Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
Voor stroomverdeling over lange afstanden met hoge stroomsterkte, of in ruimten waar de indeling van machines en werkplekken regelmatig wijzigt, is een stroomrailsysteem (busbar trunking system, BTS) vaak een praktischer alternatief voor een traditioneel kabeltracé. IEC 61439-6 is de productnorm die eisen stelt aan dit type systeem, als onderdeel van de bredere IEC 61439-familie voor laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen.
Wat een stroomrailsysteem is
Een stroomrailsysteem bestaat uit voorgefabriceerde rechte secties, bochten en insteek-aftakpunten (tap-off units) die met elkaar worden gekoppeld tot een doorlopend distributietraject. In plaats van een nieuwe kabel te trekken voor elke machine of werkplek, wordt op elk gewenst punt langs de rail een aftakeenheid ingestoken die de plaatselijke groepenkast of machine voedt.
Belangrijkste eisen uit IEC 61439-6
- De norm geldt voor systemen tot 1000V AC of 1500V DC.
- De nominale stroom (Inc) van elk circuit — inclusief invoereenheid, stroomraileenheid, aftakeenheid en uitgaand circuit — moet gelijk zijn aan of hoger dan de veronderstelde belasting van dat circuit.
- Bij een aftakeenheid met meerdere circuits moeten deze circuits continu en gelijktijdig belastbaar zijn op hun nominale stroom vermenigvuldigd met de RDF (Rated Diversity Factor), binnen de grens van de nominale stroom van de aftakeenheid zelf.
- Het compliant zijn van een stroomrail moet worden geverifieerd op: temperatuurstijging, kortsluitvastheid, diëlektrische sterkte, IP-beschermingsgraad en mechanische sterkte.
Voordeel ten opzichte van kabel
Waar een kabeltracé bij een indelingswijziging vaak volledig moet worden vervangen of verlengd, kan bij een stroomrailsysteem simpelweg een aftakeenheid worden verplaatst, toegevoegd of verwijderd zonder de hoofdrail zelf aan te tasten — relevant bij bedrijfshallen met regelmatig wisselende machineopstellingen.
Let op: de RDF-factor is systeemspecifiek en wordt door de fabrikant opgegeven voor de betreffende railconfiguratie — dit artikel geeft het principe, geen universeel toepasbaar rekenvoorbeeld.
Praktische relevantie
Bij een bedrijfshal met hoogvermogen-machines die periodiek van locatie wisselen (bijvoorbeeld een productiehal met flexibele lay-out) is een stroomrailsysteem vaak kosten- en tijdsefficiënter dan telkens nieuwe kabeltracés aan te leggen — de initiële investering ligt doorgaans hoger, maar de flexibiliteit bij latere wijzigingen weegt dit vaak op.
Veelgemaakte fouten
- De RDF-factor van de aftakeenheden negeren bij het gelijktijdig belasten van meerdere circuits op één aftakeenheid — dit kan leiden tot overbelasting ook al blijft elk afzonderlijk circuit binnen zijn eigen nominale stroom.
- Een stroomrailsysteem toepassen zonder de vereiste IP-beschermingsgraad voor de omgeving te verifiëren — vooral relevant in stoffige of vochtige bedrijfshallen.
- Aftakeenheden van een ander fabricaat op een bestaande rail monteren zonder compatibiliteit te controleren — stroomrailsystemen zijn doorgaans niet universeel uitwisselbaar tussen fabrikanten.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 60754Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
- NEN-EN-IEC 61537Kabeldraagsystemen — kabelgoten en kabelladders (NEN-EN-IEC 61537)
- IEC 61238-1Kabelschoenen & krimpverbindingen — eisen aan perskoppelingen (IEC 61238-1)
- NEN-EN 1366-3Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- IEC 62262IK-classificatie — mechanische bescherming van omhulsels (IEC 62262)
- NEN-EN 50575 / NEN 8012Brandclassificatie van kabels — CPR (NEN-EN 50575) en NEN 8012