NEN-Hub
🔍
IEC 60664-1

Overspanningscategorieën CAT I-IV (IEC 60664) — niet te verwarren met de CAT-classificatie van meetinstrumenten

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Overspanningscategorieën CAT I-IV (IEC 60664) — niet te verwarren met de CAT-classificatie van meetinstrumenten

De gids over meetinstrumenten en CAT-categorieën behandelt de CAT-classificatie (CAT I t/m CAT IV) zoals die op een multimeter of meettang staat vermeld, volgens de meetinstrumentnorm IEC 61010. Dit artikel behandelt een andere norm die toevallig dezelfde CAT I-IV-terminologie gebruikt, maar voor een compleet ander doel: IEC 60664-1, die de overspanningscategorie van de installatie of het apparaat zelf beschrijft — niet van het meetinstrument waarmee erin gemeten wordt.

Het verschil in één zin

  • IEC 61010 CAT-classificatie: hoe goed is het meetinstrument beschermd tegen transiënte overspanningen op de plek waar het wordt gebruikt?
  • IEC 60664-1 overspanningscategorie: op welk punt in de installatie bevindt zich het apparaat of de vaste bedrading zelf, en welke transiënte overspanning moet de isolatie van dát apparaat kunnen weerstaan?

Beide normen gebruiken dezelfde CAT I-IV-schaal en dezelfde logica ("hoe dichter bij de netaansluiting, hoe hoger de te verwachten transiënte overspanning"), maar ze classificeren iets fundamenteel anders. Een meettang met CAT III-classificatie zegt niets over de overspanningscategorie van het apparaat waarop hij wordt aangesloten — dat zijn twee onafhankelijke classificaties die toevallig dezelfde naamgeving delen.

De vier overspanningscategorieën van IEC 60664-1

CategorieTypische toepassing
CAT IApparatuur die is aangesloten op een circuit waarin maatregelen zijn genomen om transiënte overspanningen tot een laag niveau te beperken — bijvoorbeeld beschermde elektronica achter een eigen overspanningsbeveiliging.
CAT IIHuishoudelijke en vergelijkbare, via een stekker aangesloten apparatuur, met individuele bescherming (zekering/installatieautomaat) — bijvoorbeeld een wasmachine of een handgereedschap.
CAT IIIApparatuur die deel uitmaakt van de vaste installatie zelf, binnen een verdeelinrichting of aangesloten direct op de vaste bedrading — bijvoorbeeld een vast gemonteerde groepenkast, een vaste industriële motor of een vast aangesloten paneel.
CAT IVApparatuur en meetpunten op of nabij het punt van netaansluiting — bijvoorbeeld de hoofdaansluiting zelf, de meterkast-zijde van de hoofdschakelaar, of een luchtlijn/kabel rechtstreeks vanaf het net.

Hoe dichter bij de oorsprong van de installatie (het net), hoe hoger de categorie en hoe hoger de transiënte overspanning waartegen de isolatie van het apparaat bestand moet zijn — een blikseminslag of schakelhandeling elders in het net veroorzaakt immers een hogere transiënte spanningspiek dichter bij de bron dan verderop in de installatie, waar kabel- en apparaatimpedantie de piek al gedeeltelijk dempen.

Waarom de verwarring zo vaak voorkomt

Omdat beide normen dezelfde CAT I-IV-schaal en vergelijkbare redenering hanteren, ontstaat in de praktijk al snel de aanname dat een CAT III-meettang "dus" geschikt is voor elk CAT III-apparaat, of dat de CAT-aanduiding op een apparaat iets zegt over welk meetinstrument daarbij gebruikt mag worden. Dat is niet zo: de CAT-classificatie van het meetinstrument (IEC 61010) bepaalt de veiligheid van de monteur bij het meten; de overspanningscategorie van het apparaat (IEC 60664-1) bepaalt de vereiste isolatiecoördinatie van dat apparaat zelf in zijn installatiepositie. Beide moeten voor de betreffende situatie correct zijn, maar het zijn onafhankelijke beoordelingen.

Praktische relevantie

Bij het selecteren van apparatuur voor een bepaalde positie in de installatie (bijvoorbeeld een overspanningsbeveiliging, een schakelaar, of elektronica die dicht bij de hoofdaansluiting wordt geplaatst) moet de overspanningscategorie volgens IEC 60664-1 worden beoordeeld ten opzichte van de positie van dat apparaat in de installatie. Dit is een aparte beoordeling van — en mag niet worden verward met — de keuze van een geschikt CAT-geclassificeerd meetinstrument (zie de meetinstrumenten-CAT-gids) voor het uitvoeren van metingen op diezelfde positie.

Veelgemaakte fouten

  1. De CAT-classificatie van een meetinstrument (IEC 61010) verwarren met de overspanningscategorie van een apparaat (IEC 60664-1) — het zijn twee verschillende normen die toevallig dezelfde schaalnamen gebruiken.
  2. Aannemen dat een CAT III-gemarkeerd apparaat automatisch veilig is om te meten met een CAT III-meettang — de classificatie van het apparaat zegt niets over welk meetinstrument daarbij hoort; dat volgt uit de positie waar met het instrument gemeten wordt, niet uit het CAT-label van het apparaat zelf.
  3. De overspanningscategorie van apparatuur negeren bij de keuze van een overspanningsbeveiliging — een overspanningsbeveiliging die is ontworpen voor een CAT II-positie beschermt onvoldoende op een CAT III- of CAT IV-positie dichter bij de oorsprong.
  4. Ervan uitgaan dat de categorie alleen over spanningsniveau gaat — de categorie gaat over de positie in de installatie ten opzichte van de bron van transiënte overspanningen, niet over de nominale bedrijfsspanning van het apparaat.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen