Brandwerende coating op kabelgoten en -ladders — intumescent kabelbeschermingssysteem
Brandwerende coating op kabelgoten en -ladders — intumescent kabelbeschermingssysteem
De gidsen over brandwerende kabeldoorvoeringen en [functiebehoudkabel en circuit-integriteit bij brand](/guides/cable/functiebehoud-kabel-circuit-integriteit-brand) behandelen twee bekende maatregelen om de brandveiligheid van een kabeltraject te waarborgen: het herstellen van de brandwerendheid van een bouwkundige scheiding waar een kabel deze doorkruist, en het gebruik van een kabel die intrinsiek zijn functie behoudt tijdens brand. Dit artikel behandelt een derde, minder bekende maatregel: een intumescent kabelbeschermingssysteem, waarbij een opzwellende coating of wikkel direct op de kabelgoot, -ladder of kabelbundel zelf wordt aangebracht.
Wat een intumescent coating doet
Een intumescent (opzwellende) coating is bij omgevingstemperatuur een dunne, relatief inerte laag. Bij blootstelling aan de hoge temperatuur van een brand reageert de coating chemisch en zwelt sterk op tot een poreuze, koolstofrijke schuimlaag met een veel groter volume dan de oorspronkelijke laagdikte. Deze opgezwollen laag werkt als thermische isolatie: hij vertraagt de warmteoverdracht naar de onderliggende kabels en beperkt zo de tijd totdat de kabelisolatie zelf bezwijkt en kortsluiting of functieverlies optreedt.
Twee toepassingsvormen
Een intumescent kabelbeschermingssysteem wordt doorgaans op een van twee manieren toegepast:
- Coating, aangebracht als verf- of pleisterlaag direct op de buitenzijde van een kabelbundel of op de kabelgoot zelf (inclusief het deksel, indien dit deel uitmaakt van het geteste systeem).
- Wikkel of band, aangebracht als een spiraalvormig gewikkelde band rondom een kabel of kabelbundel, met name geschikt voor individuele kabels of kleinere bundels waar een coating minder praktisch is.
Waarom het systeem als geheel getest moet zijn
Net als bij een doorvoeringssysteem (zie de gids over brandwerende kabeldoorvoeringen) is de brandwerendheidsclassificatie van een intumescent kabelbeschermingssysteem volgens EN 13501-2 alleen geldig voor de exacte, als geheel geteste combinatie: het specifieke coating- of wikkelproduct, de laagdikte, de kabeltypen en -diameters, de bundeldichtheid, en de wijze van bevestiging aan de kabelgoot of -ladder. Een coating die is getest op een los liggende kabelbundel biedt geen gegarandeerde prestatie op een dicht gepakte bundel met een ander kabeltype, en omgekeerd. Het certificaat en de bijbehorende montage-instructie van de fabrikant bepalen daarom exact binnen welke grenzen het systeem mag worden toegepast.
Verhouding tot doorvoeringen en functiebehoudkabel
Een intumescent kabelbeschermingssysteem is geen vervanging voor een doorvoeringsafdichting waar een kabelgoot een brandscheiding doorkruist — die doorvoering blijft nodig om de brandwerendheid van de bouwkundige scheiding zelf te herstellen. Het intumescent systeem wordt typisch toegepast op een langer tracé van de kabelgoot of -ladder zelf, bijvoorbeeld door een vluchtwegruimte of langs een route waar meerdere circuits samenkomen, om te voorkomen dat de kabels onderweg (dus niet alleen ter plaatse van een doorvoering) al bezwijken. Ten opzichte van functiebehoudkabel (die intrinsiek, zonder externe bescherming, zijn functie behoudt) biedt een intumescent coating een alternatief wanneer het vervangen van bestaande, reeds gelegde standaardkabel door functiebehoudkabel niet praktisch of niet kosteneffectief is — bijvoorbeeld bij een retrofit-traject in een bestaand gebouw.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen van een kabeltraject dat door een vluchtwegruimte loopt of dat een vitale functie tijdens brand moet behouden (bijvoorbeeld een voeding voor noodverlichting, een brandmeldinstallatie of een rookafvoerinstallatie) moet worden gecontroleerd of het gekozen intumescent kabelbeschermingssysteem is gecertificeerd voor exact het toegepaste kabeltype, de kabeldiameter, de bundeldichtheid en de gootafmeting. Bij een retrofit-toepassing moet bovendien worden gecontroleerd dat de bestaande kabelbezetting niet is uitgebreid nadat de coating is aangebracht, aangezien dit de geteste bundeldichtheid — en daarmee de gevalideerde brandwerendheidsduur — kan overschrijden.
Veelgemaakte fouten
- Een intumescent coating beschouwen als vervanging voor een doorvoeringsafdichting ter plaatse van een brandscheiding, in plaats van als aanvullende bescherming van het traject zelf.
- De coating toepassen op een kabelbundel met een andere samenstelling, dichtheid of kabeltype dan waarop het systeem is getest, zonder te verifiëren dat dit binnen de certificeringsgrenzen valt.
- Extra kabels toevoegen aan een reeds gecoate kabelgoot zonder te beoordelen of de nieuwe bundeldichtheid nog overeenkomt met het geteste systeem.
- Alleen de coating op de kabels zelf beoordelen zonder te controleren of ook het deksel en de bevestigingswijze van de kabelgoot deel uitmaakten van het geteste systeem, wanneer deze onderdelen ook in de classificatie zijn opgenomen.
Gerelateerd
Verder lezen
- NEN-EN 1366-3Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- IEC 61537 / NEN 1010 §543Aarding en potentiaalvereffening van metalen kabeldraagsystemen — bonding versus gebruik als beschermingsgeleider
- NEN-EN-IEC 61537Kabeldraagsystemen — kabelgoten en kabelladders (NEN-EN-IEC 61537)
- IEC 60502-2 (halfgeleidende laag)Halfgeleidende laag bij MS-kabels — geleiderscherm en isolatiescherm volgens IEC 60502-2
- IEC 61386 (mantelbuizen)Kabelbeschermingsbuizen (mantelbuizen) — classificatiecode volgens IEC 61386
- IEC 62444 / EMCKabelwartel kiezen — IP-klasse, trekontlasting en EMC-afscherming