Referentiemethoden — de installatiemethode bepalen voor de stroombelastbaarheidstabel
Referentiemethoden — de installatiemethode bepalen voor de stroombelastbaarheidstabel
De gids over kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid
behandelt de basisformule Iz = Itabel × f1 × f2 × f3. Dat artikel gaat
ervan uit dat de juiste Itabel-waarde al bekend is. Dit artikel
behandelt de stap die daaraan voorafgaat: hoe de fysieke manier waarop een
kabel is of wordt geïnstalleerd, wordt vertaald naar een van de
referentiemethoden uit IEC 60364-5-52 — de sleutel waarmee de juiste
tabel wordt opgezocht.
Waarom de installatiewijze de tabelwaarde bepaalt
Dezelfde kabel met dezelfde doorsnede heeft een andere stroombelastbaarheid al naar gelang hoe goed de opgewekte warmte kan worden afgevoerd: een kabel vrij in de lucht koelt beter dan diezelfde kabel weggewerkt in een thermisch geïsoleerde wand, en een kabel in een kabelgoot met meerdere andere kabels koelt anders dan een enkele kabel op een open kabelbaan. IEC 60364-5-52 vangt dit op door installatiewijzen te groeperen in een beperkt aantal referentiemethoden, elk met een eigen kolom in de stroombelastbaarheidstabellen.
De belangrijkste referentiemethoden
| Methode | Typische installatiewijze |
|---|---|
| A1 | Geïsoleerde geleiders of eenaderige kabel in leidingbuis, in een thermisch geïsoleerde wand |
| A2 | Meeraderige kabel in leidingbuis, in een thermisch geïsoleerde wand |
| B1 | Geïsoleerde geleiders of eenaderige kabel in leidingbuis, op een houten of metselwerk wand |
| B2 | Meeraderige kabel in leidingbuis, op een houten of metselwerk wand |
| C | Eenaderige of meeraderige kabel direct tegen een wand of plafond geklemd (of in een wand), zonder leidingbuis |
| D | Kabel rechtstreeks ondergronds, of in ondergrondse leidingbuis |
| E | Meeraderige kabel vrij in de lucht, of op een kabelgoot/kabelbaan |
| F | Eenaderige kabels vrij in de lucht, elkaar rakend (aangrenzend) |
Naarmate de methode lager in deze tabel staat, is de warmteafvoer over het algemeen beter en ligt de toegestane stroombelastbaarheid (bij gelijke doorsnede) hoger — een kabel vrij in de lucht (methode E/F) mag doorgaans aanzienlijk meer stroom voeren dan dezelfde kabel weggewerkt in een geïsoleerde wand (methode A1/A2).
Van installatiewijze naar referentiemethode
In de praktijk wordt de referentiemethode niet rechtstreeks afgelezen, maar bepaald via een aparte, uitgebreidere voorbeeldentabel (bijlage bij IEC 60364-5-52) die concrete installatiesituaties — bijvoorbeeld "kabel in kabelgoot op een perforeerde ladder" of "kabel ingebed in beton" — koppelt aan de bijbehorende referentiemethode uit de bovenstaande lijst. Deze stap is essentieel: een verkeerd gekozen referentiemethode leidt rechtstreeks tot een verkeerde Itabel-waarde, ongeacht hoe zorgvuldig de correctiefactoren f1/f2/f3 daarna worden toegepast.
Praktische relevantie
Bij het dimensioneren of controleren van een kabeldoorsnede is het identificeren van de juiste referentiemethode de eerste stap, vóór het opzoeken van Itabel en het toepassen van de correctiefactoren: een kabel die in de ontwerpfase als methode E (vrije lucht) is berekend, maar later alsnog wordt weggewerkt in een geïsoleerde wand (methode A1/A2), heeft zonder herberekening een te hoge veronderstelde stroombelastbaarheid.
Veelgemaakte fouten
- Dezelfde referentiemethode aanhouden ongeacht wijzigingen in de installatiewijze — een kabel die tijdens de uitvoering alsnog in een geïsoleerde wand of dichte kabelgoot terechtkomt, vereist een nieuwe opzoeking van de referentiemethode.
- Methode E of F (vrije lucht) aannemen voor gemakkelijkere berekening terwijl de kabel in werkelijkheid is weggewerkt in een muur of leidingbuis — dit resulteert in een te optimistische (te hoge) Itabel-waarde.
- De referentiemethode van een enkele kabel toepassen op een bundel zonder de aparte bundelingscorrectiefactor (f2) uit de kabeldoorsnede-gids mee te nemen — de referentiemethode en de bundelingscorrectie zijn twee afzonderlijke stappen die allebei nodig zijn.
- De voorbeeldentabel negeren en de referentiemethode zelf inschatten op basis van een oppervlakkige gelijkenis — de officiële voorbeeldentabel bevat installatiesituaties die niet altijd intuïtief aan de juiste letter-methode worden gekoppeld.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 60502-1 / fabrikantrichtlijnenKabels trekken — maximale trekkracht en minimale buigstraal tijdens installatie
- §526.3 / IEC 60998Aansluitklemmen vergeleken — veerklem versus schroefklem, en de toegankelijkheidseis voor aftakdozen
- NEN-EN 1366-3Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- IEC 61439-6Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
- NEN-EN 50525Kabeltype-aanduiding decoderen — VOB, XVB, YMvK en de "as"/"mb"-toevoegingen
- IEC 61084-2-2Vloergoten en vloerdozen — kabelkanalen onder de vloer