Kleinschalige windturbines — netaansluiting en beveiliging
Kleinschalige windturbines — netaansluiting en beveiliging
De gids over PV-omvormers en anti-eilandbedrijf en de gids over WKK-netaansluiting behandelen twee vormen van decentrale opwekking die aan dezelfde netaansluitnorm moeten voldoen. Een kleinschalige windturbine (doorgaans tot enkele tientallen kW) valt onder diezelfde norm, maar heeft twee risico's die een PV-installatie niet kent: flikker door windvlagen en overtoerental van de rotor bij verlies van het net.
Dezelfde netaansluitnorm als PV en WKK
Net als een PV-omvormer moet een windturbine-omvormer voldoen aan NEN-EN 50549-1 (eisen voor generatoren die op het laagspanningsnet worden aangesloten): spannings- en frequentiegrenzen, doorrijden bij kortstondige netstoringen (ride-through) waar van toepassing, en — essentieel — anti-eilandbedrijf: bij verlies van het net moet de turbine binnen de voorgeschreven tijd loskoppelen, zodat het net niet onbedoeld onder spanning blijft tijdens onderhoud of een storing elders.
Generatortype bepaalt het gedrag bij het net
- Direct gekoppelde asynchrone (inductie)generator: eenvoudig en robuust, maar trekt bij het bereiken van de inschakelwindsnelheid een aanzienlijke magnetiseringsstroom uit het net — vergelijkbaar met de aanloopstroom van een driefasemotor (zie de gids over motoraanloopstroom) — wat een kortstondige spanningsdip kan veroorzaken.
- PMSG (permanent-magneet synchrone generator) met volledige vermogenselektronische omvormer: ontkoppelt de rotorsnelheid volledig van de netfrequentie en geeft de omvormer meer controle over het inschakelgedrag, vergelijkbaar met een PV-omvormer.
Flikker: een groter risico dan bij PV
Windvermogen fluctueert met elke windvlaag, en een direct gekoppelde inductiegenerator zet die vermogensfluctuaties vrijwel rechtstreeks om in spanningsfluctuaties op het aansluitpunt. Dit maakt flikker (zie de gids over spanningsfluctuaties en flikker) bij kleinschalige windturbines een prominenter aandachtspunt dan bij een PV-installatie, waar het vermogen — afgezien van passerende bewolking — veel geleidelijker varieert.
Overtoerental bij netverlies: waarom dit meer is dan alleen een net-issue
Bij een PV-omvormer is anti-eilandbedrijf primair een veiligheidseis voor het net — de PV-panelen zelf lopen geen risico bij loskoppeling. Bij een windturbine is netverlies ook een direct gevaar voor de turbine zelf: bij sommige turbine-ontwerpen (met name direct gekoppelde generatoren) draagt het net een deel van het reactieve tegenkoppelmoment dat de rotor op toerental houdt. Valt het net weg zonder dat de turbine dit snel detecteert en compenseert, dan kan de rotor overtoeren — met risico op mechanische schade aan blad, as of lagers, en in een uiterst geval op wegvliegende bladdelen.
Om die reden stuurt de elektrische beveiliging van een windturbine bij netverlies of overtoerental niet alleen de netontkoppeling aan, maar ook een mechanische of aerodynamische rembeveiliging — bijvoorbeeld een mechanische schijfrem, het "uit de wind draaien" (furling) van de rotor, of het verstellen van de bladhoek (pitch) naar een remstand.
Bliksembeveiliging
Een windturbinemast en de rotorbladen zijn vaak het hoogste punt in de directe omgeving, met een verhoogd risico op een directe blikseminslag — vergelijkbaar met de overwegingen uit de gids over bliksembeveiligingsscheidingsafstand, maar dan toegepast op een bewegende, geaarde constructie met bladtippen die tijdens rotatie een aanzienlijk invangoppervlak bestrijken.
Let op: dit artikel behandelt de elektrotechnische netaansluitings- en beveiligingsaspecten. De constructieve, aerodynamische en vergunningstechnische eisen aan een windturbine vallen buiten de scope van NEN 1010 en worden elders (bouwbesluit, fabrikantnormen, IEC 61400-serie) geregeld.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen van een kleinschalige windturbine-installatie is het onvoldoende om alleen de netaansluitnorm (NEN-EN 50549-1) te controleren zoals bij een PV-installatie — de beoordeling moet ook vaststellen of de elektrische netverlies-detectie daadwerkelijk is gekoppeld aan een mechanische remfunctie, en of de te verwachten flikker binnen de toegestane grenzen blijft bij de lokale windkarakteristiek.
Veelgemaakte fouten
- Een windturbine-aansluiting beoordelen als "hetzelfde als PV" zonder de flikker- en overtoerentalrisico's mee te wegen die specifiek voor wind gelden.
- Aannemen dat anti-eilandbedrijf alleen het net beschermt — bij een windturbine beschermt de gekoppelde mechanische remfunctie ook de turbine zelf tegen overtoerental.
- Flikkerbeoordeling overslaan omdat de turbine "klein" is — juist een direct gekoppelde inductiegenerator kan bij een zwak net onevenredig veel flikker veroorzaken ten opzichte van zijn vermogen.
Gerelateerd
Verder lezen
- NEN-EN 50549WKK-installaties — netaansluiting en anti-eilandbedrijf
- §559Assimilatiebelichting — groepen, RCD-type en beveiliging
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434
- §709Jachthavens en ligplaatsen (§709) — individuele RCD-beveiliging en galvanische corrosie
- IEC 62619 / IEC 62477-1BESS — DC-zijde: overstroombeveiliging en kabeldimensionering van batterijopslagsystemen
- §551Aarding van draagbare aggregaten — zwevend systeem versus TN-aansluiting