NEN-Hub
🔍
IEC 60364-5-52 Bijlage B (Cg)

Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels

De gids over kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid noemt de correctiefactor f2 voor bundeling al kort als onderdeel van de formule Iz = Itabel × f1 × f2 × f3. Dit artikel gaat dieper in op hoe die groepsfactor (ook aangeduid als Cg) precies werkt, en waarom de manier waarop kabels naast elkaar worden gelegd — aanrakend gebundeld of met tussenruimte in een enkele laag — een wezenlijk verschil maakt in de toegestane stroom.

Waarom groepering de stroombelastbaarheid verlaagt

Een kabel geeft warmte af aan zijn omgeving. Ligt een kabel alleen, dan kan die warmte in alle richtingen wegstromen. Liggen er meerdere stroomvoerende circuits vlak naast of tegen elkaar, dan warmt elke kabel mede de lucht of de constructie rond de buurkabel op — de gezamenlijke warmteafgifte is hoger dan bij een enkele kabel, waardoor elke kabel in de groep bij dezelfde stroom een hogere geleidertemperatuur bereikt. De groepsfactor Cg compenseert dit door de toegestane stroom per kabel naar beneden bij te stellen naarmate er meer circuits worden gegroepeerd.

Twee verschillende groeperingswijzen

IEC 60364-5-52 bijlage B onderscheidt onder meer twee tabellen die tot duidelijk verschillende factoren leiden:

GroeperingswijzeTabelKenmerkEffect op Cg
Gebundeld/aanrakend (bijvoorbeeld in een buis, kabelgoot of trunking, kabels tegen elkaar)B.52.17Kabels raken elkaar aan, geen luchtruimte ertussenSterkste afname — bij circa 6 aanrakende circuits ligt Cg in de orde van 0,55-0,6
Enkele laag, met tussenruimte (bijvoorbeeld gescheiden op een kabelgoot of -ladder, elk kabel omringd door lucht)B.52.20Kabels raken elkaar niet aan, ruimte tussen elke kabel voor luchtcirculatieDuidelijk minder streng — bij eenzelfde aantal circuits ligt Cg merkbaar hoger dan bij de aanrakende variant

Het praktische gevolg: dezelfde zes circuits geven een merkbaar hogere toegestane stroom per kabel wanneer ze los van elkaar op een kabelgoot liggen dan wanneer ze aanrakend in één bundel of buis zijn samengebonden — puur door het verschil in onderlinge luchtcirculatie.

Praktische relevantie

Bij het ontwerpen van een kabelroute met meerdere circuits (bijvoorbeeld een verdeelinrichting met meerdere afgaande groepen die een stuk gezamenlijk worden getraceerd) bepaalt niet alleen het aantal circuits, maar ook de fysieke rangschikking — aanrakend gebundeld of met tussenruimte in een enkele laag — welke groepsfactor van toepassing is. Bij een krappe kabelgoot waar montage aanrakend bundelen aantrekkelijk maakt, kan het de moeite waard zijn om kabels bewust met tussenruimte te leggen (of een bredere goot te kiezen) om een minder strenge groepsfactor te mogen toepassen en zo met een kleinere doorsnede te kunnen volstaan.

Veelgemaakte fouten

  1. De groepsfactor toepassen alsof alle groeperingswijzen gelijk zijn — aanrakend gebundeld en enkele-laag-met-tussenruimte geven een wezenlijk andere Cg-waarde bij hetzelfde aantal circuits.
  2. Later toegevoegde circuits niet meenemen in de groepsfactor — wanneer na oplevering extra kabels in dezelfde goot of buis worden bijgelegd, verandert de groepsfactor voor alle kabels in die groep, ook de reeds aanwezige.
  3. Reservecircuits die (nog) niet zijn aangesloten, negeren bij het bepalen van het aantal gegroepeerde circuits — als een lege kabel toch warmte-uitwisseling met de buurkabels beïnvloedt zodra hij later wordt gebruikt, moet dit vooraf in de dimensionering worden verwerkt.
  4. Groepsfactor en referentiemethode door elkaar halen — de referentiemethode (A1/B1/C/E) bepaalt de basis-tabelwaarde per installatiewijze, de groepsfactor is een aparte, vermenigvuldigende correctie daarbovenop.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels · NEN-Hub