Vreemd geleidend deel
Een geleidend deel dat geen onderdeel is van de elektrische installatie, maar wel een aardpotentiaal kan invoeren omdat het in verbinding staat met aarde of een risico op potentiaaloverdracht geeft — bijvoorbeeld metalen water-, gas- of verwarmingsleidingen, metalen bouwconstructies, of een gewapend-betonvloer. Vreemde geleidende delen die binnen handbereik van geaarde installatieonderdelen komen, moeten volgens NEN 1010 in de hoofd- en/of hulppotentiaalvereffening worden opgenomen om gevaarlijke potentiaalverschillen bij een aardfout te voorkomen. Het onderscheid met een 'blootstelbaar geleidend deel' (een geleidend deel van elektrisch materieel dat onder foutcondities spanning kan voeren) is essentieel: een vreemd geleidend deel maakt geen deel uit van het elektrisch materieel zelf.
Bij een verbouwing constateert de inspecteur dat een metalen gasleiding door de meterkast loopt binnen handbereik van de aardrail; hij adviseert deze leiding met een aansluitklem in de hoofdpotentiaalvereffening op te nemen.
Kunststof leidingen (bijvoorbeeld PVC-waterleiding of pex-buis) toch meevereffenen 'voor de zekerheid' — een vreemd geleidend deel is per definitie geleidend; niet-geleidende leidingen hoeven niet in de potentiaalvereffening te worden opgenomen en onnodig vereffenen kan zelfs verwarring geven over wat wel/niet spanningvrij is.
Zie ook
- → §411.3 / Praktijk Kathodische bescherming versus hoofdvereffening — waarom een aangesloten pijpleiding de bescherming juist kan tenietdoen
- → §411.3.1.2 Hoofdvereffening — welke vreemd geleidende delen moeten worden aangesloten (§411.3.1.2)
- → §414 SELV, PELV & FELV — de extra-lage-spanning-maatregel
- → §706 Geleidende ruimtes met beperkte bewegingsvrijheid (§706) — werken in tanks en ketels
- → IEEE 80 / praktijk Grondverbeteringsmateriaal (bentoniet, geleidend beton) bij een hoogohmige bodem — wanneer extra aardelektroden niet volstaan
- → §543 (IEC 60364-5-54) Beschermingsgeleider dimensioneren — de adiabatische formule versus de vereenvoudigde tabel