volgende relatie:
d = h × Z
- d is de maximale afstand (in meter) waarop het pictogram nog duidelijk herkenbaar moet zijn.
- h is de hoogte van het pictogram zelf (in meter) — dus de hoogte van het afgebeelde symbool, niet de hoogte van het gehele bord inclusief kader of aanvullende tekst.
- Z is een factor die afhangt van het type verlichting van het bord.
De Z-factor: extern versus intern verlicht
- Z = 200 voor een extern verlicht (voorverlicht) bord: het pictogram wordt van buitenaf beschenen door een aparte lichtbron, bijvoorbeeld een armatuur die op het bord is gericht.
- Z = 100 voor een intern verlicht (doorverlicht) bord: het pictogram is zelf van binnenuit verlicht, bijvoorbeeld een lichtbak met een lichtgevend pictogram.
Een intern verlicht bord heeft dus, bij gelijke pictogramhoogte, de helft van de maximale zichtafstand van een extern verlicht bord — de norm gaat ervan uit dat doorverlichting doorgaans een lager contrast/luminantie-verhouding oplevert dan gerichte externe verlichting, en compenseert dit met de lagere factor.
Waarom dit een aparte eis is, los van de 1 lux-verlichtingssterkte
De algemene verlichtingssterkte-eis uit §560 (minimaal 1 lux over de volledige breedte van de vluchtroute, zie de §560-gids) beschrijft hoe goed de vloer en de route zelf verlicht moeten zijn zodat iemand veilig kan lopen. De Z-factor-formule beschrijft een heel andere vraag: hoe ver weg iemand het pictogram nog kan herkennen om de juiste vluchtrichting te bepalen. Een vluchtroute kan voldoen aan de 1 lux-eis terwijl de pictogrammen te klein zijn voor de looplengte van de route, of andersom. Beide eisen moeten afzonderlijk worden getoetst.
Praktisch rekenvoorbeeld
Voor een vluchtwegpictogram met een symboolhoogte van h = 0,15 m (15 cm, een gangbare maat voor een bordje boven een deur):
- Extern verlicht (Z = 200): d = 0,15 × 200 = 30 m maximale zichtafstand.
- Intern verlicht (Z = 100): d = 0,15 × 100 = 15 m maximale zichtafstand.
Bij een lange, rechte gang van bijvoorbeeld 40 meter zonder richtingsverandering is een enkel intern verlicht bord van 15 cm symboolhoogte bij het begin van de gang dus onvoldoende: op de helft van de gang (20 m) valt de looproute al buiten de 15 m-zichtafstand. Ofwel moet een groter pictogram worden toegepast, ofwel moeten tussenliggende, aanvullende pictogrammen worden geplaatst zodat de afstand tot het eerstvolgende zichtbare pictogram binnen de berekende grens blijft.
Praktische relevantie
Bij het ontwerpen of beoordelen van een vluchtwegaanduiding in een lange gang, een groot magazijn of een gebouw met meerdere richtingswisselingen moet de pictogramgrootte (en het interne of externe verlichtingstype) worden afgestemd op de daadwerkelijke looplengte tussen twee opeenvolgende zichtpunten — niet automatisch de kleinste, goedkoopste standaardmaat worden toegepast. Bij een NEN 3140- of bouwkundige inspectie is het zinvol te controleren of de toegepaste pictogramgrootte en het verlichtingstype daadwerkelijk overeenkomen met de looplengte van de betreffende vluchtroute.
Veelgemaakte fouten
- Ervan uitgaan dat de 1 lux-verlichtingssterkte-eis van §560 ook de zichtbaarheid van de pictogrammen zelf regelt — dit zijn twee losstaande eisen uit dezelfde norm.
- Dezelfde pictogramgrootte toepassen ongeacht de looplengte van de vluchtroute — een lange, rechte gang vraagt om een groter pictogram of extra tussenliggende borden ten opzichte van een korte gang.
- Extern en intern verlichte borden door elkaar behandelen bij het berekenen van de zichtafstand — de Z-factor verschilt een factor twee (200 versus 100) tussen beide typen.
- De hoogte van het gehele bord (inclusief kader of tekstregel) als "h" invullen in plaats van uitsluitend de hoogte van het pictogramsymbool zelf, wat tot een te optimistische zichtafstand leidt.
Gerelateerd
Verder lezen
- §560Noodverlichting & vluchtwegverlichting — §560
- IEC 61642Afgestemde reactor (detuned filter) — de p-factor als bescherming tegen resonantie tussen condensatorbank en netharmonischen
- NEN-EN 50160Flikker (spanningsfluctuaties) — NEN-EN 50160
- NEN-EN-IEC 61439-1/-2 (3e editie)Groepsbelastingstroom vervangt gelijktijdigheidsfactor — dimensionering van hoofdleiding en verdeler
- NEN-EN 50549-1Anti-eilandbedrijf van PV-omvormers — waarom de omvormer zich binnen 2 seconden moet afkoppelen (NEN-EN 50549-1)
- §411Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)