Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
De kabel-brandclassificatie-gids behandelt de Euroklassen (Aca t/m Fca) uit de CPR voor brandgedrag van kabels. Een apart, maar gerelateerd kenmerk is of een kabelmantel halogeenvrij is — vaak aangeduid als LSZH (Low Smoke Zero Halogen).
Wat halogeenvrij betekent
Standaard PVC-kabelmantels bevatten chloor (een halogeen). Bij verbranding komt hierdoor zoutzuurgas (HCl) vrij: giftig, corrosief voor apparatuur, en het vormt samen met rook een dichte, moeilijk te doorgronden mist die vluchten bemoeilijkt. Een halogeenvrije mantel mist deze halogeenverbindingen.
IEC 60754-2 stelt de kwantitatieve eisen: het verbrandingsproduct van het materiaal mag niet onder een pH van 4,3 komen, en de geleidingswaarde van het verbrandingsproduct mag de grenswaarde van 10 µS/mm niet overschrijden. Beide waarden zijn indirecte maten voor de hoeveelheid zure, corrosieve verbrandingsgassen.
Rookdichtheid — een apart criterium
Naast halogeenvrij-zijn is de hoeveelheid rook die vrijkomt een apart criterium. IEC 61034-2 definieert de meting van de rookgasdichtheid van brandende kabels: het testresultaat moet een lichtverzwakking van maximaal 40 % tonen om als "laag-rook" (low smoke) te worden aangemerkt. LSZH combineert dus twee eisen: halogeenvrij (IEC 60754-2) én laag-rook (IEC 61034-2).
Let op: LSZH is geen formele Euroklasse uit de CPR — een kabel kan halogeenvrij zijn en toch een lagere Euroklasse hebben (of omgekeerd). Voor de wettelijk vereiste Euroklasse van een specifieke toepassing blijft de kabel-brandclassificatie-gids leidend; LSZH is een aanvullend, vaak contractueel of situationeel vereist kenmerk.
Praktische relevantie
In een bedrijfshal met veel personeel, of een ruimte met kostbare elektronische apparatuur (serverruimte, schakelkast met besturingssystemen voor een teeltbedrijf), is halogeenvrije bekabeling relevant om twee redenen: minder giftige rook bij een calamiteit (vluchtwegveiligheid) én minder corrosieschade aan apparatuur na een eventuele kabelbrand elders in hetzelfde luchtcircuit.
Veelgemaakte fouten
- LSZH verwarren met een hogere Euroklasse — halogeenvrij zegt niets over de brandvoortplantingssnelheid of warmteafgifte van de kabel zelf; dat is apart geregeld via de Euroklasse.
- Halogeenvrije kabel toepassen zonder de rookdichtheidseis (IEC 61034-2) te controleren — een kabel kan halogeenvrij zijn maar toch veel rook produceren als de laag-rook-eis niet apart is getoetst.
- Geen onderscheid maken tussen mantelmateriaal en isolatiemateriaal — beide lagen van een kabel kunnen los van elkaar wel of niet halogeenvrij zijn uitgevoerd; de volledige kabelopbouw is bepalend.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 61439-6Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
- IEC 62262IK-classificatie — mechanische bescherming van omhulsels (IEC 62262)
- IPIP-classificaties (IEC 60529)
- NEN-EN 50575 / NEN 8012Brandclassificatie van kabels — CPR (NEN-EN 50575) en NEN 8012
- NEN-EN-IEC 61537Kabeldraagsystemen — kabelgoten en kabelladders (NEN-EN-IEC 61537)
- IEC 61238-1Kabelschoenen & krimpverbindingen — eisen aan perskoppelingen (IEC 61238-1)