NEN 1010 §522.8
Minimale buigradius
Ook bekend als: buigradius, minimale-buigradius, bending-radius, minimum-bending-radius, buigstraal-kabel, 4x-buitendiameter, minimale-buigstraal-kabel
Kleinste toegestane buigstraal van een kabel om schade aan de isolatie en beschadiging van geleiders te voorkomen. Typisch 8–12× de buitendiameter voor vaste installatie (afhankelijk van kabeltype). Bij trekken door buis of buigen in een verdeelkast altijd de fabrieksspecificatie raadplegen; te kleine buigradius veroorzaakt microbrekken in de isolatie.
Praktijkvoorbeeld
Bij het intrekken van een XMVK-kabel in een mantelbuis wordt een bocht met minimaal 10× de kabeldiameter aangehouden om beschadiging van de XPE-isolatie te voorkomen.
Veel-gemaakte fout
Een XMVK of mantelkabel scherp om een hoek buigen (< 6× Ø) bij het inleggen in een kabelgoot — de XPE-isolatie kan intern beschadigen terwijl de mantel intact blijft.
Zie ook
Verwante termen
Diepgaande gidsen
- → §522.8 Ondergrondse kabels — graafdiepte en mechanische bescherming (§522.8)
- → §524 (IEC 60364-5-52) §524 — Minimale geleiderdoorsnede: de ondergrens van 1,5/0,5/0,75 mm²
- → §512.2 (AD/AE) / §411.3.3 Buitenstopcontacten — minimale IP44, verplichte 30mA-RCD en het onderscheid met vaste buitenverlichting (§714)
- → §543.4 (IEC 60364-5-54) §543.4 — PEN-geleider: minimale doorsnede en het schakelverbod
- → §131 Beschermingsprincipes
- → §411.3.2 Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)
Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська