Proximity-effect (nabijheidseffect bij parallelle geleiders)
Een aanvullend stroomverdringingseffect naast het skin-effect, waarbij het magnetische veld van een nabijgelegen, stroomvoerende geleider (bijvoorbeeld een andere fase in dezelfde kabelbundel of railset) de stroomverdeling binnen een geleider verder ongelijkmatig maakt, doorgaans geconcentreerd aan de zijde die het dichtst bij de andere geleider ligt. Het effect is sterker naarmate geleiders dichter bij elkaar liggen en neemt af met toenemende onderlinge afstand. Net als het skin-effect wordt het proximity-effect via een correctiefactor meegenomen in de Rac/Rdc-verhouding voor de stroombelastbaarheidsberekening van kabelbundels en railsystemen volgens IEC 60287, en is het met name relevant bij dicht opeengepakte parallelle geleiders bij hoge stromen.
Bij het ontwerp van een railsysteem met drie parallelle fasenrails dicht naast elkaar houdt de ontwerper rekening met het proximity-effect door de rails verder uit elkaar te plaatsen of de stroombelastbaarheid met een correctiefactor te verlagen.
Het proximity-effect verwarren met het skin-effect en denken dat één gecombineerde correctiefactor voor beide altijd standaard '1' mag zijn bij dicht opeengepakte parallelle geleiders — bij hoge stromen en kleine tussenafstanden kan de gecombineerde reductie aanzienlijk zijn.
Zie ook
- → IEC 60287-1-1 Skin-effect en nabijheidseffect bij grote kabeldoorsneden — waarom AC-weerstand hoger is dan DC-weerstand
- → CROW 500 / WIBON Ondergrondse kabels — afstand tot andere nutsvoorzieningen bij kruising en parallelloop
- → §526.3 / IEC 60998 Aansluitklemmen vergeleken — veerklem versus schroefklem, en de toegankelijkheidseis voor aftakdozen
- → DIN 46228 / IEC 60947-7-1 Adereindhulzen — krimpen van soepele geleiders in klemverbindingen
- → IEC 60502-1 / NEN 1010 §543.4 Concentrische (PEN-)kabels — de golfvormige concentrische geleider als gecombineerde nul-en-aarde, en waarom het geen scherm is
- → §521.5 (IEC 60364-5-52) Enkelader-kabels door een stalen doorvoerplaat — waarom alle geleiders van één groep samen door hetzelfde gat moeten