Grondkabel — Legdiepte
De minimale diepte waarop een kabel rechtstreeks in de grond mag worden gelegd zonder aanvullende mechanische bescherming (bijvoorbeeld een beschermbuis of afdekplaat). Volgens NEN 1010 §522.8.10 is de minimumdiepte 0,5 m in tuinen/bermen; onder verhardingen, opritten en wegen wordt in de praktijk minimaal 1,0 m aangehouden, met een signaleringslint boven de kabel als extra waarschuwing bij graafwerk.
Voor de voeding van een tuinhuis wordt een XMVK-grondkabel op 60 cm diepte gelegd met een signaleringslint 20 cm erboven, ruim binnen de NEN 1010-eis van minimaal 0,5 m.
Een grondkabel bij het aanleggen van bestrating op dezelfde diepte laten liggen als in de border ernaast — onder verharding is extra diepte of mechanische bescherming nodig vanwege de grotere kans op puntbelasting en graafwerk.
Zie ook
- → §528 (IEC 60364-5-52) §528 — Nabijheid van niet-elektrische leidingen: waarom een kabel niet zomaar naast een gasleiding hoort te liggen
- → §559 Assimilatiebelichting — groepen, RCD-type en beveiliging
- → §444 EMC — scheiding van voedings- en datakabels (§444)
- → Meetcode Elektriciteit Grootverbruikaansluitingen — indirecte meting via stroomtransformatoren
- → §523 Kabeldoorsnede & stroombelastbaarheid
- → §131 Beschermingsprincipes