Sterpuntsaarding laagspanningstransformator
Het rechtstreeks met aarde verbinden van het sterpunt (nulpunt) van de secundaire wikkeling van de laagspanningstransformator bij de netbeheerder, meestal via een eigen aardelektrode bij de transformatorruimte. Dit sterpunt vormt de bron van de nulleider (N) en bepaalt, samen met het gekozen aardstelsel (TN, TT, IT), hoe foutstromen naar de bron terugvloeien.
Een installateur die twijfelt of een pand op TN-C-S of TT is aangesloten, vraagt bij de netbeheerder na hoe het sterpunt van de voedende transformator geaard is en of er lokaal ook een eigen aardelektrode aanwezig moet zijn.
Aannemen dat elke installatie automatisch TN-S is omdat 'de netbeheerder toch aardt' — in landelijke gebieden met een verre transformator wordt vaak TT toegepast en is een eigen aardelektrode bij de installatie verplicht.
Zie ook
- → §413.3 Elektrische scheiding (§413.3) — een scheidingstransformator als beschermingsmaatregel zonder aarding
- → §442 Tijdelijke overspanning door een aardfout in het hoogspanningsnet (§442) — waarom de spanning aan het transformatorstation de laagspanningsinstallatie raakt
- → §710 Medische ruimten (§710) — Groep 2 IT-systeem, scheidingstransformator en isolatiebewaking
- → Praktijk (ferroresonantie, VT) Ferroresonantie bij een spanningstransformator — waarom een ongeaard of via een Petersen-spoel geaard net onverklaarbare overspanningen kan krijgen
- → Meetcode Elektriciteit Grootverbruikaansluitingen — indirecte meting via stroomtransformatoren
- → §551 Noodstroomaggregaten & laagspanningsopwekking — §551