NEN-Hub
🔍
NEN 1010 §131.2

Basisbescherming, foutbescherming en aanvullende bescherming

Het door IEC 61140 (en overgenomen in NEN 1010 hoofdstuk 4.1) gehanteerde drieledige model voor bescherming tegen elektrische schok, dat de oudere termen 'directe' en 'indirecte aanraking' heeft vervangen: basisbescherming voorkomt aanraking van delen die onder normale bedrijfsspanning staan (bijvoorbeeld via isolatie van actieve delen, omhulling of afscherming) en moet onder alle normale omstandigheden functioneren; foutbescherming voorkomt gevaarlijke aanraakspanning op geleidende delen die normaal spanningsloos zijn maar bij een enkelvoudige fout (zoals een doorslag van de basisisolatie) wél onder spanning kunnen komen te staan, doorgaans via automatische uitschakeling van de voeding in combinatie met de aardverbinding en potentiaalvereffening; en aanvullende bescherming is een derde, niet op zichzelf staande beschermingslaag die alleen wordt toegepast bovenop basis- en foutbescherming, in de praktijk vrijwel altijd ingevuld door een 30 mA-aardlekschakelaar, om het risico bij falen van de eerste twee lagen (bijvoorbeeld een niet-functionerende PE-verbinding) verder te verkleinen. Een enkele voorziening kan in sommige gevallen zowel basis- als foutbescherming leveren (bijvoorbeeld PELV), maar de drie lagen worden in het ontwerp en de risicoanalyse altijd afzonderlijk beoordeeld.

Praktijkvoorbeeld

Bij het ontwerp van een badkamergroep past de installateur basisbescherming toe via geïsoleerde bedrading, foutbescherming via automatische uitschakeling met een 30 mA-aardlekschakelaar én PE-aansluiting, en levert diezelfde aardlekschakelaar tegelijk de wettelijk verplichte aanvullende bescherming.

Veel-gemaakte fout

Denken dat een aardlekschakelaar op zichzelf voldoende is als enige beschermingsmaatregel, terwijl deze volgens het drieledige model uitsluitend aanvullende bescherming levert en nooit in de plaats mag komen van basis- en foutbescherming.

Zie ook

Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська