NEN-Hub
🔍
IEC 62305-2

Bliksembeveiliging — risicoanalyse en LPL-klasse volgens IEC 62305-2

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Bliksembeveiliging — risicoanalyse en LPL-klasse volgens IEC 62305-2

De bliksembeveiliging-kassen-gids behandelt de toepassing van een bliksembeveiligingssysteem specifiek voor kasconstructies. Dit artikel behandelt de algemene, voorafgaande stap die voor elk type gebouw geldt en die in de kassengids als gegeven wordt verondersteld: hoe wordt volgens IEC 62305-2 vastgesteld óf, en met welke beveiligingsklasse, een bliksembeveiligingssysteem nodig is?

Risico komt vóór ontwerp

IEC 62305 is opgebouwd uit vier delen, waarvan deel 2 (risicomanagement) voorafgaat aan deel 3 (het fysieke ontwerp van het LPS zelf — geleiders, vangnetten, aardingssysteem). Zonder een uitgevoerde risicoanalyse is er geen onderbouwde basis om te bepalen of een gebouw een bliksembeveiliging nodig heeft, en zo ja, in welke beveiligingsklasse (Lightning Protection Level, LPL I–IV) deze moet worden uitgevoerd.

De risicocomponenten (R1–R4)

IEC 62305-2 onderscheidt vier soorten risico, elk gekoppeld aan een ander soort verlies:

  • R1 — risico van verlies van mensenlevens (of blijvend letsel).
  • R2 — risico van verlies van een publieke dienst (bijvoorbeeld nutsvoorzieningen).
  • R3 — risico van verlies van cultureel erfgoed.
  • R4 — risico van economisch verlies (gebouw, inhoud, bedrijfscontinuïteit).

Elk risico wordt berekend als een som van deelrisico's per schadebron: directe blikseminslag in het gebouw (S1), inslag nabij het gebouw (S2), inslag in een aangesloten leiding (S3), of inslag nabij een aangesloten leiding (S4).

De toetsing aan het tolereerbare risico

Het berekende risico wordt vergeleken met een genormeerd tolereerbaar risico (RT) — voor R1 (mensenlevens) geldt een tolereerbaar risico van RT = 10⁻⁵ per jaar (een kans van hooguit 1 op 100.000 per jaar op een bliksemgerelateerd dodelijk of blijvend letsel). Zolang het berekende risico onder deze grens blijft, is aanvullende bliksembeveiliging niet normatief vereist. Overschrijdt het berekende risico de tolereerbare grens, dan is bescherming nodig, en wordt de vereiste LPL-klasse (I t/m IV, van zwaarste naar lichtste beveiligingsniveau) gekozen op basis van hoeveel risicoreductie nodig is om weer onder RT te komen.

Let op: dit is een kwantitatieve risicoberekening, geen vuistregel — de uitkomst hangt af van gebouwafmetingen, ligging, omgeving (open terrein versus beschutte stadsligging), het aantal aanwezige personen, de aard van de activiteiten binnen het gebouw, en de aangesloten leidingen (stroom, data). Twee ogenschijnlijk vergelijkbare gebouwen kunnen tot een andere vereiste LPL-klasse leiden.

Verband met de kassenspecifieke gids

De bliksembeveiliging-kassen-gids gaat in op praktische aspecten die specifiek zijn voor kasconstructies (de metalen kasconstructie als natuurlijke geleider, de hoofdvereffening met de kasstructuur — zie ook de hoofdvereffening-kasconstructie-gids). De risicoanalyse uit dit artikel is de stap die daaraan voorafgaat: pas nadat is vastgesteld dát bescherming nodig is en in welke LPL-klasse, wordt de kassenspecifieke uitwerking relevant.

Praktische relevantie

Bij het beoordelen of een gebouw een bliksembeveiligingssysteem nodig heeft, moet eerst een risicoberekening (R1 t/m R4, afhankelijk van het type verlies dat relevant is) worden uitgevoerd en getoetst aan het tolereerbare risico — een LPS installeren zonder deze onderbouwing (of, omgekeerd, aannemen dat geen LPS nodig is zonder de berekening te maken) is normatief niet houdbaar.

Veelgemaakte fouten

  1. Direct een LPL-klasse kiezen zonder eerst de risicoberekening (R1–R4) uit te voeren — de klasse volgt uit de benodigde risicoreductie, niet uit een vaste aanname per gebouwtype.
  2. Alleen het risico voor mensenlevens (R1) beoordelen terwijl ook economisch verlies (R4) of verlies van een publieke dienst (R2) relevant kan zijn voor het gebouw in kwestie — elk relevant risicocomponent moet apart tegen zijn eigen tolereerbare grens worden getoetst.
  3. De risicoanalyse als eenmalige exercitie zien — een significante wijziging van het gebouw, de omgeving, of het gebruik (bijvoorbeeld een uitbreiding, meer aanwezige personen, nieuwe aangesloten leidingen) kan de uitkomst van de risicoberekening en daarmee de vereiste LPL-klasse veranderen.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen