Geleiderklassen IEC 60228 — klasse 1 t/m 6, en waarom de flexibiliteitsklasse de aansluitmethode bepaalt
Geleiderklassen IEC 60228 — klasse 1 t/m 6, en waarom de flexibiliteitsklasse de aansluitmethode bepaalt
De gids over adereindhulzen gaat over hoe een adereindhuls een gestrengelde geleider beschermt tegen uitwaaieren onder een schroefklem. Dit artikel gaat een stap terug: wat bepaalt eigenlijk of een geleider "star" of "flexibel" is, en waarom maakt dat verschil uit voor welke klemtechniek geschikt is? Het antwoord zit in de geleiderklasse van IEC 60228.
De klassen in het kort
IEC 60228 definieert geleiderklassen op basis van het aantal draden, de maximale draaddiameter en de maximale weerstand per kilometer voor een gegeven nominale doorsnede:
| Klasse | Omschrijving | Typische toepassing |
|---|---|---|
| Klasse 1 | Massieve (solid) geleider, één enkele draad | Vaste installaties, bijvoorbeeld VOB/YMvK-installatiedraad in leidingen |
| Klasse 2 | Gestrengelde (stranded) geleider, vast aantal draden per doorsnede volgens de norm | Vaste installaties waar enige buigzaamheid bij het trekken gewenst is |
| Klasse 5 | Flexibele geleider, veel dunnere draden dan klasse 2 | Flexibele kabels en snoeren voor matige, herhaalde beweging |
| Klasse 6 | Extra flexibele geleider, nog meer en nog dunnere draden dan klasse 5 | Flexibele kabels voor continue of intensieve beweging (bijvoorbeeld kabeldragers, robotica) |
Klasse 1 en 2 zijn primair bedoeld voor vaste installaties; klasse 5 en 6 zijn bedoeld voor flexibele kabels en snoeren, al worden ze in de praktijk ook wel in vaste installaties toegepast waar extra buigzaamheid bij het trekken gewenst is. Voor klasse 1 en 2 schrijft de norm het aantal draden dwingend voor; voor klasse 5 en 6 geeft de norm de maximale draaddiameter, en is een lager draadaantal toegestaan zolang de weerstandsgrens niet wordt overschreden.
Waarom de klasse de aansluitmethode bepaalt
- Klasse 1 (massief): een massieve geleider kan doorgaans direct onder een schroef- of veerklem worden aangesloten; er is geen adereindhuls nodig omdat er geen losse draadjes zijn die kunnen uitwaaieren.
- Klasse 2 (gestrengeld, vaste installatie): een beperkt aantal dikkere draden; ook hier is een adereindhuls meestal niet voorgeschreven, al accepteren niet alle klemtypen een gestrengelde geleider zonder huls even goed als een massieve.
- Klasse 5/6 (flexibel/extra flexibel): veel dunne draadjes die onder een schroefklem uitwaaieren en breken, en die bij langdurige druk kunnen "kruipen" (koudvloei), waardoor de klemkracht afneemt en een losse, warm lopende verbinding ontstaat. Voor deze klassen is een passende adereindhuls (zie de aparte gids daarover) in vrijwel alle gevallen de juiste aansluitmethode onder een schroefklem.
Praktische relevantie
Bij het aansluiten van een frequentieomvormer, een bewegend machineonderdeel of een kabel op een kabeldrager wordt vrijwel altijd een klasse 5- of 6-geleider gebruikt vanwege de vereiste buigzaamheid. Het is dan zaak om, ook als de klem op het eerste gezicht "gewoon" een geleider accepteert, een adereindhuls te monteren — juist omdat het zichtbare, korte-termijn resultaat (een stevig ogende verbinding) een sluipend contactprobleem verbergt dat pas na maanden van temperatuurwisselingen en trilling als een losse, warmgelopen klem naar voren komt.
Veelgemaakte fouten
- Een klasse 5/6-geleider zonder adereindhuls direct onder een schroefklem klemmen — de klemkracht wordt dan gedragen door enkele buitenste draadjes, terwijl de rest van de streng los blijft hangen; dit vermindert het effectieve contactoppervlak en verhoogt de overgangsweerstand.
- Klasse 1 en 2 door elkaar behandelen als "hetzelfde, star genoeg" — sommige klemtypen (met name veerklemmen ontworpen voor massieve geleiders) klemmen een gestrengelde klasse 2-geleider minder betrouwbaar dan een massieve klasse 1-geleider van dezelfde doorsnede.
- Een adereindhuls van de verkeerde doorsnede monteren — een huls die net iets te ruim of te krap is voor het daadwerkelijke aantal draden geeft een onbetrouwbare krimpverbinding, ook al "past" de huls in eerste instantie over de geleider.
- De weerstandsgrens uit het oog verliezen bij een geleider met minder draden dan de tabelwaarde — bij klasse 5/6 is een lager draadaantal toegestaan zolang de maximale weerstand per kilometer niet wordt overschreden; een geleider die aan het draadaantal maar niet aan de weerstandseis voldoet, is niet conform, ook al oogt hij vergelijkbaar.
Gerelateerd
Verder lezen
- §526.3 / IEC 60998Aansluitklemmen vergeleken — veerklem versus schroefklem, en de toegankelijkheidseis voor aftakdozen
- NEN 1010 §526Aluminium en koper verbinden — bimetaalcorrosie en waarom de doorsnede niet 1-op-1 overgaat
- IEC 60364-5-52 Bijlage B (Cg)Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels
- IEC 60754Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
- IEC 60364-5-52Referentiemethoden — de installatiemethode bepalen voor de stroombelastbaarheidstabel
- DIN 46228 / IEC 60947-7-1Adereindhulzen — krimpen van soepele geleiders in klemverbindingen