NEN-Hub
🔍
IEC 61230 (aardingsset)

Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230

De gids over de 5 veiligheidsregels behandelt wanneer en waarom stap 4 — aarden en kortsluiten — wordt toegepast bij het spanningsloos maken van een installatie. Dit artikel behandelt een voorafgaande voorwaarde die daarbij vaak wordt overgeslagen: is het aardings- en kortsluitstel zelf, op het moment van gebruik, nog wel betrouwbaar? IEC 61230 ("Live working — Portable equipment for earthing or earthing and short-circuiting") beschrijft zowel de typebeproeving als de richtlijnen voor de periodieke controle van dit stel in gebruik.

Waarom het stel zelf periodiek gecontroleerd moet worden

Een aardings- en kortsluitstel is de laatste barrière tussen de monteur en een onverwachte terugschakeling of geïnduceerde spanning tijdens werk aan een spanningsloos gemaakte installatie. Als dit stel zelf een verhoogde overgangsweerstand heeft — door corrosie, een losgetrild klemcontact of beschadigde geleiderstrengen — kan het bij een daadwerkelijke fout onvoldoende stroom afvoeren, met het risico dat een deel van die stroom alsnog via de monteur naar aarde loopt. Een stel dat er visueel intact uitziet, garandeert dus niet automatisch een laag genoeg overgangsweerstand.

Visuele controle vóór elk gebruik

Voorafgaand aan elk gebruik hoort een visuele controle van het volledige stel:

  • Klemmen: controleren op corrosie, vervorming of haarscheurtjes in het klemlichaam, en op een goed sluitende, stevige beet op de geleider of rail waarop wordt aangesloten.
  • Geleider: controleren op gebroken strengen, mechanische beschadiging van de isolatie, of oxidatie ter plaatse van de klemaansluitingen — juist daar treedt overgangsweerstand het eerst op.
  • Volledigheid van het stel: controleren of alle onderdelen (aard-, fase- en eventuele N-klem) aanwezig en van hetzelfde, bij elkaar horende stel zijn — een geïmproviseerd, samengesteld stel uit losse onderdelen van verschillende sets is niet als geheel beproefd.

Periodieke weerstandsmeting: klem-tot-klem

Naast de visuele controle voorziet IEC 61230 in een periodieke, instrumentele controle: het meten van de elektrische weerstand tussen de klemmen, gemeten door de volledige geleider en beide klemaansluitingen heen.

Let op: IEC 61230 legt geen vaste maximale weerstandswaarde vast die voor elk stel geldt. In plaats daarvan wordt de gemeten waarde vergeleken met de referentiewaarde die bij ingebruikname van dat specifieke stel is vastgelegd. Een significante toename ten opzichte van die referentiewaarde wijst op corrosie, een losgetrild contact of beginnende strengbreuk in de geleider, ook als het stel er visueel nog volledig intact uitziet.

Dit betekent in de praktijk dat elk aardings- en kortsluitstel bij eerste ingebruikname een genoteerde nulmeting nodig heeft, zonder welke een latere periodieke meting geen betekenisvolle vergelijking oplevert.

Dimensionering: doorsnede afgestemd op de prospectieve foutstroom

Een aardings- en kortsluitstel moet de prospectieve kortsluitstroom van de installatie gedurende de uitschakeltijd van de bovenliggende beveiliging (doorgaans in de orde van 1 seconde) kunnen voeren zonder te smelten of onaanvaardbaar te verhitten. Een stel dat is overgedimensioneerd voor een kleinere installatie dan waar het nu wordt ingezet, kan bij een daadwerkelijke fout fysiek bezwijken vóór de bovenliggende beveiliging heeft uitgeschakeld — de doorsnede van het stel moet daarom passen bij de daadwerkelijke prospectieve foutstroom op de plaats van gebruik, niet bij een generieke vuistregel.

Opslag: net zo bepalend als de beproeving zelf

Een correct beproefd stel dat vervolgens verkeerd wordt opgeborgen — geknikt, met een klem die op de vloer sleept, of vochtig weggelegd — kan tegen de volgende keer van gebruik alsnog een verhoogde weerstand of beschadigde isolatie hebben, ondanks een recente, geldige beproevingsdatum. Droog, ongeknikt en beschermd tegen mechanische schade opbergen is daarom een even bepalende factor voor de betrouwbaarheid van het stel als de periodieke beproeving zelf.

Praktische relevantie

Bij het samenstellen van een werkvergunning voor spanningsloos werken waarbij stap 4 van de 5 veiligheidsregels van toepassing is, is het van belang niet alleen te controleren of er een aardings- en kortsluitstel aanwezig is, maar ook of dat specifieke stel een geldige, traceerbare periodieke beproevingsdatum heeft en qua doorsnede is afgestemd op de prospectieve foutstroom van de installatie waarop het wordt toegepast.

Veelgemaakte fouten

  1. Een aardings- en kortsluitstel gebruiken zonder vastgelegde referentieweerstand bij ingebruikname, waardoor een latere periodieke meting geen betekenisvolle vergelijking oplevert.
  2. Een stel met een te kleine doorsnede inzetten ten opzichte van de prospectieve foutstroom op de plaats van gebruik, met risico op fysiek bezwijken tijdens een daadwerkelijke fout.
  3. Onderdelen van verschillende stellen combineren tot een geïmproviseerd geheel dat als zodanig nooit is beproefd of gekeurd.
  4. Een stel verkeerd opbergen (geknikt, vochtig, onbeschermd), wat de betrouwbaarheid ondanks een recente beproevingsdatum alsnog kan ondermijnen.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen