Kabelverbindingstechniek — betrouwbaarheid krimp/soldeer/klem
Vergelijking van de drie meest gebruikte elektrische verbindingstechnieken op hun faalgedrag, relevant bij NEN 3140-inspecties: een krimpverbinding, correct uitgevoerd met de juiste krimptang en matrijs voor de adertype/doorsnede, geeft een gasdichte, koudlas-achtige verbinding met lage en stabiele overgangsweerstand over de levensduur; een soldeerverbinding kan mechanisch en elektrisch uitstekend zijn direct na aanleg, maar is gevoelig voor kruip van het soldeersel onder langdurige mechanische trilling of thermische cycli, wat op termijn tot een 'cold joint' met verhoogde overgangsweerstand kan leiden; en een schroefklemverbinding is afhankelijk van het aangehouden aanhaalmoment en kan bij thermische cycli (opwarmen-afkoelen van de geleider) geleidelijk losser gaan zitten, wat de overgangsweerstand verhoogt en tot lokale oververhitting leidt — de meest voorkomende oorzaak van installatiebranden. Een NEN 3140-inspecteur beoordeelt daarom niet alleen of een verbinding vastzit, maar ook of de toegepaste techniek en het gebruikte gereedschap geschikt waren voor de betreffende adertype en -doorsnede.
Bij een NEN 3140-inspectie van een industriële verdeler valt de inspecteur op dat een aantal schroefklemmen na jaren thermische belasting een lager aanhaalmoment hebben dan de fabrieksspecificatie, en adviseert deze klemmen bij het eerstvolgende onderhoud na te draaien of te vervangen door krimpverbindingen.
Een soldeerverbinding toepassen op een trillingsgevoelige locatie (bijvoorbeeld nabij een motor of compressor) omdat dit 'een nette, professionele verbinding' lijkt — zonder aanvullende trekontlasting is soldeer juist een slechte keuze op zulke locaties vanwege het risico op kruip en vermoeiing van het soldeersel.
Zie ook
- → IEC 61230 (aardingsset) Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230
- → IEC 60079-14 ATEX-kabelinvoeringen — waarom een Ex e-wartel niet zomaar op een Ex d-omhulling past
- → IEC 60898-1 Thermische uitschakelkarakteristiek automaat — waarom omgevingstemperatuur de nominale waarde verschuift
- → IEC 60112 / IEC 61439-1 Comparative Tracking Index (CTI) van isolatiemateriaal — waarom de vervuilingsgraad de vereiste kruipafstand bepaalt
- → IEC 60364-6 / NEN-EN-IEC 61557-4 Continuïteitsmeting van de beschermingsleiding — de R1+R2-methode
- → IEC 60079-32-1 Elektrostatische oplading in ATEX-omgevingen — waarom de aarding van een tankwagen niet hetzelfde is als een klassieke aardverbinding