Contactweerstandsmeting met een micro-ohmmeter (DLRO) — verbindingen keuren die thermografie kan missen
Contactweerstandsmeting met een micro-ohmmeter (DLRO) — verbindingen keuren die thermografie kan missen
De thermografisch-onderzoek-gids behandelt het opsporen van slechte verbindingen door de warmte die ze onder belasting ontwikkelen. Dit artikel behandelt een aanvullende, meer directe methode: het daadwerkelijk meten van de weerstand van een verbinding met een micro-ohmmeter, ook wel DLRO (digital low resistance ohmmeter) genoemd.
Waarom een gewone multimeter hier niet volstaat
De weerstand van een gezonde bout- of krimpverbinding ligt doorgaans in de orde van enkele tientallen tot honderden micro-ohm — ver onder het meetbereik en de nauwkeurigheid van een gewone multimeter. Een micro-ohmmeter is speciaal ontworpen om dit soort extreem lage weerstanden betrouwbaar te meten, met twee kenmerken die een gewone weerstandsmeting mist:
- 4-draads Kelvin-meting: twee afzonderlijke aders voeren de teststroom, twee andere, aparte aders meten de spanningsval rechtstreeks over de verbinding zelf. Hiermee wordt de weerstand van de meetsnoeren en de overgangsweerstand van de meetklemmen zelf uit de uitkomst geëlimineerd — bij een gewone 2-draads meting zouden die meefietsen in het resultaat en een verbinding onterecht laten afkeuren of goedkeuren.
- Relatief hoge teststroom (bij veel instrumenten tot 100 A DC): dit doorbreekt eventuele dunne oxidelaagjes op het contactoppervlak die bij een lage meetstroom een kunstmatig hoge weerstand zouden tonen, en geeft zo een realistischer beeld van de weerstand die de verbinding onder werkelijke bedrijfsstroom heeft.
Wat een micro-ohmmeter opspoort
- Railverbindingen (busbar-koppelingen, zie de busbar-stroomrail-systemen-gids)
- Kabelschoenverbindingen (zie de kabelschoenen-krimpverbindingen-gids)
- Boutverbindingen in schakel- en verdeelinrichtingen
- Contacten van vermogensschakelaars en lastscheiders
Waarom dit eerder kan signaleren dan thermografie
Thermografie toont een probleem pas zichtbaar zodra de belasting voldoende stroom trekt om merkbare warmte te ontwikkelen — bij een circuit dat op het moment van inspectie laag belast is, of bij een verbinding die pas bij piekbelasting problematisch wordt, kan een degraderende verbinding zo langere tijd onopgemerkt blijven. Een micro-ohmmeter meet de weerstand direct, onafhankelijk van de actuele bedrijfsbelasting op het moment van meten — een verhoogde weerstand wordt zo al aangetoond vóórdat de verbinding onder normale bedrijfsomstandigheden voldoende warmte ontwikkelt om met thermografie zichtbaar te worden.
Let op: dit maakt de twee methoden aanvullend, niet uitwisselbaar. Thermografie heeft als voordeel dat een hele installatie relatief snel, niet-contact en onder normale bedrijfs belasting kan worden gescand; een micro-ohmmeter vereist een spanningsloze verbinding en een gerichte meting per verbindingspunt, maar toont een verslechterende verbinding onafhankelijk van de actuele belastingssituatie.
Praktische toepassing
Er bestaat geen universele, voor elke verbinding geldende grenswaarde — de acceptabele weerstand hangt af van het type verbinding, de doorsnede en het fabricaat. In de praktijk wordt daarom vaak vergeleken:
- Meet de weerstand van alle vergelijkbare verbindingen in dezelfde installatie (bijvoorbeeld alle railkoppelingen van hetzelfde type).
- Een verbinding die duidelijk afwijkt van de overige, vergelijkbare verbindingen (bijvoorbeeld een veelvoud van de gemiddelde waarde) is verdacht, ook zonder dat er een universele absolute grenswaarde wordt overschreden.
- Leg de gemeten waarden vast bij oplevering of eerste inspectie, zodat latere periodieke metingen kunnen worden vergeleken met een nulmeting — een geleidelijke toename van de weerstand van dezelfde verbinding over meerdere inspectierondes is een vroege waarschuwing, ook als de absolute waarde op zich nog niet zorgwekkend lijkt.
Praktische relevantie
Bij de periodieke NEN 3140-inspectie van railverbindingen, boutkoppelingen of kabelschoenaansluitingen in een verdeelinrichting is een micro-ohmmeting een waardevolle aanvulling op thermografisch onderzoek — met name bij installaties die op het moment van inspectie niet op hun piekbelasting draaien, waar thermografie een degraderende verbinding nog niet zou tonen.
Veelgemaakte fouten
- Een gewone multimeter gebruiken voor deze meting — de nauwkeurigheid en het meetbereik zijn ontoereikend voor weerstanden in het micro-ohm-gebied.
- Een 2-draads meting toepassen in plaats van de 4-draads Kelvin-methode — hierdoor telt de weerstand van de meetsnoeren en -klemmen mee in het resultaat, wat tot een onterechte af- of goedkeuring kan leiden.
- Uitsluitend op thermografie vertrouwen en een micro-ohmmeting overslaan bij een installatie die op het moment van inspectie laag belast is — een degraderende verbinding kan dan onopgemerkt blijven tot de volgende piekbelasting.
- Geen nulmeting vastleggen bij oplevering, waardoor latere periodieke metingen niet tegen een uitgangswaarde kunnen worden afgezet.
Gerelateerd
Verder lezen
- DIN 46228 / IEC 60947-7-1Adereindhulzen — krimpen van soepele geleiders in klemverbindingen
- IEC 61442Kabelmoffen — ondergrondse kabelverbindingen en -reparaties (IEC 61442)
- IEC 61238-1Kabelschoenen & krimpverbindingen — eisen aan perskoppelingen (IEC 61238-1)
- NEN-EN 50525Kabeltype-aanduiding decoderen — VOB, XVB, YMvK en de "as"/"mb"-toevoegingen
- §522.8Ondergrondse kabels — graafdiepte en mechanische bescherming (§522.8)
- §526.3 / IEC 60998Aansluitklemmen vergeleken — veerklem versus schroefklem, en de toegankelijkheidseis voor aftakdozen