⚡NEN-Hub
🔍
§2

IV, WV, VP, VOP en Leek — rollen en de schriftelijke aanwijzing

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Normeditie: NEN 3140:2011+A3:2019

Deze pagina is nog niet door een vakbekwaam persoon inhoudelijk gecontroleerd. Controleer altijd de geldende norm en je eigen aanwijzing; dit is geen vervanging van NEN 3140 of NEN 1010.

Fout gevonden? Meld het ons

Bijgewerkt: ≈ 6 min lezen

IV, WV, VP, VOP en Leek — rollen en de schriftelijke aanwijzing

NEN 3140 kent geen vrijblijvende rolverdeling: wie welke elektrotechnische handeling mag verrichten, staat vast en moet schriftelijk zijn vastgelegd. Dit is examenstof die vaak wordt onderschat, terwijl het de basis vormt van elke veiligheidsvraag.

De vijf rollen

RolAfkortingBetekenisBevoegdheid
InstallatieverantwoordelijkeIVEindverantwoordelijk voor de elektrische installatie binnen de organisatieWijst VP/VOP schriftelijk aan, stelt werkinstructies vast, geeft op verzoek van de WV toestemming voor het werk (vrijgave van de installatie) en autoriseert als enige het weer inschakelen, is aanspreekpunt bij incidenten
WerkverantwoordelijkeWVVerantwoordelijk voor een specifieke werkzaamheid of taakVraagt bij de IV toestemming voor het werk aan, laat het werkteam toe op de werklocatie (briefing), ziet toe op naleving tijdens uitvoering en meldt het werk gereed (gereedmelding) aan de IV
Vakbekwaam persoonVPVoldoende opleiding, ervaring en kennis om zelfstandig elektrotechnisch werk te beoordelen en uit te voerenMag zelfstandig spanningsloos werken; werken onder spanning (WOS) mag alleen met een aparte, specifieke WOS-aanwijzing bovenop de reguliere VP-aanwijzing (zie werken onder spanning)
Voldoend onderricht persoonVOPGeïnstrueerd voor specifieke, afgebakende handelingenMag alleen de aangewezen handelingen doen, onder toezicht of volgens vaste instructie
Leek—Geen elektrotechnische opleiding of instructieMag geen elektrotechnische handelingen verrichten, alleen bedienen van voor leken bedoelde apparatuur

Een handige vuistregel: VP beoordeelt, VOP voert een vaste handeling uit, Leek doet geen van beide.

De werkvergunning-keten (IV - WV - VP)

Bij werk dat toestemming en vrijgave van de installatie vereist, loopt de verantwoordelijkheid langs vaste stappen:

  1. De WV vraagt bij de IV toestemming om het werk te mogen uitvoeren.
  2. De IV geeft de toestemming en geeft de installatie vrij voor het werk.
  3. De WV laat het werkteam (VP's en VOP's) toe op de werklocatie en geeft een werkinstructie (briefing).
  4. Na afloop meldt de WV het werk gereed (gereedmelding) aan de IV.
  5. Alleen de IV autoriseert het weer inschakelen van de installatie.

De schriftelijke aanwijzing — wettelijke basis

De aanwijzing is geen interne formaliteit maar een wettelijke verplichting:

  • Arbobesluit artikel 3.5 verplicht de werkgever om personen die aan elektrische installaties werken schriftelijk aan te wijzen als VP of VOP, met vermelding van de reikwijdte van hun bevoegdheid.
  • Bepaling 4.2.101 (aanvulling op NEN 3140/NEN-EN 50110-1 voor Nederland) werkt dit verder uit: de aanwijzing moet persoonsgebonden zijn, de toegestane werkzaamheden benoemen en periodiek worden geactualiseerd (bijvoorbeeld bij functiewijziging of na een incident).
  • Zonder schriftelijke aanwijzing is een persoon voor de wet geen VP of VOP, ongeacht diploma's of ervaring — de aanwijzing zelf is het bewijsstuk, niet de vakbekwaamheid op zich.

Wat staat er in een aanwijsformulier

Een aanwijsformulier (soms tijdelijk aanwijsformulier voor een cursus, examen of tijdelijke opdracht) is altijd persoonsgebonden en bevat in de regel dezelfde kernonderdelen, ongeacht welke organisatie het model heeft opgesteld:

OnderdeelInhoud
IdentificatieNaam, functie, afdeling/werkgever van de aangewezene
Ingangsdatum en geldigheidsduurVanaf wanneer de aanwijzing geldt, en tot wanneer — een aanwijzing zonder einddatum of met een datum die verstreken is, is niet meer geldig
Type aanwijzingVP of VOP — expliciet, niet impliciet uit de functietitel af te leiden
Installatie(s) waarvoor de aanwijzing geldtDe aanwijzing is gekoppeld aan een specifieke installatie of installatiegroep, niet "alle elektrotechniek in het bedrijf"
Werkzaamheden waarvoor de aanwijzing geldtWelke type handelingen zijn toegestaan — een VOP-aanwijzing noemt hier de vaste, afgebakende handelingen; een VP-aanwijzing kan ruimer zijn
BeperkingenEventuele expliciete grenzen, bijvoorbeeld "alleen onder toezicht", "alleen tot een bepaald spanningsniveau", of "alleen in aanwezigheid van de installatieverantwoordelijke"
Ontvangen hulpmiddelenBevestiging welke PBM en gereedschap (spanningstester, dummy's, hangslot, waarschuwingsbord, handschoenen, veiligheidsbril) de aangewezene heeft ontvangen
HandtekeningenVan de aanwijzer (namens de IV/directie) én van de aangewezene zelf — een aanwijzing zonder beide handtekeningen is niet rechtsgeldig

Bij een tijdelijke aanwijzing (bijvoorbeeld tijdens een cursus of examen) is de geldigheidsduur vaak beperkt tot één dag of één sessie, en gelden de opgegeven beperkingen (zoals "alleen onder toezicht van de begeleider") strikter dan bij een reguliere, doorlopende aanwijzing op de werkvloer.

Normhiërarchie: van kaderrichtlijn tot praktijknorm

Examenkandidaten worden vaak gevraagd waar een regel "vandaan komt". De hiërarchie:

  1. Kaderrichtlijn 89/391/EEG (EU) — algemene verplichting van werkgevers tot veilige arbeidsomstandigheden.
  2. Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), artikel 3 — vertaalt dit naar Nederlandse wetgeving: de werkgever zorgt voor de veiligheid en gezondheid van werknemers.
  3. Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), artikel 3.4 en 3.5 — concrete eisen aan elektrische arbeidsmiddelen en de verplichte aanwijzing van VP/VOP.
  4. Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling) — nadere technische invulling.
  5. NEN 3140 / NEN-EN 50110-1 — de geharmoniseerde praktijknorm waarmee bedrijven aan de Arbowet-verplichting invulling geven (niet verplicht op zichzelf, maar het gangbare "hoe" om aan het Arbobesluit te voldoen). NEN 3140 geldt voor laagspanning (≤ 1000 V AC); de zusternorm NEN 3840 vervult dezelfde rol voor hoogspanning.

NEN 1010 versus NEN 3140

Een klassieke verwarring op het examen:

  • NEN 1010 stelt eisen aan het ontwerp, de aanleg en de oplevering van een elektrische laagspanningsinstallatie — de installatie zoals die moet zíjn.
  • NEN 3140 stelt eisen aan veilig werken aan en met een bestaande elektrische installatie of arbeidsmiddel — hoe je er veilig mee omgaat, inspecteert en onderhoudt.

Kort gezegd: 1010 bouwt, 3140 werkt. Een installatie die volgens NEN 1010 correct is aangelegd, kan nog steeds onveilig worden gebruikt als NEN 3140 niet wordt gevolgd — en andersom biedt de beste werkwijze geen bescherming tegen een installatie die niet aan NEN 1010 voldoet.

Een derde norm die in dit rijtje vaak vergeten wordt: NEN 4010 regelt de veiligheidscontrole van bestaande laagspanningsinstallaties waarvan de herkomst of documentatie onduidelijk is — typisch bij woningverkoop, verzekering of hypotheekkeuring, wanneer er geen volledig NEN 1010-opleveringsdossier beschikbaar is. Waar NEN 1010 toetst tegen het ontwerp en NEN 3140 tegen veilig werken, geeft NEN 4010 een praktisch beoordelingskader voor een installatie waarvan je de bouwgeschiedenis niet kent.

Verder lezen

Verwante termen
IV, WV, VP, VOP en Leek — rollen en de schriftelijke aanwijzing · NEN-Hub