NEN-Hub
🔍
Practical

Aardingsweerstand meten met de clamp-on (tang)methode — zonder hulpelektroden

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

Aardingsweerstand meten met de clamp-on (tang)methode — zonder hulpelektroden

De gids over de 3-puntsmethode behandelt de klassieke fall-of-potential-meting met twee hulpelektroden in de grond. Dit artikel behandelt een alternatieve techniek die geen enkele hulpelektrode nodig heeft: de clamp-on-methode (ook wel "stakeless"-methode genoemd), gemeten met een tangvormig instrument om de aardleiding of aardelektrode zelf.

Werkingsprincipe

Een clamp-on aardingsweerstandsmeter induceert via één tang een bekende wisselspanning op de te meten aardleiding en meet met dezelfde of een tweede tang de resulterende stroom die via de aardelektrode en terug via alle overige, parallel aanwezige aardpaden loopt. Uit de verhouding tussen de geïnduceerde spanning en de gemeten stroom volgt de weerstand van de gemeten elektrode — zonder dat daarvoor hulpelektroden de grond in hoeven te worden geslagen.

De cruciale voorwaarde: meerdere parallelle aardpaden

De clamp-on-methode berust op een aanname die niet in elke situatie opgaat: de te meten elektrode moet via het aardnetwerk parallel verbonden zijn met minimaal één andere, onafhankelijke aardelektrode of -verbinding, zodat er een gesloten stroomkring ontstaat waarlangs de geïnduceerde teststroom kan terugvloeien. Hoe meer parallelle aardpaden aanwezig zijn, hoe dichter de gemeten waarde de werkelijke weerstand van de individuele elektrode benadert (de gezamenlijke weerstand van de overige paden wordt dan verwaarloosbaar klein ten opzichte van de te meten elektrode).

Bij een enkele, geïsoleerde aardelektrode zonder parallel aardpad — zoals veel voorkomt bij een individuele TT-woninginstallatie met slechts één aardpen — ontbreekt die gesloten kring volledig. De clamp-on-methode levert in die situatie geen bruikbare meetwaarde: voor een dergelijke enkelvoudige elektrode blijft de 3-puntsmethode (fall-of-potential) de enige geschikte techniek.

Wanneer de clamp-on-methode wél geschikt is

De clamp-on-methode is vooral bruikbaar in situaties met van nature meerdere parallelle aardverbindingen, bijvoorbeeld:

  • Netwerken met meerdere, onderling verbonden aardelektroden (zoals bij een reeks laagspanningsmasten of -kasten die via de PEN-geleider of een gemeenschappelijk aardnet met elkaar zijn verbonden).
  • Situaties waarin het praktisch lastig of onmogelijk is om hulpelektroden de grond in te slaan (verharde bestrating, beperkte ruimte rond de meetlocatie).

Praktische relevantie

Vóór het inzetten van een clamp-on-meter moet worden vastgesteld of de te meten elektrode daadwerkelijk deel uitmaakt van een netwerk met meerdere parallelle aardpaden. Is dat niet het geval, dan is de 3-puntsmethode noodzakelijk — het gebruiksgemak van de clamp-on-methode (geen hulpelektroden, snellere meting) weegt dan niet op tegen een meetwaarde die de werkelijke aardelektrodeweerstand niet correct weergeeft.

Veelgemaakte fouten

  1. De clamp-on-methode toepassen op een enkelvoudige, geïsoleerde aardelektrode (bijvoorbeeld een individuele TT-woninginstallatie) — zonder parallel aardpad levert dit geen betrouwbare waarde op.
  2. Niet controleren of er daadwerkelijk meerdere parallelle aardpaden aanwezig zijn vóór de meting, en de uitkomst desondanks als representatief beschouwen.
  3. De clamp-on-methode kiezen puur vanwege het gebruiksgemak (geen hulpelektroden nodig) zonder te beoordelen of de situatie zich daar daadwerkelijk voor leent.
  4. Clamp-on-resultaten rechtstreeks vergelijken met 3-puntsmetingen zonder te beseffen dat beide methoden een net iets ander aspect van de aardingsconfiguratie meten — vooral bij een beperkt aantal parallelle paden kunnen de uitkomsten uiteenlopen.

Gerelateerd

Verder lezen