Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels
Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels
De gids over kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid
noemt de correctiefactor f2 voor bundeling al kort als onderdeel van de
formule Iz = Itabel × f1 × f2 × f3. Dit artikel gaat dieper in op hoe
die groepsfactor (ook aangeduid als Cg) precies werkt, en waarom de
manier waarop kabels naast elkaar worden gelegd — aanrakend gebundeld of
met tussenruimte in een enkele laag — een wezenlijk verschil maakt in de
toegestane stroom.
Waarom groepering de stroombelastbaarheid verlaagt
Een kabel geeft warmte af aan zijn omgeving. Ligt een kabel alleen, dan
kan die warmte in alle richtingen wegstromen. Liggen er meerdere
stroomvoerende circuits vlak naast of tegen elkaar, dan warmt elke kabel
mede de lucht of de constructie rond de buurkabel op — de gezamenlijke
warmteafgifte is hoger dan bij een enkele kabel, waardoor elke kabel in
de groep bij dezelfde stroom een hogere geleidertemperatuur bereikt. De
groepsfactor Cg compenseert dit door de toegestane stroom per kabel
naar beneden bij te stellen naarmate er meer circuits worden gegroepeerd.
Twee verschillende groeperingswijzen
IEC 60364-5-52 bijlage B onderscheidt onder meer twee tabellen die tot duidelijk verschillende factoren leiden:
| Groeperingswijze | Tabel | Kenmerk | Effect op Cg |
|---|---|---|---|
| Gebundeld/aanrakend (bijvoorbeeld in een buis, kabelgoot of trunking, kabels tegen elkaar) | B.52.17 | Kabels raken elkaar aan, geen luchtruimte ertussen | Sterkste afname — bij circa 6 aanrakende circuits ligt Cg in de orde van 0,55-0,6 |
| Enkele laag, met tussenruimte (bijvoorbeeld gescheiden op een kabelgoot of -ladder, elk kabel omringd door lucht) | B.52.20 | Kabels raken elkaar niet aan, ruimte tussen elke kabel voor luchtcirculatie | Duidelijk minder streng — bij eenzelfde aantal circuits ligt Cg merkbaar hoger dan bij de aanrakende variant |
Het praktische gevolg: dezelfde zes circuits geven een merkbaar hogere toegestane stroom per kabel wanneer ze los van elkaar op een kabelgoot liggen dan wanneer ze aanrakend in één bundel of buis zijn samengebonden — puur door het verschil in onderlinge luchtcirculatie.
Praktische relevantie
Bij het ontwerpen van een kabelroute met meerdere circuits (bijvoorbeeld een verdeelinrichting met meerdere afgaande groepen die een stuk gezamenlijk worden getraceerd) bepaalt niet alleen het aantal circuits, maar ook de fysieke rangschikking — aanrakend gebundeld of met tussenruimte in een enkele laag — welke groepsfactor van toepassing is. Bij een krappe kabelgoot waar montage aanrakend bundelen aantrekkelijk maakt, kan het de moeite waard zijn om kabels bewust met tussenruimte te leggen (of een bredere goot te kiezen) om een minder strenge groepsfactor te mogen toepassen en zo met een kleinere doorsnede te kunnen volstaan.
Veelgemaakte fouten
- De groepsfactor toepassen alsof alle groeperingswijzen gelijk zijn — aanrakend gebundeld en enkele-laag-met-tussenruimte geven een wezenlijk andere Cg-waarde bij hetzelfde aantal circuits.
- Later toegevoegde circuits niet meenemen in de groepsfactor — wanneer na oplevering extra kabels in dezelfde goot of buis worden bijgelegd, verandert de groepsfactor voor alle kabels in die groep, ook de reeds aanwezige.
- Reservecircuits die (nog) niet zijn aangesloten, negeren bij het bepalen van het aantal gegroepeerde circuits — als een lege kabel toch warmte-uitwisseling met de buurkabels beïnvloedt zodra hij later wordt gebruikt, moet dit vooraf in de dimensionering worden verwerkt.
- Groepsfactor en referentiemethode door elkaar halen — de referentiemethode (A1/B1/C/E) bepaalt de basis-tabelwaarde per installatiewijze, de groepsfactor is een aparte, vermenigvuldigende correctie daarbovenop.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 60754Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
- §522.8Ondergrondse kabels — graafdiepte en mechanische bescherming (§522.8)
- NEN 1010 §526Aluminium en koper verbinden — bimetaalcorrosie en waarom de doorsnede niet 1-op-1 overgaat
- NEN-EN 1366-3Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- DLRO / IEC 62271Contactweerstandsmeting met een micro-ohmmeter (DLRO) — verbindingen keuren die thermografie kan missen
- NEN-EN 50525Flexibele kabels — H05VV-F versus H07RN-F, en het juiste toepassingsgebied