Halfgeleidende laag bij MS-kabels — geleiderscherm en isolatiescherm volgens IEC 60502-2
Halfgeleidende laag bij MS-kabels — geleiderscherm en isolatiescherm volgens IEC 60502-2
De gids over kabeleindsluiting — stress cone & veldbeheersing behandelt hoe een stress cone het lokale veld beheerst op de plek waar het buitenste scherm van een middenspanningskabel wordt afgeknipt. Dit artikel behandelt de laag zelf die daar wordt afgeknipt: de halfgeleidende schermen die elke middenspanningskabel volgens IEC 60502-2 bevat, en waarom deze een functioneel, geen cosmetisch onderdeel van de kabelconstructie zijn.
Twee halfgeleidende lagen, twee verschillende grensvlakken
Een middenspanningskabel volgens IEC 60502-2 bevat standaard twee extrudeerde halfgeleidende lagen, met een resistiviteit die doorgaans tussen circa 10⁻¹ en 10⁸ Ω·cm ligt — veel geleidender dan de isolatie, maar niet zo geleidend als de koperen geleider of het metalen scherm zelf:
- Geleiderscherm (binnenste halfgeleidende laag): direct om de gestrengde geleider aangebracht, vóór de isolatie.
- Isolatiescherm (buitenste halfgeleidende laag): direct om de isolatie aangebracht, tussen de isolatie en het metalen scherm (koperdraden, -band of -folie) dat vervolgens voor de aarding van de kabelmantel zorgt.
Beide lagen zijn bij moderne kabels chemisch aan de isolatie gehecht ("bonded"), zodat er geen microscopisch luchtspleetje tussen scherm en isolatie kan ontstaan waar zich partiële ontlading zou kunnen vormen.
Waarom deze lagen bestaan: een egaal, radiaal veld
Een gestrengde koperen geleider heeft, ook na verdichting, een onregelmatig, licht ribbelig oppervlak. Zonder geleiderscherm zou het elektrische veld zich rond elke kleine oneffenheid of draadovergang lokaal concentreren, met scherpe veldpieken tot gevolg — precies de omstandigheid waarin partiële ontlading en, op termijn, elektrische 'treeing' door de isolatie kunnen ontstaan. Het geleiderscherm egaliseert dit oppervlak elektrisch, zodat de isolatie een gelijkmatig, zuiver radiaal veld "ziet" in plaats van een reeks lokale veldconcentraties. Het isolatiescherm vervult dezelfde functie aan de buitenzijde van de isolatie, tussen isolatie en het geaarde metalen scherm.
Let op: de halfgeleidende laag is dus geen alternatieve naam voor het metalen (koperen) scherm van de kabel. Het metalen scherm voert de aardstroom en eventuele foutstroom af; de halfgeleidende lagen egaliseren uitsluitend het elektrische veld aan weerszijden van de isolatie. Een kabel heeft beide nodig, met elk een eigen functie.
Het raakvlak met kabeleindsluiting
Precies op de plek waar een kabel wordt afgemanteld voor een eindsluiting of moffing, moet het isolatiescherm worden afgeknipt om de blanke isolatie bloot te leggen voor de aansluiting. Die afknipplek is onvermijdelijk een punt waar het zorgvuldig egaliseerde veld plotseling weer geconcentreerd raakt — precies het probleem dat de stress cone (zie de gerelateerde gids) vervolgens moet beheersen door het scherm geleidelijk, over een bepaalde lengte, "uit te smeren" in plaats van abrupt te laten eindigen.
Beschadigingsrisico: waarom dit een veelvoorkomende faalfactor is
Het verwijderen van het isolatiescherm tijdens het prepareren van een eindsluiting of mof is een precisiewerk waarbij twee dingen fout kunnen gaan:
- Onvolledig verwijderde schermresten: een dun laagje halfgeleidend materiaal dat aan de isolatie blijft plakken voorbij de bedoelde afknipgrens, vormt een ongecontroleerd, ongedefinieerd overgangspunt waar zich alsnog een lokale veldconcentratie en partiële ontlading kan ontwikkelen.
- Beschadiging van de onderliggende isolatie: het verkeerde striptoestel, of te veel druk bij het handmatig verwijderen van het scherm, kan groefjes of krassen in het isolatieoppervlak achterlaten — precies op de plek waar het veld al het meest kritisch is.
Dit is een van de redenen waarom corona-ontlading en partiële ontlading (zie de gerelateerde gidsen) relatief vaak juist bij een kabeleindsluiting worden gedetecteerd in plaats van in het rechte kabeltraject: de eindsluiting is het punt waar de fabrieksmatig gecontroleerde veldbeheersing door de halfgeleidende lagen het eerst wordt onderbroken.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen van een middenspanningskabelinstallatie — met name bij het prepareren of inspecteren van een eindsluiting of mof — is het van belang te controleren dat het isolatiescherm exact volgens de fabrikantspecificatie (afknipmaat, afschuinhoek) is verwijderd, zonder zichtbare restjes halfgeleidend materiaal voorbij de bedoelde grens en zonder groefvorming in de blootliggende isolatie.
Veelgemaakte fouten
- Schermresten van het isolatiescherm niet volledig verwijderen voorbij de bedoelde afknipgrens, wat een ongedefinieerd, kritiek overgangspunt in het veld achterlaat.
- Het verkeerde striptoestel gebruiken of te veel kracht zetten bij het handmatig verwijderen van het scherm, met krassen of groeven in de onderliggende isolatie tot gevolg.
- De halfgeleidende laag verwarren met het metalen scherm van de kabel — beide hebben een andere, complementaire functie.
- De afknipmaat en afschuinhoek van de fabrikant niet aanhouden bij het prepareren van een eindsluiting of mof, waardoor de stress cone het veld niet correct kan beheersen.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 61386 (mantelbuizen)Kabelbeschermingsbuizen (mantelbuizen) — classificatiecode volgens IEC 61386
- IEC 60754Halogeenvrije kabels (LSZH) — wanneer en waarom (IEC 60754)
- IEC 61537 / NEN 1010 §543Aarding en potentiaalvereffening van metalen kabeldraagsystemen — bonding versus gebruik als beschermingsgeleider
- IEC 60840 / Praktijk (kabeltrajecten)Cross-bonding van kabelscherm — waarom lange enkelader-hoogspanningskabels het scherm niet gewoon aan beide uiteinden aarden
- §522.8Ondergrondse kabels — graafdiepte en mechanische bescherming (§522.8)
- §543.1 (IEC 60364-5-54)Stalen wapening van pantserkabel als beschermingsgeleider — waarom de doorsnede van de wapening zelf moet worden getoetst