NEN-Hub
🔍
EN 50171 / §560

Noodverlichting — centraal accusysteem (CBS, EN 50171) versus decentrale armaturen met eigen accu

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Noodverlichting — centraal accusysteem (CBS, EN 50171) versus decentrale armaturen met eigen accu

De [gids over §560 — noodverlichting & vluchtwegverlichting](/guides/nen-1010/560-noodverlichting) behandelt de verplichte minimale verlichtingssterkte en inschakeltijd volgens NEN-EN 1838. Dit artikel behandelt een ontwerpkeuze die aan die eisen voorafgaat en die op zowel de armatuur als de bekabeling van invloed is: de keuze tussen decentrale (self-contained) armaturen, elk met een eigen, ingebouwde accu, en een centraal accusysteem (Engels: central battery system, CBS), dat via een eigen voedingsnet meerdere armaturen tegelijk vanuit één centrale batterijbank voedt.

Decentrale armaturen: eigen accu per armatuur

Bij een decentrale opstelling bevat elke noodverlichtingsarmatuur zijn eigen accu en laadelektronica: tijdens normaal bedrijf wordt de accu opgeladen via de reguliere voedingskabel van de armatuur, en bij het wegvallen van die voeding schakelt de armatuur zelfstandig over op zijn eigen accu. Omdat de reguliere voedingskabel bij deze opstelling uitsluitend de laadfunctie verzorgt — en niet de noodverlichting zelf tijdens een storing — hoeft deze kabel doorgaans niet als functiebehoudkabel te worden uitgevoerd: valt de kabel tijdens een brand uit, dan blijft de armatuur gewoon op zijn eigen, reeds geladen accu verder functioneren.

Centraal accusysteem (CBS): één batterijbank, veel armaturen

Bij een centraal accusysteem bevat de armatuur zelf geen eigen accu: alle armaturen worden via een gescheiden voedingsnet gevoed vanuit één centrale batterijbank, die voldoet aan EN 50171 (centrale voedingssystemen voor veiligheidsvoorzieningen). Dit heeft een direct gevolg voor de bekabeling: omdat het wegvallen van één kabeltraject vanuit de CBS meteen alle daarop aangesloten armaturen zonder voeding zet, moet die bekabeling wél als functiebehoudkabel worden uitgevoerd — in de praktijk doorgaans met een classificatie van minimaal PH60 (basisniveau) tot PH120 (verzwaard niveau) volgens de testmethode van EN 50200 (zie de gids over functiebehoudkabel voor de achtergrond van deze klassering).

Waarom voor een CBS kiezen: levensduur en centraal beheer

Een centraal accusysteem heeft, onder temperatuurgecontroleerde omstandigheden, doorgaans een aanzienlijk langere levensduur dan de accu's in decentrale armaturen: een centrale batterijbank kan in de orde van tien jaar meegaan, tegenover een gebruikelijke maximale levensduur van ongeveer vier jaar voor de accu's in individuele decentrale armaturen. Daarnaast biedt een centraal systeem het voordeel van gecentraliseerd testen en bewaken vanaf één punt — zie de gerelateerde gids over autotest-systemen — in plaats van het individueel controleren van elke decentrale accu.

Waarom voor decentrale armaturen kiezen: eenvoud en lagere aanloopkosten

Decentrale armaturen vereisen geen apart, functiebehoudend voedingsnet en geen centrale batterijruimte, wat de initiële investerings- en installatiekosten doorgaans lager maakt en de uitbreiding met extra armaturen eenvoudiger — elke nieuwe armatuur wordt simpelweg op de bestaande, gewone voedingsgroep aangesloten, zonder dat de functiebehoud-eis van die groep hoeft te worden herzien. Hier staat tegenover dat de accu's van elke afzonderlijke armatuur periodiek moeten worden vervangen, met een beduidend kortere levensduur per accu dan bij een centrale batterijbank.

Let op: de daadwerkelijke keuze tussen beide architecturen volgt uit een afweging van gebouwgrootte, het aantal armaturen, de beschikbare ruimte voor een centrale batterijruimte (zie ook de gids over stationaire batterijruimte-ventilatie) en de levensduurkosten over de gebruiksperiode; dit artikel behandelt het principe, geen pasklare beslisregel voor elk gebouw.

Praktische relevantie

Bij een groot gebouw met veel noodverlichtingsarmaturen (bijvoorbeeld een kantoorgebouw, ziekenhuis of bedrijfshal) weegt het voordeel van gecentraliseerd testen en de langere levensduur van een centrale batterijbank vaak op tegen de hogere aanlegkosten van het functiebehoudende voedingsnet. Bij een klein pand met slechts enkele armaturen is een decentrale opstelling doorgaans eenvoudiger en goedkoper, zonder dat een apart functiebehoudend voedingsnet nodig is. De fotometrische eisen uit NEN-EN 1838 (minimale verlichtingssterkte, inschakeltijd) gelden in beide gevallen onverkort op armatuurniveau — zie de gids over §560.

Veelgemaakte fouten

  1. Een centraal accusysteem bekabelen met gewone, niet-functiebehoudende kabel — omdat het wegvallen van dat ene voedingstraject alle aangesloten armaturen tegelijk treft, is dit een fundamenteel ander risico dan bij decentrale armaturen met een eigen accu.
  2. Aannemen dat decentrale armaturen geen enkele aandacht voor de bekabeling vergen — de reguliere laadvoeding hoeft weliswaar geen functiebehoudkabel te zijn, maar moet nog altijd aan de gewone NEN 1010-eisen voor die groep voldoen.
  3. De levensduur van decentrale accu's niet meenemen in de onderhoudsplanning — met een gebruikelijke maximale levensduur van circa vier jaar per accu vergt een groot aantal decentrale armaturen een aanzienlijk terugkerende vervangingsinspanning.
  4. Geen rekening houden met de ruimtelijke en ventilatie-eisen van een centrale batterijruimte bij het kiezen voor een CBS — een centrale batterijbank stelt eigen eisen aan ruimte, ventilatie en temperatuurbeheersing.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen