Cross-bonding van kabelscherm — waarom lange enkelader-hoogspanningskabels het scherm niet gewoon aan beide uiteinden aarden
Cross-bonding van kabelscherm — waarom lange enkelader-hoogspanningskabels het scherm niet gewoon aan beide uiteinden aarden
De gids over enkelzijdig versus tweezijdig geaard kabelscherm behandelt de gangbare afweging tussen enkelzijdige aarding (voorkomt een bromlus, maar biedt minder hoogfrequente afscherming) en tweezijdige aarding (beste EMC-afscherming, maar kan een circulerende schermstroom veroorzaken die de stroombelastbaarheid verlaagt). Dit artikel behandelt een derde, gespecialiseerde techniek die specifiek bij lange enkelader-hoogspanningskabeltrajecten wordt toegepast om dit schermstroomprobleem op te lossen zonder de nadelen van enkelzijdige aarding te accepteren: cross-bonding.
Waarom tweezijdige aarding bij een lang enkelader-tracé een probleem wordt
Bij een enkelader-kabel wekt de wisselstroom in de kern een magnetisch veld op dat, via inductie, een spanning in het scherm van diezelfde kabel opwekt — een effect dat sterker wordt naarmate de kabel langer is. Is het scherm aan beide uiteinden geaard, dan sluit deze geïnduceerde spanning een lus, en drijft een circulerende schermstroom die evenredig is met de belastingsstroom in de kern. Bij een kort kabeltraject is deze schermstroom en de bijbehorende extra warmteontwikkeling doorgaans verwaarloosbaar, maar bij een lang hoogspanningstraject (denk aan kilometers, niet meters) kan de circulerende schermstroom een aanzienlijk deel van de kernstroom bereiken, wat de effectieve stroombelastbaarheid van de kabel fors verlaagt en tot ongewenste extra verliezen leidt.
Waarom enkelzijdige aarding voor zo'n tracé geen bevredigende oplossing is
Enkelzijdige aarding (zoals behandeld in de gids over kabelscherm-aarding) lost het circulerende-stroomprobleem inderdaad op, maar introduceert bij een lang hoogspanningstraject een nieuw probleem: aan het niet-geaarde uiteinde bouwt zich, over de volledige lengte van de kabel, een inductieve schermspanning op die bij een lang tracé en hoge bedrijfsstroom een gevaarlijk hoog niveau kan bereiken — ruim boven wat veilig aanraakbaar is bij onderhoud aan de moffen of eindsluitingen.
Het principe van cross-bonding: cyclisch transponeren in korte secties
Cross-bonding lost beide problemen tegelijk op door het traject op te delen in korte, ongeveer even lange minor sections (doorgaans drie minor sections vormen samen één major section) en het scherm van elke fase bij elke koppelkast cyclisch te verwisselen met het scherm van de volgende fase:
- Binnen één major section wordt het scherm van elke fase dus achtereenvolgens gekoppeld aan de drie minor sections, in een vaste, cyclische volgorde (bijvoorbeeld R→Y→B→R).
- Omdat elke faseschermsectie hierdoor een vergelijkbaar deel van de totale geïnduceerde spanning van elk van de drie fasen "ziet", heffen de opgewekte schermspanningen elkaar over een volledige major section grotendeels op — vergelijkbaar met hoe transpositie van de geleiders zelf op een bovengrondse hoogspanningslijn de onbalans tussen fasen vermindert.
- Alleen aan de beide uiteinden van een volledige major section wordt het scherm daadwerkelijk geaard; op de tussenliggende koppelpunten (de grenzen tussen de minor sections) wordt het scherm via het transpositieschema doorverbonden, niet rechtstreeks geaard.
Koppelkasten, scheidingsisolatoren en spanningsbegrenzers
De cyclische omwisseling van het scherm gebeurt in speciale koppelkasten (link boxes), waarin het scherm van elke minor section via scheidingsisolatoren is onderbroken en via bekabelde verbindingen naar de juiste volgende fase wordt doorgeleid. Omdat er tussen de uiteinden van een major section, ondanks de onderlinge compensatie, in de praktijk toch een resterende (doorgaans veel kleinere) schermspanning overblijft — en omdat een tijdelijke fout in het net deze spanning tijdelijk sterk kan doen oplopen — wordt bij elke scheidingsisolator in de koppelkast doorgaans een spanningsbegrenzer (sheath voltage limiter, SVL) geplaatst: een component die bij normaal bedrijf hoogohmig blijft, maar bij een te hoge transiënte schermspanning doorslaat en zo de isolatie van de scheidingsisolator beschermt tegen doorslag.
Let op: de exacte indeling in minor en major sections, het aantal koppelkasten en de dimensionering van de spanningsbegrenzers volgen uit de systeemstudie voor het specifieke kabeltracé (lengte, bedrijfsstroom, foutniveau); dit artikel behandelt het principe, niet een pasklare ontwerptabel voor elk hoogspanningstraject.
Waarom dit specifiek een techniek voor lange trajecten is
Voor een kort enkelader-kabeltraject — bijvoorbeeld de aansluiting van een transformator binnen hetzelfde schakelstation — is de geïnduceerde schermspanning bij enkelzijdige aarding doorgaans al ruim binnen veilige grenzen, en is de complexiteit en extra kosten van koppelkasten met cross-bonding niet gerechtvaardigd: een gewone enkelzijdige of tweezijdige aarding (zie de gerelateerde gids) volstaat dan. Cross-bonding wordt specifiek toegepast wanneer de trajectlengte groot genoeg is dat zowel de circulerende-stroomderating bij tweezijdige aarding als de opgebouwde schermspanning bij enkelzijdige aarding onaanvaardbaar worden.
Praktische relevantie
Bij inspectie of onderhoud van een lang hoogspanningskabeltracé met cross-bonding moet elke koppelkast worden behandeld als een punt waar, ondanks de onderlinge compensatie, nog steeds een restspanning aanwezig kan zijn — vóór het openen van een koppelkast moet dit expliciet worden gecontroleerd, en niet worden verondersteld dat het scherm daar spanningsloos is omdat het "toch geaard" lijkt te zijn.
Veelgemaakte fouten
- Een lang enkelader-hoogspanningstraject gewoon tweezijdig aarden zoals bij een korte kabel — dit veroorzaakt een circulerende schermstroom die de stroombelastbaarheid van het tracé aanzienlijk kan verlagen.
- Een lang traject enkelzijdig aarden in plaats van cross-bonding toe te passen — dit kan een gevaarlijk hoge schermspanning aan het niet-geaarde uiteinde opleveren.
- Een koppelkast openen zonder te controleren op restspanning op het scherm — ondanks de onderlinge compensatie tussen fasen kan een koppelkast nog steeds een aanraakgevaarlijke spanning bevatten.
- Spanningsbegrenzers (SVL's) bij de scheidingsisolatoren weglaten of verkeerd dimensioneren — zonder correct gedimensioneerde SVL's kan een tijdelijke overspanning op het scherm de scheidingsisolatoren laten doorslaan.
Gerelateerd
Verder lezen
- §521.5 (IEC 60364-5-52)Enkelader-kabels door een stalen doorvoerplaat — waarom alle geleiders van één groep samen door hetzelfde gat moeten
- IEC 60502-4 (kabeleindsluitingen MS)Stress cone bij een middenspanningskabeleindsluiting — waarom het afgeknipte scherm zelf een elektrisch veldprobleem veroorzaakt
- IEC 60364-5-52 (informatief) / EMCKabelscherm aarden — enkelzijdig of tweezijdig, en waarom dat verschil maakt
- §543.1 (IEC 60364-5-54)Stalen wapening van pantserkabel als beschermingsgeleider — waarom de doorsnede van de wapening zelf moet worden getoetst
- IEC 60865-1Elektrodynamische krachten bij kortsluiting op stroomrails en kabels (IEC 60865-1) — waarom steunafstand net zo belangrijk is als doorsnede
- IEC 60364-5-52 Bijlage B (Cg)Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels